Een nieuw werk bespreken is altijd een uitdaging. Er bestaat nog geen uitvoeringsgeschiedenis, geen traditie, geen referentiepunt waarmee je kan vergelijken. Ik trok dan ook met een open geest en redelijk onvoorbereid naar Uw Vlees en Bloed. Enfin, ik lees Olyslaegers en beluister Neve, dus helemaal blanco was ik nu ook weer niet. Toen ik achteraf mijn notities bekeek, zag ik vooral deze woorden terugkeren: goosebumps, ontroering, woede, ontzetting, hoop, schoonheid. Dat bleek een verrassend accurate samenvatting van de avond.
Wat meteen opviel, was dat de collectiviteit van de prestatie primeerde. Op geen enkel moment eiste iemand een prominente rol voor zich op. Natuurlijk zijn er solisten, maar muziek, woord, koor en ensemble vloeien voortdurend in elkaar over. Het resultaat is een rijk kleurenpalet waarin de diversiteit aan stemmen en rollen het geheel alleen maar versterkt, zowel in de muziek als in de manier waarop verhaal, personages en ideeën gestalte krijgen.
Die rijkdom was al vanaf het begin voelbaar. Het openingskoor was ronduit machtig. Meteen werd duidelijk hoeveel deze passie muzikaal aan Bach verschuldigd is, maar even duidelijk hoorde je overal de signatuur van Jef Neve. De muziek knipoogt naar eeuwenoude modellen zonder ooit een pastiche te worden.
Ook de Nederlandse tekst viel op. Die is opmerkelijk zingbaar getoonzet, en wellicht ook zo geschreven. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in onze taal is dat allerminst een sinecure. De samenwerking tussen Jeroen Olyslaegers en Jef Neve blijkt hier bijzonder vruchtbaar. De muziek dient de woorden, versterkt ze, kleurt ze in en brengt ze soms met een kracht binnen die recht naar hart en hoofd gaat. Exact wat Neve altijd betracht.
De eerste stem die ons door het verhaal leidt, is die van de vertellende moeder, gezongen door An Pierlé. Geen evangelist zoals bij Bach, maar een moeder die tegelijk getuige en protagonist is. Aanvankelijk beweegt ze zich in recitatiefvorm, begeleid door continuo, opnieuw een duidelijke verwijzing naar de passietraditie. Maar geleidelijk krijgt ze een volledig eigen plaats in de partituur. Even wennen misschien, maar Pierlé neemt je al snel op sleeptouw. Ze zong alles uit het hoofd, wat op zich al indrukwekkend is gezien de omvang van haar partij. Haar natuurlijke stem bleek bovendien regelmatig een extra interpretatieve laag aan de tekst toe te voegen.
Het koor van Vocaal Ensemble Reflection was al even indrukwekkend. Turbae, koralen, zelfs aria's: alles werd met een vanzelfsprekendheid en overtuiging gebracht. Zoals bij Bach verschuiven de koralen van identificatie naar afwijzing. Eerst geven ze hun hart aan het lam, later keren ze zich tegen hem. Die evolutie werkte bijzonder sterk, zowel muzikaal als inhoudelijk.
Ook het ensemble B.O.X. leverde een buitengewone bijdrage. Hun kleurenrijkdom viel al vroeg op, onder meer bij de passage waarin gezongen wordt dat "het er niet toe doet". De instrumentale commentaren en tussenkomsten bleven de hele avond nieuwe dimensies toevoegen. Wat vooral indruk maakte, was het bijzonder homogene samenspel. Samen bouwden de musici aan een klankwereld vol patine, nuance en kleur. Van viool tot trombone kreeg elke instrumentale stem betekenis binnen het grotere geheel. Wanneer een instrument even uit het weefsel naar voren trad, gebeurde dat nooit zomaar. Elk klein solomoment was prachtig gespeeld en gaf extra reliëf aan de tekst en de muziek. Pieter Theuns op theorbe vormde daarbij letterlijk en figuurlijk een stevige basis. Vooral wanneer het lam zingt "ik vrees voor dat giftig geschenk" kreeg zijn begeleiding iets dat Bach-plus aandeed: ondersteunend, verfijnd en emotioneel geladen.
Het duurt tot pagina negen van het libretto vooraleer het lam aantreedt. Dat bracht me tot een reflectie die me de hele avond niet meer losliet. Deze passie is overduidelijk gemodelleerd naar de ons bekende passieverhalen. Ze is anders, maar tegelijk verrassend herkenbaar. Tijdens het concert bekroop me voortdurend de gedachte dat er tussen humanisme en katholicisme een grote groep mensen bestaat die zich niet volledig thuis voelt in één van beide kampen. Geen grijze zone, maar eerder een regenboog van overtuigingen, twijfels, interpretaties en gevoeligheden. Daarin schuilt volgens mij een van de grote krachten van dit werk. Iedereen vindt ergens zijn of haar kleur terug.
Wanneer Mady Bonert als het lam verschijnt, wordt duidelijk hoe centraal deze figuur staat. Het lam representeert onmiskenbaar Christus zonder ooit expliciet Christus genoemd te worden. Bonert zingt die rol met een ongelooflijke kwaliteit en inleving. Opvallend genoeg wordt deze figuur, die in traditionele passies bijna altijd door een diepe bas wordt vertolkt, hier gezongen door een hoge sopraan. En toch is de impact exact dezelfde. Misschien zelfs groter omdat de kwetsbaarheid nog tastbaarder wordt.
Wat mij vooral trof, was de kracht waarmee woorden muzikaal kleur kregen. Olyslaegers schrijft al bijzonder beeldend, maar Neve weet bepaalde woorden een extra lading te geven. "Verraad", "toefluisteren", "lijden", "afzien", "patriarchaat": telkens leek de muziek die woorden nog scherper in het geheugen te griffen.
Er waren ook momenten van pure ontroering. De aria "Blijf maar bloeden lief hart" was werkelijk prachtig. Even later veroorzaakte het tussenspel voor "Het lam is depressief" opnieuw die typische goosebumps waarvoor muziek geen woorden meer nodig heeft. En wanneer het lam de parafrase van Christus' gebed uitspreekt: "laat deze kelk aan mij voorbijgaan", begeleid door slechts enkele pianoakkoorden krijgt leegte, angst en verlatenheid een bijna tastbare vorm.
Gaandeweg sluipt ook de actualiteit steeds nadrukkelijker het verhaal binnen. Klimaatactivisme, sociale media, populisme, toxisch leiderschap: het lam wordt geconfronteerd met de uitdagingen van onze tijd. Het heeft zich "illegaal vastgehecht", wordt beschimpt, bedreigd en uiteindelijk veroordeeld door een steeds luidruchtiger wordende publieke opinie.
In een eerder interview bij Klassiek-Centraal had Neve over het werk gezegd dat passieverhalen uiteindelijk altijd gaan over mensen die de maatschappij confronteren met haar tekortkomingen en daarom zelf worden opgeofferd. Terwijl ik luisterde naar de beschuldigingen, het populisme, de fake stories en het steeds luider wordende koor, besefte ik hoe treffend die gedachte hier uitgewerkt wordt. Het lam is tegelijk individu en spiegel. Niet alleen van Christus, maar ook van iedere mens die het aandurft ongemakkelijke vragen te stellen.
Een cruciaal moment voor mij kwam wanneer het lam voor het gerecht verschijnt. De hogepriesterfiguur verwijt hem dat wetenschap zijn god is. Het antwoord van het lam raakt volgens mij zowel de kern van het humanisme als van het christendom:
"Ikzelf heb hier geen God voor nodig. Bevindingen volstaan, daden zijn gewenst."
Dat is wellicht het meest filosofische punt van de hele avond. Olyslaegers ontkent nergens het bestaan van God. Hij stelt vooral de vraag wat wij zelf bereid zijn te doen. Want uiteindelijk zullen wij het zelf moeten doen.
Vanaf dat moment dendert het tweede deel aan een verbluffend tempo verder. De Petrusfiguur verraadt het lam. De Judasfiguur beseft dat hij een meeloper is geweest. Fake stories, vox populi en de zogenaamde man van het volk verschijnen ten tonele. De leider van de democratie besluit uiteindelijk zelfs: "Ik ga mijn handen wassen. Los het zelf op." Duidelijker kan een verwijzing naar Pilatus nauwelijks zijn.
Ondertussen blijft An Pierlé schitteren als vertellende moeder. Het kind, prachtig vertolkt door Lisa Lowyck, vormt een ontroerend contrapunt. Haar voortdurende vragen aan haar moeder en de bezorgdheid om het lot van het lam maakt het verhaal herkenbaar en menselijk.
Een absoluut hoogtepunt was de grote aria waarin het lam zingt:
"Wat nu bij mij heerst is verlatenheid."
De emotionele impact daarvan was enorm. Niet omdat een god het verlaten heeft, maar omdat vrienden, buren en medemensen het laten vallen. Dat maakt de boodschap des te confronterender.
En dan verdwijnt het lam.
Tenminste, dat lijkt zo.
De moeder verwijst naar muren die trillen en rotsen die scheuren. Het kind vraagt: "Is het lam dood?" Daarna verschijnt de Hele Oude Mevrouw en maakt het verhaal af. Is er dan toch een soort van verrijzenis?Ze onthult:
"Meermaals gestoofd, nooit vergaan. Ik ben het lam."
Het slot is tegelijk eenvoudig en diep ontroerend. Terwijl het kind roept: "Mama, kijk eens wat ik kan!" en trots antwoordt "Hoger springen", klinkt een prachtig slotkoraal. Geen groot mirakel. Geen spectaculaire verrijzenis. Gewoon het leven dat verdergaat. Het goede dat weigert te verdwijnen.
Een medeconcertganger vertelde mij na afloop dat de tekst op zichzelf al een meesterwerk is. Daar ben ik het mee eens. Maar de muziek die Neve op deze woorden gezet heeft, tilt ze nog een niveau hoger. Vooral in de meest indringende passages gaan tekst en muziek zo naadloos samen dat ze door merg en been gaan.
Ook de uitvoerders verdienen nogmaals alle lof. Mady Bonert, An Pierlé en Lisa Lowyck waren uitstekend. Het koor zong met overtuiging en bezieling. Het ensemble speelde kleurrijk, alert en betrokken. Patrick Windmolders leidde alles met een heldere, rustige hand. Nooit theatraal, nooit nadrukkelijk aanwezig, maar wel voortdurend de onzichtbare kracht die alles bijeenhield.

Dit werk en deze uitvoering zijn van een niveau dat ik zonder aarzeling kathedraalwaardig zou noemen. Niet omdat het een religieus werk is, maar omdat het uitnodigt tot reflectie over de grote vragen van het menselijk bestaan. Over schuld en verantwoordelijkheid. Over de rol van de massa. Over wat wij verwachten van leiders, van goden en vooral van onszelf.
Dat is de grote verdienste van Olyslaegers en Neve. Ze actualiseren een eeuwenoud verhaal zonder het te bruskeren. Ze verrijken het zonder het te ontkennen. Ze tonen dat de passie geen museumstuk is, maar een levende vorm die vandaag nog altijd iets wezenlijks te zeggen heeft. Voor gelovigen, voor humanisten en voor al die mensen die zich ergens in die brede regenboog tussen beide bevinden.
En ergens tussen Bach en vandaag, tussen geloof en humanisme, tussen wanhoop en hoop, raken zij precies de juiste snaar.