Hoe verhouden we ons tot de schoonheid van de wereld waarvan we zelf deel uitmaken? En hoe valt het te begrijpen dat we die schoonheid kunnen waarnemen en bewonderen, maar haar tegelijkertijd door ons eigen handelen bedreigen? Die paradox vormt een belangrijk uitgangspunt voor Messe des Glaces, de nieuwe compositie van de Belgische componist en pianist Jean-Luc Fafchamps. Het werk, geschreven in opdracht van het festival Ars Musica rond het thema Arctic Fever, gaat op 27 november in wereldpremière in het Grand Manège in Namen. Een dag later volgt een tweede uitvoering in de Sint-Augustinuskerk in Vorst. De poolgebieden vormen de concrete aanleiding, maar Fafchamps wil geen ecologisch pamflet schrijven.
Een mis zonder goddelijke redding
De titel Messe des Glaces verwijst naar de klassieke mis, maar Fafchamps geeft die traditie een eigenzinnige invulling. „Ik vrees dat geen enkele god ons zal komen redden van onze stommiteiten,” zegt hij. Zijn mis is dan ook niet tot God gericht. Hij beschouwt het werk eerder als een ritueel: een bewustzijn dat ontstaat uit een blik en een gedachtegang die zich geleidelijk ontvouwt.
Fafchamps schreef de tekst tegelijk met de muziek en hield hem bewust eenvoudig. Hij wilde niet dat de woorden alles zouden zeggen. De essentie van de uitgestrektheid, de koude, het wit, onze blik, onze getuigenis en onze tegenstrijdigheden schuilt volgens hem in de verhouding tussen de weinige woorden en de muziek.
De klassieke misstructuur blijft herkenbaar, maar Fafchamps volgt haar zeer vrij. De delen krijgen titels die zich losmaken van de traditionele liturgie. Zo is zijn „credo”, Si cela n’était plus, veeleer een plaats van twijfel. Zijn „communie”, Un, roept het gevoel op van verbondenheid en solidariteit dat we moeten terugvinden.
Achter die vorm schuilt een paradox die Fafchamps diep raakt. Het bewustzijn dat de schoonheid van de wereld kan waarnemen en haar zo voor ons laat bestaan, is volgens hem tegelijk de plek waar die schoonheid systematisch wordt toegeëigend en vernietigd. Misschien is dat bewustzijn alleen het onze: „Ik heb alleen geprobeerd, met precies voldoende naïviteit, eraan te herinneren dat we deel uitmaken van de schoonheid die we zien. We zijn van elkaar afhankelijk.”
Een ecologisch pamflet wilde hij niet schrijven. Naar eigen zeggen mist hij daarvoor zowel de legitimiteit als de overtuiging dat artistieke creatie, en muziek in het bijzonder, een geldige vervanging kan zijn voor rechtstreekse aanklacht.
Een huis met een poolverhaal
De persoonlijke aanleiding voor Messe des Glaces ligt in de woonomgeving van Fafchamps. Hij woont sinds enkele jaren in een huis dat architect Philippe Samyn ontwierp voor poolreiziger en glacioloog Alain Hubert. Samyn werkte samen met Hubert aan het Belgische poolstation Prinses Elisabeth op Antarctica. Fafchamps sprak enkele keren met Hubert over diens expedities naar de polen. Documentaires over die tochten vormden de belangrijkste inspiratiebron voor zijn compositie.
Wat hem vooral bijbleef, waren de uitgestrektheid, de instabiliteit en de onherbergzaamheid van het ijs, maar ook de dieren die hem niet bepaald sympathiek voorkwamen. Daarnaast maakten de desastreuze gevolgen van de klimaatverandering en de sombere vooruitzichten een blijvende indruk op hem.
Hoe hij de uitgestrektheid, de koude en de stilte van de ijswereld muzikaal heeft vertaald? „Dat zult u wel horen,” antwoordt hij met een knipoog. Ook op de vraag waarop het publiek tijdens de wereldpremière moet letten, houdt hij het eenvoudig: „Het belangrijkste is voor mij dat het geen zin heeft erover te praten als het niet hoorbaar is. Dus: luisteren!” Over de klimaatverandering en de rol die muziek kan spelen in onze verhouding tot de natuur, laat hij de muziek liever zelf spreken.
Een muzikale taal zonder vaste grenzen
Fafchamps is componist en pianist en was een van de medeoprichters van het Brusselse ensemble Ictus, dat zich toelegt op hedendaagse muziek. Hij omschrijft zijn eigen muziek als in wezen geschreven muziek, zij het „zonder radicaliteit”. Muzieknotatie maakt het mogelijk vooruit te denken, het muzikale verloop te sturen en verschillende stemmen met elkaar te verweven. Tegelijk wordt de componist begrensd door de mogelijkheden van het schrift. De tijd tussen schrijven en uitvoering biedt ruimte om een muzikaal project uit te werken, maar dat project moet uiteindelijk ook overdraagbaar zijn.
Daarin speelt de uitvoerder een essentiële rol. „De eerste die leest wat er gehoord zal worden, is de uitvoerder, of de groep uitvoerders,” benadrukt Fafchamps. Bij Ictus, en ook elders, leerde hij dat zelfs de beste muziek, hedendaags of niet, niet goed kan klinken als ze niet zo is genoteerd en gecomponeerd dat de muzikale bedoeling helder overkomt. Rechtstreeks contact met het nieuwste wat binnen een ensemble voor hedendaagse muziek wordt gemaakt, vindt hij waardevoller dan welke opleiding ook.
Zijn werk beperkt zich niet tot de concertzaal. Hij schrijft voor dans, muziektheater en film en beschouwt elke opdracht als een nieuw avontuur dat om een eigen vorm vraagt. Soms werkt hij alleen aan zijn schrijftafel, soms in nauwe samenwerking met een theatergezelschap, een filmregisseur of musici bij de voorbereiding van een concert. Elke ervaring voedt de volgende. Afhankelijk van de opdracht zoekt hij telkens naar de werkwijze en de esthetiek die het best bij het project passen.
Ideeën kunnen volgens hem overal ontstaan: in een beeld, een tekst, een ontmoeting, een wetenschappelijke waarneming, een vergeten sonate, een wiskundige formule, een aforisme, een natuurgeluid of een ontroerend akkoord. Het gaat om iets wat een metaforisch denken op gang brengt.
Zijn ervaring als pianist is daarbij een tweesnijdend zwaard. Fafchamps verwoordt het zelf als volgt: „Mijn vingers weten ook dingen die ik kan gebruiken, maar dat is in zekere zin een valstrik: wat mijn vingers kennen, is niet altijd van mij.” Hij brengt graag uiteenlopende stijlen en esthetieken met elkaar in contact, maar wil daarbij een eigen muzikale stem behouden. Ook de muziekgeschiedenis mag voor hem een speelterrein zijn, zolang hij zich er niet door laat misleiden.
Een sluitende definitie van zijn muzikale taal wil Fafchamps niet geven. Die verandert in zijn eigen geest vrijwel bij ieder nieuw stuk. Hij staat open voor uiteenlopende invloeden en wil zich door geen enkele stijl of traditie laten begrenzen.
Zijn muzikale universum reikt van Hildegard von Bingen, Lassus en Purcell tot Wagner, Mahler, Stravinsky, Janáček en Bartók. Ook de progressieve rock uit zijn jeugd – Yes, Pink Floyd, David Bowie, Robert Fripp en zelfs Genesis – liet sporen na, net als de filmmuziek van Nino Rota en Georges Delerue, het Franse chanson en Miles Davis. Daarnaast noemt hij componisten als Ligeti, Nancarrow, Grisey, Harvey, Reich, Feldman, Romitelli en Saariaho, maar ook Barbra Streisand, Nina Simone, gamelan en Afro-Cubaanse muziek. Zelfs de mogelijkheden van de piano, geprepareerd of niet, blijven een bron van inspiratie. Zijn lijst is nooit af.
Wat hij zoekt, zijn niet in de eerste plaats nieuwe klankwerelden als zodanig, maar nieuwe tijdsdimensies: beweeglijke ruimtes die iets van ons wezen onthullen in een vorm van kwetsbaarheid. Hij verwijst daarbij naar de videowerken van Bill Viola en de grote, ritmisch opgebouwde doeken van Julie Mehretu. Ook film, literatuur, dans en theater zijn voor hem onuitputtelijke bronnen.
Een individueel bewustzijn tegenover het ijs
Voor Messe des Glaces koos Fafchamps voor sopraan, gemengd koor en vier trombones. Aanvankelijk was het de bedoeling een koorwerk te schrijven. Het Chœur de chambre de Namur onder leiding van Gabriel Hollander was daarvoor een droompartner. Toen zijn intuïtie voor het stuk vorm kreeg, bleek echter een scherpere dramaturgische opbouw nodig.
Eerst kwam er een individueel bewustzijn. Zodra de naam van sopraan Sarah Defrise viel, met wie hij al eerder had samengewerkt, wist hij dat hij de juiste oplossing had gevonden. Haar stem en uitstraling op het podium boden precies wat hij zocht. Vervolgens kwamen de uitgestrektheid, de verbijstering en de kou. Die rol wilde hij niet aan het koor alleen toevertrouwen: „Ik wilde dat het moest vechten tegen iets wat onverbiddelijker is dan het zelf.” De vier trombones vervullen die functie.
Ook de kwaliteiten van de uitvoerders speelden een grote rol. Zonder het hoge niveau van deze musici zou Fafchamps naar eigen zeggen wel twee keer nadenken voordat hij zulke compacte zesstemmige koorpartijen en ijle vocale lijnen schreef. De ervaring van het ensemble met oude muziek is daarbij een voordeel. De vocale controle en de beheersing van het vibrato helpen voorkomen dat zijn schrijfwijze wordt overschaduwd door uitvoeringsgewoonten die niet bij de muziek passen.
„Voor andere uitvoerders had ik anders geschreven,” benadrukt hij. Hij kijkt dan ook reikhalzend uit naar de première en heeft er alle vertrouwen in dat zijn muzikale bedoelingen zo goed mogelijk tot hun recht zullen komen.
Van een radicaal idee naar een voltooide compositie
Het compositieproces bracht, zoals bijna altijd, verrassingen met zich mee. Fafchamps hield geen dagboek bij van zijn koerswijzigingen, spijt en correcties. Hij herinnert zich wel dat hij met iets radicaals was begonnen, maar dat het onderwerp zich daar niet toe leende, tenzij hij was blijven steken in de kille sfeer van het ijs.
Het stuk is nu wat het is. Ondanks de mogelijke onvolkomenheden verkiest hij die concrete werkelijkheid boven een werk dat alleen in zijn verbeelding was blijven bestaan.
Intussen kijkt Fafchamps alweer vooruit. Hij werkt aan een compositie voor versterkte cello en vier percussionisten, op initiatief van een Portugees ensemble. Vervolgens keert hij terug naar de stem, met sopraan Lore Binon in een barokproject. Op langere termijn staan nog een celloconcerto en een filmische opera op het programma.