Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

“Muziek is een absolute barometer van het leven” – in gesprek met dirigent Carlos Miguel Prieto

Carlos Miguel Prieto spreekt over muziek als iets dat veel meer weerspiegelt dan alleen klank. Op maandag 10 augustus stond hij in de Grote Zaal van het Konzerthaus Berlin voor een bijzonder samengesteld orkest: het Orchestra of the Americas en het Poolse Penderecki Youth Orchestra speelden samen tijdens Young Euro Classic. Twee continenten, verschillende muzikale tradities, één orkest. Vlak voor de generale repetitie sprak ik met Prieto over percussie, programmakeuzes, de rijkdom van Latijns-Amerikaanse muziek, de ongelijke toegang tot muziekonderwijs en vooral over wat jonge musici van elkaar kunnen leren wanneer ze elkaar werkelijk ontmoeten.

Twee tradities, één orkest

Het idee om een jeugdorkest uit de Amerika’s te verbinden met een Pools ensemble lijkt op het eerste gezicht ongewoon, maar voor Prieto is juist die ontmoeting vanzelfsprekend: “Ik doe dit nu ongeveer dertig jaar, en als ik iets heb geleerd, is het dat verschillende culturen samenbrengen alleen maar winst oplevert.” De Poolse musici brengen een sterke strijkerstraditie mee; van de ongeveer vijftien slagwerkers komen er twaalf uit Mexico. “We hebben elkaar nodig. Het slagwerk heeft de strijkers nodig, de strijkers het slagwerk en ook de blazers en koperblazers.” Het project bouwt bovendien voort op een eerdere samenwerking.

Prieto werkte al verschillende keren met het Penderecki Youth Orchestra en nam in Łusławice onder meer Coplands Derde symfonie en Chávez’ Tweede symfonie op. Dat het Penderecki Centrum een concertzaal, studio, hotel en restaurant op één locatie verenigt, maakte het volgens hem de ideale plek voor een intensieve gezamenlijke werkperiode. In Berlijn wordt die uitwisseling nog concreter. Voor de Mexicaanse muziek in de tweede helft moesten de Poolse musici zich een nieuwe muzikale taal eigen maken, terwijl hun Amerikaanse collega’s op hun beurt leerden hoe Penderecki moest klinken van musici die nog met de componist zelf hadden gewerkt. Prieto kende Penderecki eveneens persoonlijk en werkte verschillende keren met hem samen.

Wat beide groepen meebrengen, zijn verschillende muzikale ervaringen die elkaar binnen één orkest kunnen aanvullen. Precies daarin ligt voor Prieto de waarde van de samenwerking: niet twee tradities tegenover elkaar zetten, maar jonge musici de kans geven om hun eigen muzikale achtergrond mee te brengen en werkelijk naar die van een ander te leren luisteren. Toch wil Prieto de tegenstelling tussen “Poolse” en “Mexicaanse” muziek niet te zwaar maken: “In werkelijkheid is muziek gewoon muziek, of die nu Mexicaans, Pools of Duits is. Ik denk niet dat de nationaliteit zoveel verschil maakt.”

Muziek maken betekent volgens hem voortdurend nieuwe talen leren. Zelfs wanneer een orkest een werk van Bartók speelt, leert het een andere muzikale taal. Het samenbrengen van tradities is bovendien precies wat een orkest dagelijks doet. Zijn eigen Orchestra of the Americas bestaat naar schatting voor zeventig procent uit Amerikaanse en voor dertig procent uit musici uit andere delen van de wereld: “Het is dus een vergelijkbare ervaring.” Maar juist omdat muziek universeel kan zijn, is het belangrijk de verschillen te leren kennen. Prieto wil culturele tradities niet uitwissen, maar voorkomen dat ze tot eenvoudige etiketten worden gereduceerd.

De valse eenheid van “Latijns-Amerika”

Prieto windt zich licht geamuseerd op wanneer hij vertelt hoe Europa naar Latijns-Amerika kijkt: “Een Duits orkest belt me weleens en zegt: we willen een Latijns-Amerikaans programma doen. Geen specifiek land, gewoon ‘Latijns-Amerikaans’.” Hij maakt vervolgens een eenvoudige vergelijking: vraag hetzelfde orkest om een “Europees” programma en de reactie zou waarschijnlijk heel anders zijn: “Latijns-Amerika is veel, veel, veel groter dan Europa en bovendien nog veel diverser, en toch kijkt Europa naar Latijns-Amerika alsof het één geheel is.” Terwijl Europeanen zonder moeite spreken over de noordelijke en zuidelijke Duitse traditie, de Oostenrijkse, Poolse of Oekraïense, wordt Latijns-Amerika volgens hem vaak als één muzikale eenheid behandeld.

Dat beeld doet geen recht aan de enorme rijkdom van het continent. Brazilië is volgens Prieto muzikaal “een continent op zichzelf”, en hetzelfde zegt hij over Mexico. Zelfs eenzelfde ritme kan van land tot land een andere betekenis en klank krijgen: “Iemand uit Colombia beleeft een ritme anders dan iemand uit Chili of Mexico.”

Die rijkdom probeerde hij tijdens de repetities letterlijk hoorbaar te maken. Hij vroeg de slagwerkers om verschillende vormen van cumbia en andere ritmes voor te doen, zonder bladmuziek. Voor hen zijn die ritmes geen notatie die eerst uit de partituur moet worden gehaald, maar muziek die ze van jongs af aan kennen en lichamelijk meedragen: “Iemand heeft ze ooit moeten opschrijven, maar voor hen zijn het nog altijd hún ritmes. Ze hoeven er niet naar te kijken.”

De Poolse musici, gewend aan orkesten met twee of drie percussionisten, werden volgens Prieto geconfronteerd met een voor hen bijna onbekende wereld. Er zijn verschillende soorten güiro en meerdere manieren om hetzelfde instrument te bespelen: “We werken tot we uitgeput zijn om het juiste gevoel te krijgen.” Het gaat hem daarbij niet alleen om het aantal instrumenten, maar om de kleur, het timbre en de lichamelijke manier waarop een ritme wordt gespeeld.

Waar hij vroeger naar Brazilië moest reizen om een muzikale traditie van dichtbij te leren kennen, hebben jonge musici vandaag toegang tot de hele wereld via hun telefoon. Ze kunnen onmiddellijk horen wat er in Puerto Rico, Mexico, Brazilië of Colombia gebeurt. “Ze hebben geen excuus”, zegt hij met een glimlach. De digitale wereld heeft de toegang tot andere culturen radicaal veranderd en maakt het volgens Prieto des te belangrijker dat jonge musici ook belangstelling ontwikkelen voor andere klassieke muziekculturen.

Van academische discipline naar loslaten

Het programma van de avond – Penderecki’s Ciaccona in memoria Giovanni Paolo II, Brahms’ Derde symfonie, Revueltas’ La noche de los Mayas en Gabriela Ortiz’ Antrópolis – was volgens Prieto bewust als een dramaturgische boog opgebouwd. De aanleiding was La noche de los Mayas, een werk waarvoor een groot slagwerkensemble nodig is. Vervolgens wilde Prieto daar een klassieke symfonie tegenover plaatsen. Brahms’ Derde symfonie bleek daarvoor beschikbaar. Dat betekende wel dat de traditionele concertlogica moest worden omgegooid: de Brahms-symfonie kwam op de plaats waar normaal een soloconcerto zou staan. “Want het concerto is eigenlijk Revueltas met zijn slagwerk. Maar als je Revueltas in de eerste helft zet, is het onmogelijk om daarna nog Brahms te spelen.” De volgorde is daarom ook een kwestie van schaal.

Prieto beschrijft het programma als een beweging van klein naar groot: eerst de relatief compacte wereld van Penderecki, vervolgens Brahms, daarna de steeds uitbundiger klankwerelden van Revueltas en Ortiz: “Een concert lijkt voor mij op een theatrale ervaring.” Het programma moet niet alleen muzikaal kloppen, maar ook als ervaring voor het publiek functioneren.

Voor de jonge musici betekent dat een bijzondere leerschool. Als violist kent Prieto Brahms van binnenuit. Hij wil de symfonie bijna als kamermuziek laten ontstaan: de musici moeten op eigen benen staan, luisteren alsof ze deel uitmaken van een strijkkwartet en de muziek zo diep kennen dat ze uiteindelijk “in hun DNA” zit. Daarna verandert de houding volledig. In La noche de los Mayas moeten de musici soms uiterst verfijnd spelen, met technieken als sul ponticello en sul tasto, om vervolgens alles los te laten. Het contrast tussen Brahms en Revueltas is enorm. Toch scheiden beide werken slechts 45 jaar: “Het lijkt alsof Revueltas tweehonderd jaar verwijderd is van de symfonie. En het zijn er maar 45.” Volgens Prieto laat precies dat tijdsverschil zien wat er tussen de jaren 1880 en 1930 gebeurde: “een volledige doorbreking van de bestaande muzikale vormen.”

Met Gabriela Ortiz komt die muzikale reis uiteindelijk in het heden aan. Zij is een goede vriendin van Prieto en volgens hem een van de belangrijkste hedendaagse Mexicaanse componisten. Haar Antrópolis, dat in Berlijn zijn Duitse première beleefde, vormt daarmee het meest recente onderdeel van de muzikale reis. Het programma hoeft voor Prieto overigens niet altijd logisch of homogeen te zijn. Soms ontstaat een concert waarin alles perfect met elkaar samenhangt; soms is juist het tegenovergestelde interessant. “Hou je ervan om te dineren waarbij alles mooi in dezelfde lijn ligt, of wil je soms ook iets eten dat je verrast?” Voor een zomerfestival en een jong publiek kan zo’n onverwachte combinatie volgens hem juist verfrissend zijn.

Muziek is voor Prieto bovendien nooit los te zien van de samenleving waarin ze ontstaat: “Muziek is werkelijk een absolute barometer van het leven.” Amerikaanse muziek weerspiegelt volgens hem bijvoorbeeld de werkelijkheid van migratie. Een stad als Chicago is gevormd door Poolse, Mexicaanse, Ierse en vele andere gemeenschappen. Wie Copland, Bernstein of Revueltas speelt, speelt volgens Prieto dus niet alleen de muziek van individuele componisten, maar ook de geschiedenis van de samenleving waarvan zij deel uitmaken. Coplands ouders waren bijvoorbeeld Oekraïense Joden.

Dat bewustzijn vindt hij belangrijk voor jonge musici, omdat zij later niet alleen uitvoerders zijn, maar ook vertegenwoordigers van hun eigen gemeenschappen. Hij hoopt dat ze hun muzikale blik mee naar huis nemen: dat de Poolse musici niet uitsluitend bij Chopin blijven en de Mexicaanse niet uitsluitend bij Revueltas. Muziek is voor Prieto daarmee tegelijk artistiek, cultureel en sociaal. De muzikale doelstelling is belangrijk, maar ze is niet de enige. Juist daarom vindt hij het belangrijk dat jonge musici elkaar niet alleen muzikaal leren kennen, maar ook ontdekken hoe verschillend hun leefwerelden kunnen zijn.

O Academy: een conservatorium zonder muren

Dat sociale aspect wordt bijzonder concreet in O Academy, het onlineconservatorium dat verbonden is met het Orchestra of the Americas. Studenten uit regio’s waar nauwelijks toegang is tot hoogstaand muziekonderwijs, worden er gekoppeld aan docenten uit vooraanstaande orkesten. Het grootste deel van het jaar werken ze online; pas tijdens projecten als deze ontmoeting in Europa komen velen voor het eerst fysiek samen.

Prieto vertelt over jonge musici uit Panama, de Dominicaanse Republiek, Mexico en andere delen van Latijns-Amerika voor wie zelfs een gewone muziekles niet vanzelfsprekend is. Soms moeten ze uren reizen om een fluitleraar te vinden. Voor een harpist in Panama kan de situatie nog fundamenteler zijn: “Er is geen harpleraar en er is geen harp.” Daartegenover staat de overvloed aan mogelijkheden in steden als Berlijn of Antwerpen, waar jonge musici uit tientallen docenten kunnen kiezen en instrumenten gemakkelijk toegankelijk zijn. O Academy probeert precies die kloof te overbruggen: talent koppelen aan de opleiding en begeleiding die het nodig heeft.

Volgens Prieto werken aan het programma docenten en coaches die actief zijn in belangrijke orkesten en die niet alleen over muzikale expertise beschikken, maar ook een sociale verantwoordelijkheid voelen. Soms ontdekken zij talent dat zonder die begeleiding nauwelijks een volgende stap zou kunnen zetten. Prieto noemt verschillende musici die uit het project voortkwamen en inmiddels professionele posities hebben gevonden, onder meer in het WDR Sinfonieorchester, het Opernhaus Zürich, het Philadelphia Orchestra en de Berliner Philharmoniker.

Met zichtbaar plezier vertelt hij over een uitzonderlijk begaafde tubaspeler uit Colombia: “Ik garandeer je: hij is de beste tubaspeler van Colombia.” Juist daarom gaf Prieto hem een opvallend advies: hij moest naar een conservatorium waar hij niet langer de beste zou zijn. “Je moet Colombia verlaten. Je moet naar een conservatorium gaan waar je de slechtste tubaspeler bent.” Niet alleen om technisch beter te worden, legt Prieto uit, maar om te ervaren wat het betekent om niet de beste te zijn. “En dan te ontdekken: zij spelen zo goed. Hoe kan ik ook zo goed spelen?” Alleen door zichzelf aan een hoger niveau te spiegelen, kan een jonge musicus volgens hem verder groeien.

Het probleem is niet een gebrek aan talent; dat talent is er wel. De uitdaging is om voldoende diepte te ontwikkelen in instrumenten en disciplines die in sommige landen minder traditioneel zijn. Zo zijn viool, cello, contrabas en trompet in Mexico vanzelfsprekender dan hobo of bepaalde andere orkestinstrumenten. De ontmoeting tussen de Poolse en Latijns-Amerikaanse musici heeft daarom een doel dat verder gaat dan het gezamenlijke concert: “Het doel is muzikaal, maar net zo goed sociaal en educatief.” De jonge musici leren niet alleen hoe ze samen een orkest moeten vormen, maar ontdekken ook hoe anders de leefwereld van hun leeftijdsgenoten kan zijn.

Voor Prieto is juist het uiteindelijke concert niet het belangrijkste onderdeel van het project: “Het belangrijkste is het proces.” Het gaat hem om de weken waarin jonge musici samen repeteren, elkaar leren kennen, naar elkaar leren luisteren en ontdekken wat ze van elkaar kunnen overnemen. Het concert is uiteindelijk het feest, de plaats waar alles samenkomt. In Berlijn, in een groot concertgebouw en binnen een festival dat jonge musici centraal stelt, wordt het een viering van het werk dat eraan voorafging.

Sommige musici van het Orchestra of the Americas kenden hun collega’s voor deze tournee uitsluitend van Zoom. Nu zitten ze naast elkaar in één orkest, reizen samen en delen een intensieve muzikale werkperiode. Prieto ziet daarin een waarde die niet in een partituur valt vast te leggen. Hij vertelt hoe musici uit verschillende landen elkaar in eerdere projecten vonden, vriendschappen sloten en soms zelfs gezinnen vormden, bijvoorbeeld een Noorse cellist met een Braziliaanse partner. Voor hem is dat geen bijkomstigheid. Muziek is de aanleiding, maar de ontmoeting is een wezenlijk onderdeel van het menselijke resultaat.

“Ik hoop dat ze geraakt worden door het talent”

Wat hij het publiek na afloop vooral toewenst, hoeft Prieto niet lang uit te leggen: “Ik hoop dat ze geraakt worden door het talent van deze jonge musici. Dat is het belangrijkste.” Daarna noemt hij de vreugde en het enthousiasme waarmee de musici spelen. Of iedere frase volmaakt zuiver is, vindt hij uiteindelijk minder belangrijk dan de vraag of ze communiceert. En daar klinkt opnieuw zijn overtuiging door dat muziek meer is dan een verzameling noten of stijlen. Ze is een manier waarop mensen elkaar ontmoeten, elkaar leren verstaan en iets van hun eigen wereld meenemen naar die van een ander: “Want zoals zij spelen, is er gewoon geen enkele manier waarop het níét zal communiceren.”

 

We spraken ook met vier jonge musici van beide orkesten over hun samenwerking en het programma – dat interview lees je hier: https://klassiek-centraal.be/musici-uit-heel-amerika-en-europa-een-klank-orchestra-of-the-americas-en-penderecki-youth-orchestra-vinden-elkaar-bij-young-euro-classic/

En de concertrecensie zelf lees je hier: https://klassiek-centraal.be/wanneer-twee-jeugdorkesten-een-stem-worden/

Details:

Titel:

  • “Muziek is een absolute barometer van het leven” – in gesprek met dirigent Carlos Miguel Prieto

Foto credentials:

  • MUTESOUVENIR / Kai Bienert
nlNLdeDEenENfrFR