Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

  • Tussen weemoed en vuur

Tussen weemoed en vuur

onze nieuwsbrief

Elke donderdag houden we je de hoogte van het laatste nieuws, wedstrijden en concert tips. Schrijf je dus snel in op d enieuwsbrief en mis niets van Klassiek Centraal.

 

Er zijn componisten wier muziek nooit helemaal loskomt van het land dat ze moesten verlaten. Sergej Rachmaninov (1873-1943) is er zo een. Wanneer je zijn Études-Tableaux op. 39 beluistert, hoor je niet zomaar negen virtuoze karakterstukken, maar de stem van een man die voelt dat een wereld op het punt staat te verdwijnen. Opus 39 ontstond in 1916 en 1917, aan de vooravond van de Oktoberrevolutie die Rachmaninovs leven voorgoed zou veranderen. Die historische spanning lijkt in veel van deze bladzijden mee te resoneren: dit is geen salonmuziek, maar muziek die zich weert. Hoewel Rachmaninov Respighi later enkele beelden achter afzonderlijke études toevertrouwde toen die de cyclus orkestreerde, maakte hij die programmatische aanwijzingen zelf nooit openbaar. De muziek moest uiteindelijk voor zichzelf spreken. Het is die dubbele laag, tussen technische onverbiddelijkheid en een haast lichamelijk verlangen naar wat voorbij is, die deze cyclus tot een van de meest veeleisende bladzijden uit het pianorepertoire maakt.

Michele Castaldo, geboren in 2005 en dus nog volop aan het begin van zijn carrière, waagt zich op deze cd aan dat dubbelzinnige territorium en doet dat met een zelfverzekerdheid die je bij een pianist van zijn leeftijd niet meteen zou verwachten. Wat opvalt, is dat hij niet zwicht voor de verleiding om van elke étude een demonstratie van kracht te maken – een verleiding die in dit repertoire voor veel pianisten groot is, omdat de partituur nu eenmaal uitnodigt tot spektakel. In het openende Allegro agitato laat hij de gebroken arpeggio’s ademen voor hij de climax opzoekt, en wanneer die dan komt, voelt ze verdiend aan, niet opgelegd. Er spreekt een duidelijk architecturaal besef uit die opbouw.

Vooral in de tweede étude, waar het Dies Irae-motief – dat spookbeeld dat door zowat heel Rachmaninovs oeuvre waart – zich onder een verfijnde melodische lijn nestelt, toont Castaldo een luisterend pianospel: hij laat de rouw eerder fluisteren dan schreeuwen. Het emotionele zwaartepunt van de cyclus, de vijfde étude (Appassionato), krijgt dan weer precies de juiste mengeling van vuur en beheersing. De muziek gloeit zonder te ontsporen; de dramatische uitbarstingen behouden richting en samenhang, waardoor de innerlijke spanning des te groter wordt. Ook in de technisch meest veeleisende bladzijden kiest hij voor helderheid boven effectbejag. In de zesde étude, met haar dreigende uitbarstingen en het beruchte “wolf”-motief, hoor je niet alleen de orkestrale kracht van Rachmaninovs pianoschrift, maar ook de afzonderlijke stemmen die daarin verscholen liggen. Zijn aanslag blijft doorgaans rond en kernachtig: zelfs in de zwaarste akkoordpassages behoudt de klank een zekere lyrische onderstroom.

Over de hele cyclus overtuigt Castaldo vooral door zijn gevoel voor samenhang en zijn vermogen om de vele gezichten van deze muziek bijeen te houden. Het vuur dat Rachmaninov in deze bladzijden legt, is bij hem nadrukkelijk aanwezig, zonder dat het de architectuur verdringt. Alleen in de krachtigste passages krijgt de toon soms een iets scherper randje, alsof de intensiteit eerder uit de aanslag dan uit de resonantie van de klank voortkomt. Het is een nuance binnen een verder indrukwekkende prestatie, zeker voor een pianist die nog zo vroeg in zijn ontwikkeling staat. De laatste études tonen een andere kant van dezelfde kwaliteiten. In de achtste en vooral de negende étude toont hij opnieuw hoe overtuigend hij spanning en beweging kan opbouwen. De afsluitende marsachtige episode krijgt de nodige zwier en dramatische energie; hier werkt zijn vurige aanpak juist volledig in zijn voordeel. De muziek mag schitteren, en Castaldo geeft haar die glans zonder de grote lijn uit het oog te verliezen.

Na de geconcentreerde miniaturen van de Études-Tableaux verschuift het perspectief naar de Tweede Pianosonate, opus 36. Rachmaninov herzag dit werk in 1931 ingrijpend omdat hij de oorspronkelijke versie uit 1913 te breedvoerig vond. Castaldo kiest voor de herziene versie en legt de nadruk op de cyclische samenhang van de sonate: terugkerende motieven worden natuurlijke herinneringen binnen een groter muzikaal verhaal, waardoor de drie delen als één organisch geheel aanvoelen.

Ook in de Tweede Pianosonate voelt Castaldo zich hoorbaar thuis. Het openingsdeel, Allegro agitato, heeft alle heftigheid die deze muziek vraagt, maar hij houdt de spanningen voortdurend onder controle, waardoor de dramatische uitbarstingen des te overtuigender aankomen. Vooral in het Non allegro toont hij zijn grootste kwaliteiten: hij treft de ingekeerde, bijna verstilde sfeer van dit middendeel met een natuurlijke vanzelfsprekendheid en laat de melodieën ademen zonder de spanning ooit te verliezen. De muziek krijgt ruimte om zich langzaam te ontvouwen, waardoor de ontroering als vanzelf uit de klank groeit. Ook het slotdeel, Allegro molto, maakt veel indruk. De voortdurende afwisseling tussen onstuimigheid en lyriek mondt uit in een finale die zowel kracht als warmte uitstraalt. De climax voelt niet als een virtuoze triomf, maar als de vanzelfsprekende bekroning van een muzikale ontwikkeling die in de hele sonate voelbaar is geweest.

Vergeleken met de grote historische vertolkingen – de emotionele overrompeling van Horowitz, de architecturale strengheid van Richter of de verfijnde kleurenrijkdom van Lugansky – bevindt Castaldo zich nog in een ander stadium van ontwikkeling. Die laatste laag van levenservaring, waarin ook de stiltes tussen de noten betekenis krijgen, moet nog verder rijpen. Maar dat is minder een tekortkoming dan een veelbelovend groeipunt: deze opname toont een jonge pianist die al een opmerkelijke greep heeft op de grote lijnen én de emotionele kern van dit repertoire. De opname zelf draagt eveneens bij aan de overtuigingskracht van deze uitgave. De piano is natuurlijk en ruimtelijk vastgelegd, zonder overdreven galm of een kunstmatig nabijheidsgevoel. Daardoor blijven de verschillende stemmen in Rachmaninovs vaak dicht geweven textuur goed hoorbaar en krijgt Castaldo’s genuanceerde dynamiek alle ruimte om zich te ontplooien.

Wat deze opname uiteindelijk zo de moeite waard maakt, is niet dat ze de gevestigde referenties probeert te overtreffen, maar dat ze een jonge pianist toont die de partituur ernstig neemt en er een eigen, overtuigende visie tegenover plaatst. Zijn gevoel voor vorm, proportie en klankkleur getuigt van een opmerkelijke muzikale rijpheid, terwijl er tegelijk nog ruimte blijft voor verdere verfijning en verdieping. Juist die combinatie maakt deze opname zo boeiend: ze toont geen voltooid eindpunt, maar een jonge kunstenaar die een grote muzikale erfenis niet alleen beheerst, maar er ook langzaam zijn eigen plaats binnen zoekt.

 

 

Deze CD is te koop via jpc. Klik op de knop hierboven om deze aan te kopen en de artiest te steunen. Soms plaatsen we affiliate links op Klassiek Centraal, door via deze links te kopen steunt u ook Klassiek Centraal zonder dat het u extra kost. Maar u steunt wel onze werking.

Details:

Label / Uitgever:

Referentie:

  • C01131

Barcode:

  • 746160919737

Datum opnames:

  • Januari 2025

Opname locatie:

  • Auditorium Mecenati Conservatorio A. Buzzolla, Adria, Italië

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– Advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR