Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Tussen licht en schaduw

W
· 4 min lezen
Deel dit artikel
Tussen licht en schaduw

Eigenlijk had men voor deze cd geen betere titel kunnen vinden dan Clair-obscur. Als er één begrip is dat zich onmiddellijk met de hier gespeelde werken verbindt, is het dit wel: licht en donker, verstilling en beweging, pijn en soms een glimp van hoop lopen voortdurend door deze muziek heen. Pianist Tal Walker heeft een fijn toucher en weet de toon van deze intieme muziek onmiddellijk te vatten. Hij geeft kleur aan verstilling: een stilte draagt bij hem een soort ingehouden spanning. Op andere momenten geeft hij wat meer kracht, altijd gedoseerd, alsof hij precies aanvoelt hoeveel een frase nodig heeft en niet meer dan dat.

De gekozen miniaturen van Lili Boulanger (1893-1918) wisselen van stemming, al blijft die overwegend duister. Walker speelt doorgaans ingetogen, maar in Cortège laat hij die terughoudendheid net iets meer los: plots is er meer beweging, meer lucht – een welkome verademing tussen de meer naar binnen gerichte stukken. Bij Thème et variations wordt de intensiteit meteen groter, en dat is niet toevallig: het eerste deel draagt in de partituur het opschrift Assez lent, avec douleur, mais noble – traag, met pijn, maar nobel. Die pijn is dan ook precies wat je in het pianospel hoort en ze blijft aanwezig in de rest van de variaties. Heel af en toe lijkt er iets van licht doorheen te schemeren, maar dat wordt vrijwel onmiddellijk weer in de kiem gesmoord, alsof de muziek zichzelf geen ontsnapping gunt.

Dat sluit nauw aan bij de biografie van Lili Boulanger. Haar korte leven werd sterk getekend door ziekte, terwijl ze tegelijk een uitzonderlijke muzikale ambitie en scheppingsdrang bezat. In zijn toelichting bij de cd noemt Walker die spanning tussen licht en donker zelf als een van de elementen die hem in haar muziek bijzonder aantrekken. Daardoor is het moeilijk om Thème et variations volledig los te horen van haar levensverhaal. Het sterke van deze uitvoering is echter dat de pijn vanuit de muziek zelf komt, in de aanslag en de dosering, eerder dan uit het nadrukkelijk inzetten van de biografie als interpretatiesleutel.

De combinatie met muziek van Gabriel Fauré (1845-1924) is bijzonder logisch. Boulanger kende Fauré al van jongs af aan; ze woonde als kind lessen bij aan het Conservatoire waar hij later directeur werd en droeg een van haar liederen aan hem op. Faurés Thème et variations in cis mineur uit 1895 – zijn langste werk voor piano – vormde bovendien een belangrijke referentie voor Boulangers eigen werk. Wie beide werken na elkaar hoort, herkent overeenkomsten in de brede pianotexturen en in de manier waarop het thema steeds opnieuw wordt belicht. Boulangers versie heeft daarbij een sterkere romantische gedrevenheid en een dramatische spanning die je bij Fauré niet helemaal op dezelfde manier terugvindt.

Misschien had men Boulanger en Fauré zelfs nog wat meer door elkaar kunnen afwisselen – dat had de luisterervaring nog spannender kunnen maken. Wie niet naar de nummering keek, zou zich soms kunnen afvragen: hoor ik nu Boulanger, of Fauré? Bij Fauré valt wel af en toe een iets steviger aanslag op, bijvoorbeeld in het Allegro vivo uit zijn Thème et variations, maar beide componisten worden hoe dan ook met veel liefde gespeeld.

Met de Huit pièces brèves verandert de sfeer merkbaar. Hier krijgen we een levendiger, levenslustiger kant van Fauré te horen. Het Capriccio wordt met veel overgave gespeeld, terwijl het Adagietto even voor rust zorgt, een korte adempauze na de intensiteit van wat voorafging. De daaropvolgende Improvisation wordt bijzonder elegant gebracht: Walker laat de muziek vloeien zonder haar te laten vervagen. Allégresse brengt daarna opnieuw vaart en lichtheid, een prettige verschuiving na de meer geconcentreerde passages ervoor. En dan volgt nog die heerlijke Nocturne als afsluiter – niet verstild zoals elders in het programma, maar vol gloed, om pas daarna langzaam uit te doven.

Wat vooral bijblijft na het beluisteren van deze cd, is het spel van Tal Walker. Zijn lichte toets, zijn gevoel voor kleur en vooral zijn trefzekere dosering maken deze opname overtuigend. Hij weet kracht te gebruiken wanneer de muziek daarom vraagt en voelt even goed aan wanneer een terughoudende aanpak meer zegt. Daardoor krijgen de verschillende stukken elk hun eigen gezicht, terwijl het programma als geheel toch een duidelijke samenhang behoudt.

Een ijzersterke cd dus, met intrigerende werken – en een pianist die je na deze kennismaking vooral ook live aan het werk wilt horen.

Besproken cd

Clair-Obscur

Tal Walker

Label
Antarctica · AR 082
Verschijningsdatum
3 september 2026
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL