Johannes Brahms (1833–1897) en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840–1893) belichamen twee gezichten van de romantiek. Waar Brahms structuur en harmonische rijkdom verbindt met ingehouden expressiviteit, zoekt Tsjaikovski de dramatiek in melodische lijnen, uitgesproken contrasten en orkestrale climaxen. Het Belgian National Orchestra plaatste beide componisten naast elkaar in Bozar, onder leiding van Mikko Franck en met Masaya Kamei als solist.
Een pianist om te volgen
Masaya Kamei, die in 2025 de vijfde prijs behaalde op de Koningin Elisabethwedstrijd, maakte indruk met zijn vertolking van Brahms’ Tweede pianoconcerto. Zijn spel getuigde van een indringende muzikaliteit en een verbluffende beheersing. Vooral in de lyrische en meer introspectieve passages liet hij horen dat zijn kwaliteiten verder reiken dan virtuositeit alleen.
Het eerste deel kreeg een klassieke, beheerste interpretatie. Kamei hield de muzikale lijn helder en koos niet voor uitgesproken dramatische accenten. De hoorn gaf de opening een mooie kleur, waarna piano en orkest hun onderlinge verhouding verder uitbouwden. De balans was goed: de solist kwam helder naar voren zonder het orkest te verdringen. Ook de warme strijkersklank en de verzorgde houtblazers vielen op.
In het tweede deel, Allegro appassionato, kreeg de muziek een onstuimiger karakter. De diepe klank van de strijkers gaf het samenspel gewicht, terwijl de ritmische accenten voor extra spanning zorgden. De wisselwerking tussen piano en orkest maakte dit deel tot een van de sterke momenten van de uitvoering.
Het Andante vormde voor mij het hoogtepunt. De cellosolo van Olsi Leka kreeg alle ruimte om te zingen en werd door piano en orkest zorgvuldig omkaderd. Hier kwam de schoonheid van Brahms’ muziek volledig tot haar recht. Het samenspel was bijzonder geslaagd en Kamei bracht de lyriek van het deel zonder overdrijving tot uitdrukking.
In het afsluitende Allegretto grazioso sprak zijn aanpak me iets minder aan. De aanslag klonk soms hard, zeker na de terughoudendheid van het voorafgaande deel. Misschien speelde jeugdig enthousiasme hem hier parten. Het deed weinig af aan de algemene indruk: Kamei is een pianist met een uitgesproken muzikaliteit en veel potentieel.
Jammer was het applaus na elk deel van het concerto. Dat onderbrak de samenhang van het werk, waarvan de vier delen samen een grotere muzikale boog vormen.
Te brede tempi, te weinig spanning
Na de pauze volgde Tsjaikovski’s Vijfde symfonie. Het noodlotmotief dat door de vier delen loopt, geeft het werk zijn dramatische samenhang. In de interpretatie van Mikko Franck kwam die samenhang onvoldoende tot uiting.
Het eerste deel klonk te traag en te zwaar. De gekozen tempi leverden niet de diepgang op waarop ik had gehoopt. Ook de climax overtuigde niet: op luidere momenten voerde Franck het tempo plots op, zonder dat dit voldoende uit de muzikale lijn voortkwam. Het orkest leek daarbij niet altijd mee te zijn.
In het tweede deel, Andante cantabile, kwamen de warme strijkersklank en het verzorgde spel van de houtblazers mooi tot hun recht. De lyrische passages kregen veel ruimte, maar wisten me niet echt mee te nemen. Ik miste de innerlijke beweging die de lange melodische lijnen meer richting had kunnen geven.
De derde beweging, Valse, was een van de betere momenten. Ze begon levendig en het ritmische karakter kwam aanvankelijk goed tot zijn recht. Door het tempo tegen het einde sterk terug te nemen, verloor Franck echter een deel van de lichtvoetigheid.
In de finale werden de beperkingen van deze interpretatie het duidelijkst. De plotse versnellingen bij de climaxen maakten de opbouw minder overtuigend, waardoor de uiteindelijke ontlading niet de onontkoombaarheid kreeg die deze symfonie voor mij zo aangrijpend kan maken.
Ook de orkestrale balans was niet altijd optimaal. De hoorns klonken op sommige momenten wat onzeker en de pizzicati waren vanaf mijn plaats op het parterre nauwelijks hoorbaar, alsof er te weinig aandacht aan was besteed. Tegen het einde van de finale waren de pauken dan weer te nadrukkelijk aanwezig. Daartegenover stonden de warme klank van de lage strijkers en het verzorgde spel van de houtblazers.
Na de storm
De avond liet een dubbel gevoel na. Dankzij Masaya Kamei was Brahms’ Tweede pianoconcerto een indrukwekkende kennismaking met een pianist wiens verdere ontwikkeling ik met belangstelling tegemoetzie. Bij Tsjaikovski bleef vooral de teleurstelling over een interpretatie die ondanks de brede tempi niet de verwachte diepgang en dramatische intensiteit bereikte.
Ik had vrijdag storm Austin getrotseerd, maar voor Tsjaikovski’s Vijfde symfonie had ik wellicht meer plezier beleefd aan een cd-opname van Ferenc Fricsay, Jevgeni Mravinski of Karl Böhm. Hun interpretaties vormen voor mij een referentie voor de dramatische kracht die dit werk kan ontplooien.