Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Schoenmaker, blijf bij je leest

W
· 4 min lezen
Deel dit artikel
Schoenmaker, blijf bij je leest
© Barth Decobecq

Thorvaldsdottir, Schumann en Mahler: een ambitieus programma dat drie sterk uiteenlopende muzikale werelden samenbrengt. Met Anna Vinnitskaya als soliste, het Belgian National Orchestra (BNO) en Matthew Halls op de bok leek men alles in handen te hebben voor een gedenkwaardige avond. Toch bleef er iets essentieels ontbreken.

Van losse details naar een gemiste grote lijn

Dat werd meteen voelbaar bij Aeriality van Anna Thorvaldsdottir (°1977), een ijl en esoterisch stuk dat vooral lang lijkt te duren en na verloop van tijd begint te vervelen. Een mooie, lyrische bijdrage van de strijkers daargelaten, bleef er weinig over dat de aandacht wist vast te houden. Als dit werk voor mij een kennismaking met het oeuvre van de componiste in residence moest zijn, had het helaas het tegenovergestelde effect.

Robert Schumann (1810-1856) dan. Ook hier vooral losse onderdelen: veel aandacht voor details, nauwelijks een grote lijn. Nochtans hadden de musici duidelijk meer in huis – de houtblazers speelden prachtig, de cello's lieten in de eerste twee bewegingen mooi de donkere ondertoon horen. Vinnitskaya speelde gedegen, maar haar bijdrage ging in die begeleiding grotendeels verloren. Schumanns Pianoconcerto is meer dan een opeenvolging van mooie details: het heeft ook romantische gloed en spanning, en daarvoor was in deze uitvoering weinig ruimte. In de finale mag het orkest best verstillen, maar wanneer je het nog nauwelijks hoort, is er iets mis met de balans.

Tussen traagheid en overdaad

En dan Gustav Mahler (1860-1911), waar hetzelfde probleem zich over de hele lijn herhaalde. De eerste beweging werd zo tergend traag ingezet dat het bijna pijnlijk begon aan te doen. Je kon horen dat het orkest vooruit wilde, maar de dirigent hield de teugels strak – traagheid werkt alleen als ze spanning creëert, hier creëerde ze vooral wachten. Ook de klezmerachtige passages, die door de hele symfonie lopen, werden sterk geprofileerd. Mahler verweeft die trekken met ironie in zijn symfonische taal, maar wie ze te nadrukkelijk als 'klezmer' presenteert, maakt er iets geforceerds van.

De tweede beweging werd tenminste met overtuiging gespeeld. Bij kräftig bewegt mag het best fors klinken, maar ondanks doch nicht so schnell klonk het geheel toch te log. De derde beweging startte onzeker en niet helemaal zuiver, al zat er gelukkig drive in, ohne zu schleppen; een mooie passage voor harp en strijkers zorgde voor een moment van verfijning. Even was er hoop.

Die hoop verdween in de finale, waar meteen alle orkestrale kracht werd ingezet. Van dosering was nauwelijks sprake: de luide passages werden naar het einde toe ook nog eens versneld, precies het recept voor een publiek dat onder de indruk raakt en luid applaudisseert. Alleen: moet Mahler het daarvan hebben?

Op het einde stonden trompet en trombone bovendien naast de hoorns rechtop te spelen – nodig was dat allerminst, terwijl Mahler dat effect enkel voor de hoorns voorschrijft. Het slot werd zo een ware blazersdemonstratie waarbij de strijkers volledig werden weggedrukt: het had iets weg van een decibelkampioenschap.

Wanneer interpretatie de partituur in de weg zit

Het probleem lag niet bij het BNO, dat deze avond meermaals liet horen zowel kracht als fijnzinnigheid in huis te hebben. Het probleem was een dirigent die zowel bij Schumann als bij Mahler zijn eigen lezing belangrijker leek te vinden dan de muzikale logica van de partituur, en daarmee beide componisten en de soliste tekortdeed. Misschien maakte Halls bij een eerdere gelegenheid met Beethoven een uitstekende indruk, maar Mahler is andere koek: het volstaat niet om tempi te kiezen en extremen uit te vergroten, je moet ook weten wanneer je níét moet ingrijpen. Deze uitvoering was voor mij dan ook geen uitnodiging om hem verder te volgen.

Een laatste kanttekening, los van de muzikale beoordeling: het kan charmant zijn wanneer een Engelse dirigent in Bozar het publiek in het Frans probeert toe te spreken. Dat hij dat uitsluitend doet, is anno 2026 niet te verdedigen. Misschien wist Halls niet beter, maar net daar ligt het probleem: in een nationale culturele instelling in Brussel, hoofdstad van zowel België als Vlaanderen, zou het maar normaal moeten zijn dat ook het Nederlandstalige publiek wordt aangesproken. Dat dit blijkbaar nog altijd niet vanzelfsprekend is, vind ik onaanvaardbaar.

Details

Wie
Belgian National Orchestra o.l.v. Matthew Halls met Anna Vinnitskaya, piano
Waar
BOZAR, Brussel, 20.00
Wanneer gezien
11 september 2026
Foto credentials
Barth Decobecq
Deel dit artikel
NL