Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Maya Verlaak: componeren als systeem van berekening en relaties

Naar aanleiding van de wereldcreatie van Sci-Volo Palla op zaterdag 20 juni tijdens het Tectonics Festival in Flagey sprak Werner De Smet voor Klassiek Centraal met componiste Maya Verlaak over haar onderzoekende compositiepraktijk, waarin berekening, muzikale relaties, technologie en onzekerheid samenkomen in een systeem dat pas volledig vorm krijgt in uitvoering.

Compositie als contextueel onderzoek

Maya Verlaak vertrekt in haar werk niet vanuit klank alleen, maar vanuit de volledige context van een compositieopdracht. Elk nieuw werk begint voor haar met een kritische analyse van de situatie waarin het zal functioneren. “Ik ben niet bang om nieuwe technologieën of technieken te leren,” legt ze uit, wat in haar praktijk heeft geleid tot vaardigheden in programmeren, hout- en metaalbewerking en solderen: “Zolang ik nieuwe dingen blijf leren, kan ik verder.”

Ze stelt dat het cruciaal is dat een componist elke opdracht als een onderzoeksproject beschouwt. Ze groeide op in een artistieke omgeving waarin analyse en observatie centraal stonden. Haar vader, kunstenaar Patrick Verlaak, leerde haar van jongs af aan hoe je een werk ontleedt. “We bezochten vaak zowel hedendaagse als klassieke kunsttentoonstellingen en mijn vader gaf me altijd gedetailleerde uitleg bij elk werk, waardoor ik me gemakkelijk kon inleven.”

Controle, berekening en notatie

Verlaak stelt zich vragen bij conventies binnen de hedendaagse muziekpraktijk. “Ik begrijp niet waarom sommige componisten kiezen binnen de lijntjes te blijven,” vertelt ze, “je volgt dan iets wat iemand anders bepaald heeft voor een andere context, in een andere tijd, met andere waarden en regels.” Voor haar is een compositie dan ook een constructie van muzikaal materiaal, verbonden door muzikale relaties binnen een bepaald concept. Hoewel men haar vaak een conceptueel componist noemt, nuanceert ze dit: “Het gaat nooit om mij, maar om de communicatie van het concept naar de muzikanten en publiek.”

Tegelijk maakt ze voor elke compositie uitgebreide berekeningen waarin alle mogelijke uitkomsten worden onderzocht. Voor elke compositie zijn er honderden pagina’s berekenwerk. Een stuk is voor haar dan ook pas echt af wanneer zij de partituur levert, want op dat moment kent zij alle parameters van haar concept en is een verdere berekening niet meer mogelijk. Op dat moment laat ze de controle los en is het aan de muzikanten om de parameters binnen de gebouwde beperkingen te verkennen.

Tectonics en het werk als systeem

Voor haar werk binnen het Tectonics Festival werkt Verlaak samen met Brussels Philharmonic en dirigent Ilan Volkov. Ze nam eerder deel aan Tectonics in Glasgow, waar ze in contact kwam met het werk van Christian Wolff. Over de grensverleggende aard van het festival is ze duidelijk: “Je kan heel erg ver gaan, ik zie geen grenzen, want elk muzikaal concept moet op de juiste manier gepresenteerd worden anders presenteer je het idee maar half.”

Het vertrekpunt van het nieuwe werk ligt in een onderzoek naar het ritmisch gedrag van boventonen, een idee dat voortvloeide uit een eerdere samenwerking met pianiste Marlies Cornelis. In Sci-Volo Palla verplaatst ze dit naar strijkers, geschreven voor solisten Sarah Saviet en Jasmijn Lootens, die zij volledig vertrouwt in dit experiment. De solisten moeten boventonen zoeken zonder de snaar met de vingers af te drukken, enkel via de strijkstok. Het zoeken naar klank is daarbij onderdeel van het materiaal. Hoewel de solisten binnen een fragiel en onvoorspelbaar systeem functioneren, is het orkestmateriaal zelf volledig conventioneel genoteerd. Voor Verlaak ligt de spanning dus niet in improvisatie, maar in de relaties tussen timing, luisteren en reactie.

Tijd, onzekerheid en uitvoering als proces

Op basis van dit proces ontwikkelde Verlaak een computerprogramma dat elke poging van de solisten analyseert en omzet in driedelige partituren, die zij “postkaartjes” noemt. Wanneer de partituren van beide solisten over elkaar heen schuiven, kunnen er maar liefst 36 verschillende melodische lagen tegelijkertijd klinken. In totaal werden zeshonderd postkaartjes gegenereerd. Als tastbaar onderdeel van het project is Verlaak van plan om al deze 600 postkaartjes uit te delen aan het publiek. Hierdoor krijgt de luisteraar letterlijk een fragment van het systeem in handen; het publiek wordt zo eigenaar van een onderdeel van de muzikale puzzel.

In de uitvoering ontstaat een systeem waarin solisten, dirigent en orkest van elkaar afhankelijk zijn. Hoewel sommigen dit soort werk als een “sociaal experiment” omschrijven, benadrukt Verlaak dat dit geen vooraf bepaald hoofdconcept is, maar eerder een gevolg van de manier waarop haar muzikale systemen functioneren. Binnen dit systeem spelen ook de hoboïst en de fagottist een cruciale rol via elektronica. Zij kunnen via een pedaal het orkestgeluid live transformeren naar het bronmateriaal. Deze ingreep dient als een vorm van bevestiging: het maakt de onderliggende relaties in de compositie hoorbaar voor iedereen. Hoewel de structuur vastligt, blijft de timing onvoorspelbaar: “Ik weet nooit hoe iets zich in de tijd ontwikkelt; ik weet altijd heel precies wat er kan gebeuren maar niet wanneer.” De rol van dirigent Ilan Volkov is daarbij cruciaal: hij fungeert als het communicatiemedium dat moet luisteren en beslissen wanneer het orkest mag inzetten.

Musici en samenwerking: van repetitie tot lespraktijk

De musici in dit werk worden uitgenodigd om de onderliggende relaties binnen het materiaal te begrijpen. Verlaak geeft aan dat sommige musici dat ervaren als een ontdekking, terwijl anderen het spannend vinden omdat vertrouwde zekerheden ontbreken. Zij staan op een uiterst fragiele manier op het podium, waarbij de focus verschuift van individuele virtuositeit naar een collectief vermogen om het ‘spel’ te doorgronden. Volgens haar verschuift de virtuositeit hier van het spelen van een melodie naar het concentratievermogen, het bespelen van het ‘spel’ en het communicatievermogen tussen de muzikanten. Ze werkt het liefst met muzikanten die een “ontdekkingsreiziger-attitude” hebben.

Tegelijk benadrukt Verlaak dat haar huidige werkwijze minder radicaal is geworden dan in vroeger werk, mede door de veranderde context waarin ze vandaag componeert en werkt met grotere structuren zoals een symfonisch orkest. Deze onderzoekende houding trekt Verlaak door naar haar rol als docent aan het Conservatorium van Amsterdam. “De studenten leren het best uit voorbeelden in het veld,” legt ze uit, waarbij ze alles wat ze leert uit haar eigen praktijk meeneemt naar de les. Tegelijkertijd leert ze zelf ook van haar studenten; hun verschillende achtergronden dwingen haar om “verdraagzamer te zijn in relatie tot alle soorten muziek” en flexibeler te blijven in haar eigen kijk op het vak.

Publiek en ervaring

Verlaak beschouwt het publiek niet als passieve toeschouwers. “Het publiek is een avonturier in die context,” zegt ze, “je geeft ze iets om te ontdekken.” Ze beschrijft het werk als een doolhof zonder vaste uitgang. “Ik wil dat men de weg kwijt is,” stelt ze, “men mag zoeken naar de uitgang, maar men mag ook simpelweg in het doolhof blijven.” Het werk is structureel statisch; het gaat niet naar een ander punt, maar biedt de tijd en ruimte voor een eigen ontdekkingstocht binnen het geheel.

Haar drijfveer om telkens nieuwe vormen te zoeken is onuitputtelijk: “Ik geloof dat elk nieuw werk een nieuwe vorm nodig heeft om duidelijk communiceerbaar te zijn; als ik verschillende ideeën in telkens dezelfde vorm giet, dan communiceer je het idee niet volledig.” Ze hoopt dat projecten als deze bijdragen aan een toekomst waarin het concertleven niet alleen draait om passiviteit, maar om actieve diepgang om onszelf beter te begrijpen.

Uiteindelijk is een creatie voor Verlaak geslaagd wanneer de muzikanten en het publiek de ruimte voelen om als vrije ontdekkingsreizigers het materiaal te verkennen. In een tijd waarin het concertleven vaak neigt naar meer passieve vormen van concertbeleving, dwingen haar systemen ons tot een actieve, gelaagde manier van luisteren. “Kom zonder verwachtingen,” luidt haar advies aan de luisteraar in Flagey. “Dat doe ik ook.” Het is in die gedeelde onzekerheid dat de muziek van Maya Verlaak haar grootste kracht vindt.

Details:

Titel:

  • Maya Verlaak: componeren als systeem van berekening en relaties

Foto credentials:

  • Victoria Wai
nlNLdeDEenENfrFR