Naar aanleiding van het “Concert voor jongeren met een laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd” in Flagey op 3 maart sprak Werner De Smet met cellist Victor Julien-Laferrière. Het interview biedt een blik op zijn aanpak van jeugdconcerten en zijn visie op toegankelijkheid, virtuositeit en artistieke verantwoordelijkheid. Julien-Laferrière deelt hoe hij jonge luisteraars betrekt bij klassieke muziek, hoe hij meestercellist Pablo Casals (1876-1973) eert en hoe hij zijn artistieke vrijheid bewaart ondanks verwachtingen van een groot concours.
De kunst van het open luisteren
Het jongerenconcert van Julien-Laferrière in Flagey toont hoe klassieke muziek jong en oud kan betoveren zonder concessies aan complexiteit. “Ik wilde Casals eren én een publiek van alle leeftijden zich welkom laten voelen,” zegt hij. Het repertoire combineert een Bach-suite, onvergetelijk verbonden met Pablo Casals, naast ‘pièces de genre’: korte, virtuoze werken die de cello laten schitteren. “Het zijn vormen die contrast bieden en meteen herkenbaar zijn: dansen gevolgd door muzikale ansichtkaarten, ideaal voor jonge luisteraars!”
Bij de voorbereiding vertrekt Julien-Laferrière niet vanuit wat hij denkt dat jongeren al kennen. “Ik werk met wat ik hen durf toe te vertrouwen. Hun nieuwsgierigheid maakt hen open voor zeer uiteenlopende muziek.” Hij benadrukt dat jonge luisteraars vaak een langer tijdsbestek van concentratie aankunnen dan verwacht, en dat het belangrijk is om hen meteen muziek te presenteren: “Ik begin liever meteen met de muziek, ‘brut’ en onversierd. Later kan uitleg helpen om de nieuwsgierigheid te voeden.” Daarnaast geeft hij aan dat hij soms kort mondelinge toelichting geeft tijdens het concert, om enkele luistersleutels aan te reiken, altijd in dienst van de muziekervaring.
Het programma strekt zich uit van Bach tot Dvořák, Martinů en Paganini. In de genrestukken co-existeren twee thema’s – bohémien en Paganiniaans – waardoor spanningen en dialogen hoorbaar worden. “Deze dubbele thematiek helpt om het programma te balanceren tussen originele stukken en transcripten, snelheid en zang, en maakt de spanningen en dialogen voor jonge oren bijzonder duidelijk,” legt hij uit. Zo worden verhalen en emoties in de muziek hoorbaar, zonder dat alles letterlijk hoeft te worden uitgelegd. Hij merkt ook op dat volwassenen soms moeite hebben om zich op deze manier volledig te concentreren, iets wat jonge luisteraars vaak intuïtief wel kunnen.
Tussen autonomie en samenspel
Voor dit concert werkt Victor Julien-Laferrière samen met pianist Théo Fouchenneret. Daarover zegt hij: “Ik heb een duo ontwikkeld met Théo Fouchenneret door de jaren heen, en hoewel dit programma geen kamermuziek is, respecteer ik enorm de kwaliteit van mijn partner en pas ik me aan. Echte gelijkwaardigheid tussen partners ontwikkelt zich vaak over de tijd; ik zoek die meer subliminaal, niet noodzakelijk in elk moment.”
Zijn overwinning op de Koningin Elisabethwedstrijd in 2017 bracht verwachtingen en projecties met zich mee. “Die kunnen soms het essentiële verstoren. Je gaat naar een concours om je eigen muzikale projecten te realiseren. Dat probeer ik ook te doen, zo eenvoudig en tegelijk zo complex mogelijk.” Die ervaring heeft hem geleerd hoe belangrijk het is om artistieke autonomie te bewaren, los van externe verwachtingen – een inzicht dat hij ook wil doorgeven aan jonge musici aan het begin van hun internationale carrière.
Voor Julien-Laferrière zijn jeugdconcerten geen educatie in de klassieke zin. Het gaat om een volwaardige artistieke ervaring: “Het publiek krijgt muziek die uitdagend, expressief en authentiek is. Zo leren jonge luisteraars luisteren, voelen en zich verwonderen.” “Ik ben vooral gevoelig voor het ontwikkelen van nieuwsgierigheid en openheid bij jonge luisteraars. We onderschatten soms hun instinctieve luistervermogen. Het gaat er niet om hen analytische vaardigheden aan te leren, maar om hen toe te laten zich volledig in de ervaring te storten.”
“Elke uitvoerder heeft de taak om iets bij te dragen, afhankelijk van zijn eigen sensibiliteit en kwaliteiten,” voegt hij eraan toe. “Het gaat ook om een bredere verantwoordelijkheid: lokaal engagement, werken met jongeren en gemarginaliseerde toehoorders, zoals ik doe in Bourgogne met een festival dat actief deze groepen betrekt.” Volgens hem betekent dit ook dat jongeren recht hebben op een directe, instinctieve luisterervaring, zonder overmatige analyse of uitleg — een vorm van culturele verantwoordelijkheid.
Een levende erfenis
Het concert in Flagey valt samen met de herdenking van de 150ste verjaardag van Casals: “Weinig muzikale figuren waren zo politiek betrokken als hij. Zijn keuzes blijven krachtig, zijn nalatenschap is zowel muzikaal als sociaal immens.” Julien-Laferrière vertaalt dat naar het heden door jongeren een authentieke ervaring te bieden: muziek die ze zelf mogen ontdekken en ervaren, zonder dat alles wordt uitgelegd: “Het gaat erom de rol van de uitvoerder als narratief en expressief medium te benadrukken. Door verhalen en emoties via muziek over te brengen zonder woorden, kunnen jongeren een directe en authentieke ervaring hebben. Dat is precies wat Casals ook deed.”
Hij ziet ook een bredere rol voor de Elisabethwedstrijd: ze verenigt diverse toehoorders, combineert traditie en vitaliteit, en dient als een krachtig pedagogisch instrument. Zo draagt klassieke muziek bij aan culturele identiteit en maatschappelijke reflectie, en slaat het concours een brug tussen traditie en hedendaagse vitaliteit.



