Wanneer je deze cd opzet zonder alle achtergrondinformatie gelezen te hebben, voel je onmiddellijk dat hier iets bijzonders aan de hand is. Dmitry Demyashkin kiest ervoor zijn programma niet chronologisch te brengen: Ravel opent, Liszt volgt, Debussy sluit af. Op papier een opmerkelijke keuze, maar de logica ervan werkt prima, zeker wanneer de werken van de drie componisten naadloos in elkaar overvloeien.
De drie delen van Gaspard de la nuit van Maurice Ravel (1875-1937) ademen meteen de juiste sfeer. De akoestiek van de Hofkirche St. Leodegar in Luzern blijkt daarbij allerminst een hindernis: ondanks de nagalm blijft alles helder, elke aanslag is hoorbaar. Ondine beweegt en glinstert, zij het soms wel erg expliciet, Le Gibet krijgt de nodige verstilling, en Scarbo voert met zijn grilligheid de spanning verder op, al verliest het spel op momenten van hoge snelheid net iets van zijn scherpte. Het cd-boekje verklaart die explicietere, hardere aanslag: Demyashkin wilde de kerkakoestiek als het ware veroveren, zijn klank niet laten opslorpen door de ruimte. Een begrijpelijk uitgangspunt, maar naar mijn smaak wordt die aanpak toch geregeld storend. Het maakte me bij momenten zelfs wat nerveus.
In de Sonate in b-klein van Franz Liszt (1811-1886) brengt hij zijn spel met de nodige bravoure. Gedurende een half uur volgt een intens parcours dat geen moment verveelt en je vanaf de eerste noot meezuigt. Daar waar de hardere aanslagen wel degelijk storen, treft hij de lyrische passages weloverwogen en ingetogen. Een precies moment of maat is er niet op te plakken – eerder een terugkerend gevoel dat de aanslag hier en daar net iets te veel kracht krijgt voor wat het ogenblik vraagt. De hemelse melodische lijnen die naar een andere wereld lijken te reiken, klinken wel overtuigend en raak, en over het ritme is duidelijk nagedacht: versnellingen worden organisch opgebouwd, niet zomaar ingezet voor effect. Toch blijft er geen onverdeeld positieve indruk hangen. Het doet me afvragen of deze werken niet beter in een gewone studio waren opgenomen. Ik ben in elk geval benieuwd hoe deze interpretatie tijdens een concert zou overkomen.
Dan vloeit Liszt organisch over in Debussy – een van de sterkere momenten van de cd. Waar Liszt nog sterk vanuit beweging en spanning vertrekt, opent Claude Debussy (1862-1918) een andere luisterwereld: lichter, transparanter, kleurrijker. In Reflets dans l'eau vullen die tinten de ruimte op een heel andere manier dan bij Liszt, met mooi opgebouwde verstillingen en een trefzekere registerkeuze. Hommage à Rameau brengt weer wat meer gewicht en klinkt hier bijzonder overtuigend, met een gedragenheid die precies goed aanvoelt. In Mouvement echter, het afsluitende stuk, keert die te expliciete aanslag storend terug: waar dit deel net licht en ritmisch geestig zou moeten opveren, drukt Demyashkin er af en toe te hard doorheen, en dat doet afbreuk aan het fijne, transparante slot dat Debussy hier eigenlijk vraagt.
Dat de ruimte zo'n grote rol speelt, is geen toeval: de opname werd 's nachts gemaakt in de Hofkirche, wanneer de kerk volledig tot rust kwam, en er werd bewust gekozen voor een natuurlijke registratie zonder kunstmatige ruimtelijke effecten. De cd verschijnt in luxeformaat: naast de gewone cd krijg je ook een Pure Audio Blu-ray, met onder meer stereo, 5.1 DTS-HD MA, Dolby Atmos en Auro-3D. Leuke snufjes voor wie erop kickt, maar persoonlijk had ik een video-opname veel interessanter gevonden – al was het maar om te zien hoe die krachtige aanslagen er live uitzien in die kerkruimte.
Wat me verder stoort, is de beperkte speelduur van amper drie kwartier. Voor een uitgave die zich zo nadrukkelijk op de sfeer van de nacht profileert – door het gekozen repertoire zelf, maar ook door de nachtelijke opnamesessie in de kerk – had een aanvulling met ander nachtelijk pianorepertoire voor de hand gelegen: denk aan Chopins nocturnes, Griegs Nocturne uit de Lyrische Stukken, of Schumanns Nachtstücke.
Een boeiende opname weliswaar, die als concept werkt en me ondanks mijn bedenkingen van begin tot einde weet aan te spreken. Toch worden de grote namen hier niet van hun troon gestoten: denk aan Michelangeli's legendarische Gaspard de la nuit, aan Argerich of Zimerman in de Liszt-sonate, of aan Michelangeli en Gieseking in Debussy's Images. Daarvoor ontbreekt het bij Demyashkin soms nog aan dat beetje meer passie, vuur en verstilling dat een uitvoering van het uitzonderlijke naar het onvergetelijke tilt.