Dat is voor mij een tempel van bezinning, vooral dan een bezinning over mijn Japanse roots. Volgens wat de mensen van de tempel me verteld hebben, waren dit vroeger plekken waar heel wat wijsheid werd gedeeld. Zonder sociale hiërarchie, met veelvuldige uitwisselingen. Ik denk dat het min of meer een equivalent was van de ‘salons’ in het westen. Daarnaast heb je in Japan het shintoïsme, gebaseerd op een zeer oude natuur-cultus, naast het boeddhisme met al zijn tempels, afkomstig van het continent. In de tempelhof eert men de goden die de tempel beschermen. Miidera blijft bovendien verbonden met een traditie van de gebergte-cultus, shugendo, waarbij men midden in de bergen ascese beoefent. Boedhisme, shintoïsme en bergverering worden daar samen al heel lang overgedragen. Voor mij is de Mii-Dera tempel erg open. De stichter daarvan, Enchin, is indertijd naar China vertrokken om er te studeren onder de Tang en kwam dan terug naar Japan met een heleboel kennis en wijsheid van daar. Ik heb het gevoel dat die openheid voor wat van buitenaf komt, nog steeds aanwezig is. Dat het ook vandaag een plek is die stimuleert tot nieuwheid, over landen en disciplines heen.
U hebt van in het begin deelgenomen aan het project? Hoe hebt u project en deelnemers zien evolueren in de loop van die vijf jaar voorbereiding?Inderdaad, als artistiek directeur was ik er van meet af aan bij. Uitgangspunt was mijn verlangen, waka - die fantastische Japanse poëzie - uit te drukken in klank. De Japanse taal is best een aparte taal. Als je die vertaalt naar een andere taal, wordt het snel explicatief. Net daarom vond ik het zinvol om waka te reconstrueren met klanken. Zoals u weet, heb ik in Parijs gestudeerd en speel ik klarinet in het westen. Maar voor dit project wou ik toch zeker samenwerken met een traditioneel Japans instrument. Rond die as heb ik - met muziek van diverse oorsprong - het universum dat begint bij waka, willen ontvouwen. Tot nu toe hebben we aan dit project gesleuteld met traditionele Japanse musici, denk aan shomyo (boeddhistische zang), no, shamisen … maar ook met componisten van hedendaagse muziek, van elektronische muziek, met dansers en theatermakers. We wilden daarbij niet alles zomaar door elkaar haspelen, maar iedereen als geheel laten resoneren, iedereen met zijn eigen expressie. Samen resoneren, dat is ook een weg naar vrede. Dat is de kunstvorm die ‘Oto no Miidera’ al vijf jaar verkent.
Dat is zeker niet eenvoudig geweest. Ik ben tot mijn negentiende opgegroeid in Japan, omringd door klassieke muziek, en ik oefende zelf gepassioneerd. Maar daardoor kende ik de traditionele muziek totaal niet, en ook niet de kunstvormen die gelinkt zijn aan Japans spektakel. In die vijf jaren voorbereiding heb ik dus ontzettend veel geleerd. Ik heb de kans gehad, met kunstenaars van het allerhoogste niveau te mogen samenwerken. Ze hebben me wegwijs gemaakt in ontelbare subtiliteiten en traditionele speltechnieken, en dat is een ervaring waarvoor ik hen zeer erkentelijk ben. En zelfs als instrumenten en vaardigheden verschillen, dan nog kunnende grootste artiesten, uit welke hoek ze ook komen, de meest delicate klanken horen en de adem van de ander horen, en daar hun eigen klank aan toevoegen, zonder hun eigen stijl of hun eigen kern-elementen te verloochenen. Daarom is ook de keuze van de partners van cruciaal belang. Wanneer gevoelige wezens een delicaat werk creëren, dan zijn zij in staat uiteindelijk een balans te vinden, en dat op zich is een grote vreugde voor ons.
Ja, in verschillende opzichten. Parijs is werkelijk een kunststad, en voor de jonge man die ik was, betekende het een enorme rijkdom: van dichtbij allerlei creaties zowat dagelijks te kunnen meemaken. Al die plaatsen waar mensen uit diverse culturen en uit verschillende landen samen iets scheppen - en daar getuige van te mogen zijn… dat heeft, mag ik wel zeggen, het fundament gevormd voor dit project, dat ook vandaag mensen, culturen en verschillende disciplines bijeenbrengt.
Ja vanavond ben ik eerder gelukkig. Laat me eerst en vooral vanuit de grond van mijn hart het publiek danken. Iedereen heeft zo aandachtig geluisterd. Anderzijds ben ik nooit honderd procent tevreden met mijn eigen manier van spelen, ongeacht de situatie, en ik denk dat ik het vanavond eigenlijk nog beter had kunnen doen. Daarom: als we elkaar een volgende keer weerzien, zal ik nog harder werken en u een nog interessanter universum aanbieden.