Sommige musici laten een indruk na die verder reikt dan hun uitvoeringen. Herbert Blomstedt was zo iemand. De Zweedse dirigent, die op 11 juli 1927 in Springfield, Massachusetts, werd geboren, is vandaag op 99-jarige leeftijd overleden. Meer dan zeven decennia lang droeg hij bij aan het internationale muziekleven. Toch volstaat een carrière vol concerten, opnamen en onderscheidingen nauwelijks om te beschrijven wat hij voor de muziek betekende.
Wie hem aan het werk zag, herinnert zich zijn verschijning: een lange, slanke man, zonder enig uiterlijk vertoon. Hij had geen grote gebaren nodig om een orkest te overtuigen. Zijn gezag kwam voort uit kennis, ervaring en inzicht. Achter zijn ogenschijnlijk eenvoudige bewegingen school een dirigent die tot in de kleinste details wist wat hij wilde, maar de musici tegelijk ruimte liet om zelf kleur en betekenis aan hun spel te geven.
Na verschillende concerten had ik de gelegenheid hem even te spreken, onder meer in Amsterdam, Brussel, Hamburg, Parijs en Wenen. Wat me daarbij telkens bijbleef, was zijn oprechte belangstelling en de vanzelfsprekendheid waarmee hij over muziek praatte. Hij vertelde graag over de werken die hij had gedirigeerd, over zijn benadering van een partituur en over wat hem daarin bleef boeien. Ondanks zijn internationale faam nam hij de tijd voor een gesprek en deed hij dat met een ontwapenende eenvoud. Diezelfde openheid herkende ik telkens wanneer ik hem voor een orkest zag staan.
Een muzikaal parcours
Blomstedt werd geboren als kind van Zweedse ouders, die in 1929 naar Zweden terugkeerden. Hij groeide op in Zweden en Finland en studeerde onder meer in Stockholm, Uppsala, New York en Bazel. In 1954 debuteerde hij bij het Stockholms Filharmonisch Orkest. Daarna volgden belangrijke aanstellingen bij het Oslo Philharmonic Orchestra, het Deens Radio-Symfonieorkest en het Zweeds Radio-Symfonieorkest.
Voor het Duitse muziekleven was zijn periode bij de Staatskapelle Dresden van groot belang. Van 1975 tot 1985 stond hij aan het hoofd van dit historische orkest. In die jaren kwam zijn affiniteit met het Duitse en Oostenrijkse repertoire tot volle ontplooiing. De opnamen uit die periode getuigen nog altijd van zijn vermogen om de rijke klankcultuur van het orkest te verbinden met een heldere, doorzichtige interpretatie.
Van 1985 tot 1995 leidde hij het San Francisco Symphony Orchestra. Daarna volgde het NDR-Sinfonieorchester in Hamburg, waar hij van 1996 tot 1998 chef-dirigent was. In 1998 volgde de overstap naar Leipzig, als Gewandhauskapellmeister. Tot 2005 stond hij er aan het hoofd van het Gewandhausorchester. Ook na zijn vertrek bleef de band hecht: hij werd er benoemd tot ere-dirigent en bleef tot op hoge leeftijd een graag geziene gast.
De partituur als uitgangspunt
Blomstedts interpretaties combineerden analytische precisie met menselijke warmte. Hij nam de partituur ernstig zonder er een academische oefening van te maken. Hij had oog voor de grote architectuur van een werk, maar verloor de afzonderlijke stemmen en details nooit uit het oog. Zijn uitvoeringen klonken daardoor zelden geforceerd; alles leek uit de muziek zelf te ontstaan.
Dat gold voor Beethoven, Brahms en Bruckner, maar ook voor de Scandinavische symfonici Sibelius en Nielsen, voor wie hij een bijzondere affiniteit had. Hij benaderde hun klankwereld zonder haar te reduceren tot een sfeerbeeld van het noordelijke landschap.
Bij Bruckner was zijn gevoel voor verhoudingen bijzonder indrukwekkend. De monumentale opbouw kreeg alle ruimte, maar werd nooit een doel op zich. Hij begreep dat achter de imposante klankmassa's ook een grote kwetsbaarheid schuilgaat. Zijn Bruckner combineerde structurele samenhang met een diepe, haast spirituele intensiteit.
Dat ik hem nog zo recent aan het werk mocht zien, maakt zijn overlijden des te aangrijpender. Op 16 april dirigeerde hij met het Gewandhausorchester in Leipzig Bruckners Vierde symfonie, een concert dat ik voor Klassiek Centraal recenseerde. Hij was toen 98 jaar. Het beeld van de tengere, bijna fragiele man die zich voor het concert in de zaal neerzette, is me bijgebleven. Voor zich had hij een nieuwe uitgave van de partituur liggen. Maar zodra de muziek hem meenam, veranderde ook zijn blik: geconcentreerd, alert en helemaal opgaand in wat zich voor hem ontvouwde. De uitvoering ademde een weldadige rust en diepgang. Het ontroerde me dat hij op die leeftijd nog zo intens met de muziek bezig was. Het was alsof hij er zelf nog elke keer iets nieuws in ontdekte. Nog geen maand later zou hij zijn laatste concert geven.
Een dirigent die bleef zoeken
Wat Blomstedt misschien het meest bijzonder maakte, was zijn vermogen om zich te blijven verwonderen. Op een leeftijd waarop de meeste dirigenten allang waren gestopt, stond hij nog voor orkesten. Niet om zijn reputatie te bevestigen, maar omdat hij zelf nog zoveel in de muziek ontdekte.
Zijn geloof als Zevendedagsadventist en zijn diepe bescheidenheid speelden daarin een rol. Voor hem was dirigeren een vorm van dienstbaarheid: de componist en diens muziek stonden centraal, niet de dirigent. Dat was geen pose, maar een levenshouding die voelbaar was in zijn omgang met musici en publiek.
Zijn laatste optreden vond plaats op 15 mei in San Francisco, waar hij met het San Francisco Symphony Orchestra Mahlers Negende symfonie dirigeerde. Hoewel de uitvoering tijdens het derde deel tijdelijk moest worden onderbroken, bracht hij de symfonie tot een einde. De twee volgende concerten moest hij op doktersadvies afzeggen. Het werd zijn afscheid van het podium, na een leven dat hij met grote toewijding aan de muziek had gewijd.
Een blijvende herinnering
Zijn discografie is omvangrijk en zijn jaren in Dresden, San Francisco en Leipzig hebben een vaste plaats in de muziekgeschiedenis. Maar zijn betekenis laat zich niet uitsluitend in opnamen, onderscheidingen of jaren tellen.
Wat mij persoonlijk bijblijft, is hoe vanzelfsprekend zijn grote muzikale persoonlijkheid samengaat met menselijke eenvoud. Hij bleef nieuwsgierig naar de muziek en oprecht geïnteresseerd in de mensen met wie hij haar kon delen. Ik ben dankbaar dat ik hem zo vaak aan het werk heb mogen zien en na concerten even met hem heb kunnen praten.
Dank u, Herbert Blomstedt, voor de muziek en de ontmoetingen die me zullen bijblijven.