Zoek
Sluit dit zoekvak.

Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

© Evy Ottermans

Transit, of hoe luisteraars ook toeschouwers worden

Wanneer er stronken prei aan te pas komen om een dansje uit te voeren, weten we dat het over niet veel anders dan hedendaagse klassieke muziek kan gaan. Voeg daar videotechnologie, kunstmatige intelligentie, alternatieve instrumentatie, minimalisme en een schep genderproblematiek aan toe en de contouren van nieuwe klassieke muziek komen duidelijk in beeld. Een overzicht van een weekend Transit in Leuven, waar luisteraars ook toeschouwers werden.

De Duitse componist Michael Beil verraste met zijn schilderachtige compositie Hide to Show waarin een sprookje wordt verteld over de paradoxale wortels van eenzaamheid – communicatietechnologie en sociale media. Beils compositietechniek houdt zich ver van muzikale ontwikkeling. Zijn structuur bestaat uit scrollen door een nerveuze opeenvolging van scènes en uit memes die voortdurend herhalen, herformuleren, variëren, circuleren en muteren. Een gouden vondst is de enscenering. Acht musici (van Nadar Ensemble) zijn verdeeld over een rij van zes geblindeerde (kleed)hokjes. Wanneer de jaloezieën open zijn zien de toeschouwers hoe zij spelen – ieder voor zich, maar toch is er samenklank. En zij dansen, verkleden zich, gaan uit hun bol, bevriezen. Wanneer de jaloezieën dicht zijn dienen die als projectieschermen voor opnamen die door twee (live)videocamera’s zijn gemaakt. En soms zijn de blinden maar halfdicht zodat realiteit en virtualiteit zich met elkaar vermengen. Het resultaat heet hyperrealiteit. De hamvraag is wat er al dan niet is verborgen. Die voortdurende verwarring is perfect in overeenstemming met communicatie op sociale media waarop evenmin altijd duidelijk is met wie of wat men te maken heeft.

De rijkdom van Beils compositie bestaat in een kleurrijke sprookjesachtige kruisbestuiving van video en muziek. Dat betekent dat luisteraars ook toeschouwers zijn. De muziek is zowel akoestisch als elektronisch en tape, alles met een luchtige textuur, onder Japanse, Russische, Amerikaanse en Europese invloeden. Ook maakt hij functionele grappen zoals dansen met stronken verse prei. De kostuums zijn voorzien van kinderlijke patronen in felle kleuren. De pruiken zijn blond of turquoise. Soms dragen alle musici een bril en dan weer niet. Het is een verkleedpartij waarin volwassenen met overgave terug huppelen naar hun kindertijd. De sfeer is meestal plagerig, soms clubby of hip, en dan weer uitdagend en smachtend zoals in een midsummer nights dream. Nadar Ensemble, voor wie Beil dit stuk heeft geschreven, en Hide to Show lijken twee handen op één buik. Zij voelen elkaar perfect aan. Dat een combinatie van muziek, beweging, mimiek en gestiek haast natuurlijk blijkt te kloppen komt niet vaak voor. Dat kan alleen uit de verf komen na een intens repetitietraject die ertoe leidt dat uit het hoofd wordt gespeeld, zoals Nadar liet zien. Het was een overtuigend concert, dat perspectief biedt op verdere ontwikkeling van een nieuwe muziekstijl waarin video en technologie concrete en gebalanceerde toegevoegde waarde bieden. Dat die combinatie in een behoefte kan voorzien, bleek ook uit aanwezigheid van gezinnen met kinderen. Zelfs waren er groepen kinderen die na afloop van het concert op een winderige binnenplaats een paar van de dansjes uitprobeerden. Er is dus hoop.

© Evy Ottermans

Maar het succes van Hide to Show betekent niet dat het gebruik van vaste structurerende elementen zijn beste tijd heeft gehad. Eeuwenoud en steeds weer jong zijn de pogingen om muziek te vangen in wiskundige modellen. Sinds Aristoteles de basis van harmonieleer heeft gelegd met zijn theorie van planetaire sferen, heeft het verlangen naar systematiek ons nooit meer losgelaten. De Amerikaanse componist Tom Johnson (°1939) is al jaren in de weer met wiskundige blokontwerpen waarin tellen centraal staat. Pianist Daan Vandewalle speelde zijn compositie Solutions (9, 3, 2), een wereldpremière. Johnson haalt hier 36 systemen van negen noten uit elkaar en zet ze weer in elkaar, zij het met variaties als dalende sequensen, open en gesloten akkoorden, kale melodielijnen, reductie van noten, heel langzame tot iets snellere tempi, lange en korte rusten, luider en zachter, fugatisch, puntig, gebonden of kurkdroog. Vandewalle is een meester in de nuance. Naarmate het tempo daalt en steeds minder noten worden gespeeld wordt een glibbertje in de aanslag, of een microseconde te lange rust auditief genadeloos afgestraft. Ondanks die risico’s bleek Vandewalle niet voor een gat te vangen, het klonk in ieder geval niet mathematisch – gelukkig maar.

© Evy Ottermans

Op instrumenteel gebied bracht de Nederlandse koperblazer Marco Blaauw een verfrissende vernieuwing. In de compositie O.M. Rising van de Britse componist/cellist/activist Ayanna Witter Johnson gebruikte hij een felrode pocket trumpet met een bijpassende zakmegafoon, om zowel te dempen als te versterken. Een pakkend stuk waarin een enkele stem zich uitspreekt tegen raciale en gender-ongelijkheid – sober, prikkelend en daardoor effectief. Gendervraagstukken kwamen ook aan de orde in de première van Counterforces van de Vlaamse componist Frederik Croene. Op een tekst van Dominique De Groen zongen Amina Osmanu, Lore Binon en IKRAAAN over de aardse en sociale kracht van vrouwen, gespiegeld aan de bedenkelijke rol die de man heeft gespeeld bij veranderingen in de wereld. Achtergrond werd aangeleverd met repetitieve interventies door componist Frederik Croene aan de piano en met tape (monotone motorfietsen en slijpschijven). Op instrumenteel vlak gebeurde er niet veel in Counterforces. Dat hoeft ook niet, temeer daar het stuk wordt gedragen door de tekst. Maar de verhouding tussen de gezongen en de instrumentale delen was grotendeels uit balans waardoor veel van de tekst verloren ging. Er liep bovendien geen boventiteling mee.

Een andere lijn is voortzetting van het eerherstel van tonaal schrijven. Op Transit waren er twee voorbeelden van jonge componisten die schrijven in (verwijde) tonaliteit. Al enkele jaren is tonaliteit geen taboe meer. De tijd dat een compositiestudent de straat niet meer op durfde omdat hij werkte aan een tonaal stuk, ligt minstens een decennium achter ons. Ensemble Klang, een zestal musici dat zonder dirigent speelt, waagde zich aan twee nieuwe stukken van Maya Verlaak en Jesse Broekman. Van Verlaak werd Conditions gespeeld, een compositie van zwevende harmonieën, waarbij de musici over de uiteinden van de zaal waren verdeeld. Hierdoor verschoof het perspectief van het traditionele statische eenrichtingsverkeer vanaf het podium naar een ruimtelijke beleving, vergelijkbaar met een reis door de kosmos. Verlaak lijkt hiermee een nieuwe weg te zijn ingeslagen. Zij is bekend van speelse composities waarin technologie en auditieve humor een hoofdrol opeisen. Met Conditions voegt zij nu een contemplatief element aan haar oeuvre toe.

Klang speelde ook will it be like this for a long time, you asked, een opvallende creatie van Jesse Broekman. In dit meditatieve stuk werd de hoofdrol gespeeld door percussionist Joey Marijs. Hij bracht met zijn tedere behandeling van speciaal verzaagde aluminium platen een stille kracht van Aziatische geuren en texturen naar de zaal. Soms klonken zijn platen als een gamelan, dan weer als klokken. Pianist Saskia Lankhoorn refereerde met haar prepared piano aan John Cage, die omstreeks 1940 veel van dat genre heeft geschreven. Zij streelde de tussen de snaren geplaatste wierookstokjes zo vloeiend dat het dicht bij een drone kwam. Verlaak en Broekman hebben met hun nieuwe composities een tonale toonspraak gevonden die, zo bleek, zich via saxofoons en elektrische gitaar goed thuis voelt in een niet-klassieke bezetting.

© Evy Ottermans

Dat luisteraars zich bij veel nieuwe muziek moeten schikken in een dubbelrol als toeschouwer bleek in de compositie Non sono Dei quelli fatti con le mani voor zes stemmen en zes muzikanten van het Italiaanse duo Mauro Lanza en Claudio Panariello. Er was veel te zien bij de uitvoering van Spectra Ensemble en HYOID Voices. Na een lang openingsweefsel van drones tonen de vocalisten zich multi-inzetbaar, door met flesopeningen te fluiten, blokfluit te spelen en mondharmonica’s in te zetten. De titel (“Zij die met handen gemaakt zijn, zijn geen goden”) verwijst naar kunstwerken die door kunstmatige intelligentie -dus niet door mensenhanden- zijn gemaakt. In deze compositie is gebruikt gemaakt van passages uit een van de iconische missen van Guillaume Dufay (1397-1474), waarvan tien verschillende versies zijn gebruikt om algoritmes te creëren die nieuw materiaal opleverden. Dat alles leidde tot een stevig geconstrueerd vocaal en muzikaal verhaal waaronder een virtuoos geknoopt tapijt van AI-kunst was gelegd.

Disiecta Membra (“verspreide ledematen”) van Mauro Lanza voor zes stemmen, verwijst via citaten naar de catalogus van ledematen in de zeven cantates van Dietrich Buxtehude (1637-1705) maar wordt nu in verband gebracht met een parodie over het slachten van een varken. Ook hier kleurden de vocalisten regelmatig buiten de lijntjes: een weefsel van klinkers werd afgewisseld met stootjes in de mondharmonica of met gepiep van een plastic speelgoedvarken. Gefloten deuntjes verplaatsten de toeschouwer naar de routine van het slachthuis. De wijde en elegante armgebaren van dirigent Filip Rathé en de expressieve manier waarop de zangers de bladen van hun partituur omsloegen maakten het kijkspel compleet.


WAT: Transit – open mind, open ears

WAAR: STUK, Leuven

GEZIEN: 20-22 oktober 2023

Nieuwsbrief

Meer Lezen

© Klassiek Centraal – build & hosted door Kyzoe.be

Join Us

Subscribe Our Newsletter

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.Consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo. ex ullamcorper bibendum. Vestibulum in mattis nisl.