De meningen zullen uiteenlopen, zoals altijd trouwens, bij de toehoorders zowel zij die in de zaal het beleven in die telkens weer bijzondere sfeer die er heerst gedurende elke seconde van de wedstrijd. Wie thuis luistert via de website van de wedstrijd, TV of via de radio beleeft het even intens. De luisterervaring is voor niemand dezelfde, noch voor wie in de zaal zit, noch voor wie thuis luistert. Wie het van radio of TV of computer moet hebben, hoort het anders omdat de micro’s zo gesteld zijn dat je bijna in de cello zit. In de zaal hangt zoveel af van de plaats waar je zit en of de pupiter met de partituur voor het instrument staat of niet, zit je dichtbij of veraf, op de parterre of een balkon en en en… Kortom, voor iedereen, juryleden inbegrepen, is het altijd anders…
Fang Man (°1977)- Four Odes to the Tidings of Flowers
De chaos in het stuk overvalt me deze keer. Pagano probeert allerlei, maar heeft het zwaar, al speelt hij met veel kunde. Hij snijdt fel met de strijkstok en laat hem kreunen wat deel is van de partituur. Het is niet al te cello-vriendelijk en de vraag kan en mag gesteld worden of dit werk wel iets is voor iedereen. Fysiek veeleisend, rare en te veel glissando’s, allerlei uitersten die de techniciteit tot op het randje van het kunnen uittesten overheersen op de tonaliteit. Confronteert Ettore Pagano de componiste met de gebreken van het werk? Zoja, dat is dit een uitvoering als geen ander.
Sergey Prokofiev (1891-1953) – Sinfonia concertante op. 125
Pagano heeft veel inzet en moeite nodig om te boeien, maar stress hindert hem in het zich uitleven. Hij speelt behoorlijk zuiver, met soms een beetje niet te pure intonatie al stoort het niet. Waarom raakt deze musicus me maar beperkt? In het langzame deel tovert hij bijzonder fraaie, gebonden, ontroerende muziek naar voor. Hier verovert hij mij, alleen is het bij dat deel gebleven en bleef ik verder wat onzeker. Pas in het laatste deel herpakt hij zich en speelt lichter, vlot en soepel, wat té want opnieuw is er even wat onzuivere toonzetting. Er is duidelijk wel speelvreugde en dat is toch een element dat thuishoort op het podium.
Fang Man – Four Odes to the Tidings of Flowers
Dietlin speelt behoorlijk soepel, maar niet minder geconcentreerd om met het instrument en het plichtwerk. Haar inzetten zijn minder krakend, ze weet de strijkstok te hanteren. Noteer dat de rechterhand met de strijkstok het muzikale stuur is van elke strijker, van violist tot contrabasist. Wil de rechterhand / -arm niet mee, dan lukt het spel niet. Van zo een probleem heeft deze laureate alvast geen hinder. Haar lezing van dit plichtwerk is niet visionair, maar ze is verstaanbaar, doorzichtig en vol zelfbeheersing. Minder fysiek geweld hoor je en toch moet ze niet onderdoen door de accenten die ze weet te leggen.
Sergey Prokofiev – Sinfonia concertante op. 125
Twee keer identiek hetzelfde beluisteren, verleidt tot vergelijken, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de uitvoering van elk kandidaat op zich en je moet dan vergeten wat je voordien hoorde. Algemeen zingt het werk meer dan bedoelt tenzij in het langzame deel waar een zeer vloeiende beweging met brede gebonden lyrische poëzie in zit. Dat krijg je mooi vertolkt te horen, met wel eventjes een toonprobleempje in de hogere noten. Haar beperkte kreunende inzetten komen het geheel ten goede. Er mag wel meer benadrukte frasering en stevigere assertiviteit en allerter spel om de sinfonia meer kracht bij te zetten. Ze werkt naar de apotheose toe en geeft nog een sterk staaltje cellospel weer.







