Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Speelsheid en verfijning: Mozart en Rossini in perfecte balans

Met een programma dat volledig draaide rond Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) en Gioachino Rossini (1792-1868) bewees het Belgian National Orchestra (BNO) op woensdag 13 mei in Bozar hoe onweerstaanbaar een operagala kan zijn wanneer muzikaliteit, stijlgevoel en theaterinstinct samenvallen. Centraal stonden de Frans-Italiaanse mezzosopraan Lea Desandre en de Britse bariton Huw Montague Rendall, twee jonge zangers die elkaar artistiek wonderwel aanvulden.

Voor Desandre betekende deze avond bovendien een nieuw hoofdstuk binnen haar residentie als portretartiest van Bozar, waar ze dit seizoen haar opmerkelijke veelzijdigheid etaleert. Onder leiding van de jonge, maar opvallend mature Sasha Scolnik-Brower kreeg de avond meteen vaart, elegantie en spanning. Van bij de eerste maten voelde je het: hier stond een orkest in topvorm.

Scolnik-Brower leidde het BNO met een vanzelfsprekende autoriteit en een scherp gevoel voor stijl. Hij vuurde het orkest voortdurend aan, maar deed dat zonder nadrukkelijkheid of effectbejag. In de beide Mozart-ouvertures – Le nozze di Figaro en Così fan tutte – hield hij de muziek vinnig, nerveus en transparant, precies zoals ze hoort te klinken. Geen log symfonisch gewicht, wel spanning, elegantie en theatrale puls. De strijkers speelden scherp gearticuleerd, de houtblazers kleurden met finesse, terwijl de dirigent voortdurend adem en beweeglijkheid in de muziek hield. In Rossini kwam zijn stijlgevoel nog sterker tot uiting. Meteen in de sprankelende ouverture van Il barbiere di Siviglia liet Scolnik-Brower horen hoe goed hij dit repertoire aanvoelt: ritmisch alert, bruisend van energie, maar altijd gecontroleerd en verfijnd. Ook in het kleurrijke Temporale bouwde hij de spanning minutieus op.

Lea Desandre bevestigde opnieuw waarom zij vandaag tot de interessantste stemmen van haar generatie behoort. Haar mezzosopraan klonk volledig vrij van maniërisme of goedkoop effect. Alles was verfijnd uitgewerkt: de lijn, de dictie en de dynamiek. In Cherubino’s “Non so più cosa son, cosa faccio” uit Le nozze di Figaro trof vooral de natuurlijke beweeglijkheid waarmee zij de rusteloze verliefdheid van het personage wist te vatten. Nog mooier was misschien “Voi che sapete”, sober gezongen, zonder enige koketterie of overacting, en precies daardoor ontroerend.

De grote openbaring van de avond was echter bariton Huw Montague Rendall. Wat een présence. Wat een natuurlijk talent voor theater. Vanaf zijn eerste entree beheerste hij het podium volledig. Hij speelde niet alleen zijn rollen – hij leefde ze en trok het publiek mee. In “Deh vieni alla finestra” uit Don Giovanni combineerde hij vocale elegantie met een subtiele ironie die perfect bij het personage past. Zijn stem bezit een mooie lyrische soepelheid, maar tegelijk voldoende kern en projectie om dramatisch gewicht te geven aan de tekst.

In Rossini kwam daar nog een onweerstaanbaar gevoel voor timing bij. Vooral in Figaro’s beroemde “Largo al factotum” uit Il barbiere di Siviglia bleek Rendall ronduit magistraal. Met een schijnbaar moeiteloze dictie, een feilloos gevoel voor ritme en een bruisende podiumprésence sleurde hij het publiek volledig mee in Rossini’s theatrale wervelwind. Alles klopte: de flair, de ironie, de speelsheid. Zowel zijn laatste Mozart-aria als deze Rossini-kaskraker bracht hij bovendien met zichtbaar plezier, inclusief kleine kwinkslagen naar het publiek die nooit goedkoop of gezocht werden. Rendall heeft dat zeldzame instinct waardoor theater vanzelfsprekend lijkt. Dit is zonder twijfel een zanger die men graag eens in een volledige operaproductie aan het werk wil zien.

Tussen Desandre en Rendall groeide bovendien gaandeweg een opvallend natuurlijke muzikale verstandhouding. Zij benaderde het repertoire vanuit verfijning, lijn en innerlijke concentratie; hij vanuit theatrale impuls, speelsheid en directe communicatie. Juist die contrastwerking werkte bijzonder goed: waar zij de frasering verinnerlijkte en als het ware naar binnen zong, opende hij het spel en gaf hij de scène lucht en spanning.

In hun duetten leverde dat een spontane levendigheid op die je in operagala’s zelden zo organisch hoort ontstaan. Niets voelde ingestudeerd of mechanisch “samengebracht”; eerder ontstond het gevoel van echte interactie op de scène, met luisteren, reageren en subtiel aansturen in het moment zelf. Daardoor kregen ook de bekendste pagina’s een frisheid alsof ze ter plekke opnieuw werden uitgevonden.

Ook de bisnummers waren meer dan een obligaat extraatje. Ze vormden een kleine uitstap naar andere muzikale horizonten en deden alleen maar verlangen naar verdere samenwerkingen tussen deze beide zangers, dirigent en orkest.

Wat vooral bijblijft, is de vanzelfsprekendheid waarmee deze avond muzikaal niveau koppelde aan puur plezier. Geen routineus gala, maar een concert waarin alles leek te kloppen: een orkest in topvorm, een inspirerende dirigent en twee solisten die elk op hun manier volledig overtuigden. Een heerlijke muzikale avond.

Details:

Titel:

  • Speelsheid en verfijning: Mozart en Rossini in perfecte balans

Wie:

  • Belgian National Orchestra o.l.v. Sasha Scolnik-Brower met Lea Desandre, sopraan, en Huw Montague Rendall, bariton

Waar:

  • BOZAR, Brussel

Wanneer:

  • 13 mei 2026

Foto credentials:

  • S. Brion, Warner Classics