Het was bijzonder fijn om Michel Tabachnik na meer dan tien jaar eindelijk opnieuw op het podium van Flagey te zien, als conductor emeritus bij ‘zijn’ Brussels Philharmonic. Ik koester warme herinneringen aan de concerten die ik vroeger met hem mocht meemaken. Deze avond bracht die gloed terug. Bij Tabachnik lijkt muziek spontaan te ontstaan, gedragen door het moment en de wisselwerking tussen dirigent en orkest. Zijn interpretaties klinken nooit dichtgetimmerd: de muziek blijft leven en dat voel je niet alleen bij de musici, maar ook in de zaal.
Het programma bracht drie heel verschillende muzikale werelden samen: Don Juan van Richard Strauss (1864–1949), Empreintes van Iannis Xenakis (1922–2001) en de Achtste symfonie van Ludwig van Beethoven (1770–1827). Zo bood de avond zowel vertrouwde muziek als een verrassende kennismaking.
Verhalen in klank
In Don Juan, het symfonische gedicht waarmee Strauss zich als jonge componist nadrukkelijk op de kaart zette, viel meteen op hoe fijnmazig Tabachnik de partituur benaderde. De brede tempi gaven de muziek de ruimte om zich te ontplooien. De lyrische passages kregen een bijzondere zeggingskracht, terwijl de orkestrale uitbarstingen hun glans behielden. Ook concertmeester Otto Derolez overtuigde met een uiterst fijnzinnige solo. De verschillende stemmen van het orkest kwamen helder tot hun recht en vormden samen een rijk geschakeerd geheel. Het was verbluffend orkestspel, met oog voor detail én voor de grote lijn.
Met Empreintes belandden we in een heel andere klankwereld. Xenakis benadert muziek vanuit klank en beweging, eerder dan vanuit melodieën en herkenbare thema’s. In dit werk uit 1975 ontstaan grote, vloeiende klankbewegingen naast korte, herhaalde notenpatronen. De verschillende lagen grijpen op elkaar in en veranderen voortdurend van vorm.
Vooraf nam Michel Tabachnik zelf de microfoon om het publiek met enkele gespeelde noten en luisterfragmenten wegwijs te maken in de muziek. Hij vertelde over de betekenis die achter de klanken schuilgaat, over het ontstaan van fotonen vóór het verschijnen van de mens en over de manier waarop klank zich voortbeweegt. Die toelichting was fascinerend: ze bood een verrassend perspectief op muziek die je anders misschien vooral als een overweldigende klankmassa zou ervaren.
Tijdens de uitvoering werd duidelijk hoe helder Brussels Philharmonic die verschillende klanklagen uitwerkte. De afzonderlijke bewegingen bleven goed te volgen en vormden samen een voortdurend veranderend geheel. Dankzij Tabachniks uitleg luisterde je met andere oren: je hoorde niet alleen de klanken zelf, maar kreeg ook meer zicht op de gedachte erachter. Het applaus na afloop maakte duidelijk dat zijn toelichting het publiek had geholpen om deze bijzondere muziek beter te begrijpen en te waarderen.
Klassieke helderheid en levenslust
Na de pauze volgde Beethovens Achtste symfonie, een werk dat in de schaduw van enkele bekendere symfonieën van de componist weleens minder aandacht krijgt. Deze uitvoering vormde een overtuigend pleidooi voor het werk. Tabachnik koos voor een klassieke benadering, maar bracht die met een onweerstaanbare joie de vivre. De ritmische spitsvondigheid, de onverwachte accenten en de humor waarmee Beethoven de symfonische conventies naar zijn hand zet, kwamen met ongedwongen spelplezier tot leven. De muziek klonk helder en sprankelend, zonder ook maar een moment voorspelbaar te worden.
Tabachniks lichaamstaal maakte de uitvoering extra bijzonder. Iedere beweging leek rechtstreeks uit de muziek voort te komen. Je zag een dirigent die volop genoot van wat er op dat moment ontstond, en dat plezier werkte door in het orkestspel. Dit was Beethoven zoals ik hem graag hoor: met ritmische scherpte, humor en een levenslust die de muziek van begin tot einde draagt.
Dankbaar terugblikken en vooruitkijken
Wat me na meer dan tien jaar opnieuw trof, was de spontane muzikaliteit van Tabachnik. Zijn manier van musiceren herinnert eraan hoe bijzonder het is wanneer een uitvoering niet alleen technisch overtuigt, maar ook de indruk wekt dat de muziek zich voor je ogen en oren ontvouwt. Dat soort beleving ervaar ik tegenwoordig veel te weinig in de concertzaal.
De combinatie van Strauss, de ontdekking van Xenakis en een Beethoven die met zoveel plezier werd gebracht, maakte dit tot een ideale concertavond. Brussels Philharmonic speelde met grote alertheid en overtuiging, onder een dirigent die zijn enthousiasme voor de muziek aanstekelijk overbracht.
Ik hoop dan ook dat Michel Tabachnik, zolang hij dat zelf wil en het hem gegeven blijft, voortaan jaarlijks naar Flagey terugkeert. Ik ben er alvast bij.