Toen deze cd op de redactie binnenkwam, was ik onmiddellijk geprikkeld. Oorlog en financiën, dat leek me een interessante insteek. Nuno Côrte-Real (°1971) brengt ze op één cd samen en herkent er eenzelfde logica van macht, hebzucht en vernietiging in: de zichtbare catastrofe van oorlog in de Sinfonia 2022, de minder zichtbare maar even destructieve krachten van financiële macht en corruptie in de Banksters Suite – twee werken die ruim een decennium in ontstaanstijd uit elkaar liggen, maar hier verrassend sterk als twee uitingen van dezelfde eigentijdse problematiek klinken. Het resultaat is muziek die nadrukkelijk wil communiceren zonder zich tot een eenvoudig programma te laten reduceren – alleen werkt dat niet altijd even goed.
Een wereld uit haar voegen
De Sinfonia 2022, op. 70, werd in opdracht van het Teatro Nacional de São Carlos in Lissabon geschreven en ging daar op 13 januari 2023 in première, met het Orquestra Sinfónica Portuguesa onder leiding van de componist. Na een herziening klonk de huidige versie op 13 april 2025 in de Berliner Philharmonie, met de Berliner Symphoniker onder leiding van Côrte-Real, en werd meteen daarna voor deze cd opgenomen. Programmatische illustratiemuziek moet je er niet in zoeken: Côrte-Real schrijft geen beelden voor, maar bouwt spanningsvelden waarin de luisteraar zelf betekenis kan laten ontstaan. Toch klinkt het geheel allesbehalve abstract.
In Search of Darkness zuigt de luisteraar meteen mee in een koortsachtige, opzwepende klankkolk vol dreigende blazersuitbarstingen. De bijwijlen bewust eentonige drumpartij voegt een wrang gevoel toe: van begin af aan hangt er een beklemming, gevoed door een angstaanjagend obsessief thema. Dan volgt een verrassend moment van stilstand – een sacraal getint orgelintermezzo met een mooie solo van hout en xylofoon, terwijl het onheilspellende koper er soms onderhuids doorheen sluipt – voordat het indringende openingsmateriaal terugkeert, aangekondigd door tromgeroffel. Een bijzondere ervaring, dit eerste deel: ook al sta je ver van het oorlogsgeweld, deze toegankelijke muziek brengt het toch akelig dichtbij.
Song of Death is in het begin subtieler: vanuit een altsaxofoonsolo bouwt Côrte-Real een verfijnd kamermuzikaal weefsel op, dat geleidelijk uitmondt in een wals met iets sluipends en spookachtigs – een dodendans waaraan niemand lijkt te ontsnappen. De Mahleriaanse resonanties zijn duidelijk hoorbaar zonder dat Côrte-Real tot epigoon vervalt, en juist hier toont zich zijn gevoel voor orkestrale kleur het sterkst. Toch mist het deel Mahlers rusteloze variatiedrang: Côrte-Real blijft lang in dezelfde spanningszone hangen, waardoor de muziek haar greep op den duur verliest. Toch overtuigt de opbouw naar de climax alsnog, al wordt het einde naar mijn zin nodeloos gerekt.
Daartegenover staat Nuclear Marching Band, een groteske mars vol ontspoorde ritmes, schrille koperfanfares en orgel, die de waanzin van machtsvertoon en vernietiging verbeeldt. De vergelijking met Sjostakovitsj ligt voor de hand, al is Côrte-Real directer en minder subtiel: waar Sjostakovitsj met één wenk al een wereld van ironie kon oproepen, kiest Côrte-Real te vaak voor het grote gebaar. Dat maakt zijn muziek meteen toegankelijk, maar doet de aandacht na verloop van tijd verslappen.
En dan komt het slot – geen pathetische overwinningsroes, maar een geleidelijk opgebouwde, eenvoudige melodie die tot contemplatie aanzet. I know not what tomorrow will bring ontleent zijn titel aan de laatste woorden die Fernando Pessoa op 29 november 1935, de dag voor zijn dood, neerschreef. Côrte-Real trekt zich hier terug uit het geweld van de voorafgaande delen: de muziek wordt licht, maar nooit geruststellend – eerder een metafysische opschorting dan een oplossing. De orkestratie is prachtig, de terugkerende melodie en de sluipende ondertoon komen perfect samen, soms op het randje van het expliciete, maar het werkt wel. Op het moment dat ik dacht dat deze symfonie me kwijt was, greep deze finale me alsnog.
De directe communicatieve kracht van deze symfonie is tegelijk haar sterkste én haar meest kwetsbare eigenschap. Côrte-Real beschikt over een uitzonderlijk gevoel voor orkestrale kleur en weet spanning onmiddellijk voelbaar te maken, maar in de middendelen blijft hij te lang binnen dezelfde spanningszone. Met minder daarvan had er meer in gezeten. De Berliner Symphoniker geven zich intussen volledig: het orkest speelt de pannen van het dak en geeft dit werk het volle pond. Dat de finale de twijfel alsnog wegneemt, onderstreept de kracht van dat slotdeel – het zou op zichzelf al een indringend, zelfstandig werk kunnen vormen, dat treffend het gevoel vertolkt dat velen bij elke zinloze oorlog overvalt.
Geweld zonder geweerschot
De zesdelige Banksters Suite, op. 75, voert naar een andere vorm van ontwrichting. Ze is gedestilleerd uit de gelijknamige opera uit 2011 over de ondergang van financier Santiago Malpago – de titel verraadt meteen het programma: bankers en gangsters worden tot één woord samengevoegd. Het gaat Côrte-Real niet om een realistisch portret van de financiële wereld, maar om een allegorie van een samenleving waarin materialisme, macht en schijn met elkaar verweven zijn.
Diabolic Vision and Fight opent agressief en instabiel, trekt meteen de aandacht en houdt je in spanning. Muzikaal knap uitgewerkt, maar ook hier blijft het materiaal soms te lang in dezelfde baan draaien. Mimi Kitsch biedt een transparanter, lyrischer klankbeeld, terwijl in Angelino Rigoletto een duistere ondertoon binnensluipt. Santiago Malpago klinkt fragmentarisch en dreigend. Het ultrakorte The Murder werkt daarentegen als een plotselinge geweldsexplosie.
Naast de opener is Redemption het sterkste deel: cello, fagot en Engelse hoorn krijgen een elegische melodie, terwijl contrabas, basklarinet en hoorn de muziek een donkere, teruggetrokken glans geven. Malpago's laatste woorden – “take my soul to safe harbour” – krijgen hier een dubbelzinnige betekenis: verlossing als inzicht, niet als vrijspraak. Juist in dit deel blijkt waartoe Côrte-Real in staat is wanneer hij zijn vertrouwde effecten minder nadrukkelijk inzet: rockachtergrond, filmmuziekervaring en romantisch orkestidioom smelten samen tot een eigen, uitgesproken taal.
De scherpe orkestrale uitbarstingen en de elektrische gitaar werken goed als contrast, maar het verrassingseffect is ook snel verbruikt. Côrte-Real zegt zelf vrij te willen zijn van esthetische stromingen en kringen; in Diabolic Vision and Fight en vooral in Redemption hoor je die onafhankelijkheid ook echt. Jammer dat de rest van de suite dat niveau niet altijd haalt.
Veel gevraagd, niet altijd gegeven
De Berliner Symphoniker tonen zich bijzonder goed opgewassen tegen deze stilistische mengvorm. Côrte-Real dirigeert met een duidelijk gevoel voor waar de spanningspunten liggen en zoekt niet voortdurend naar maximale impact – ook de momenten van terughouding krijgen ruimte. Zo komt de tegenstelling tussen lyrische strijkers, donkere houtblazers, scherp koper en het soms bijna rockachtige slagwerk overtuigend tot zijn recht. De opname, gemaakt van 15 tot 17 april 2025 in de Teldex Studios in Berlijn, klinkt helder en ruimtelijk, met voldoende diepte en zonder de scherpe kanten van koper en percussie weg te poetsen – precies wat dit repertoire nodig heeft.
BLOOD is geen gemakkelijke troostplaat, maar evenmin een aanklacht die haar betekenis aan de luisteraar oplegt. Côrte-Real beschikt over een uitgesproken eigen muzikale taal, waarin Mahler en Sjostakovitsj, filmmuziek en rock elkaar ontmoeten. Wanneer hij zijn middelen doseert, levert dat sterke en soms indringende muziek op. Vooral I know not what tomorrow will bring en Redemption tonen hoeveel potentieel er in zijn compositorische verbeelding zit. De uitvoering door de Berliner Symphoniker tilt ook de minder overtuigende passages boven zichzelf uit.