Jonathan Powell betoont eer aan Grigory Krein

De Britse pianist Jonathan Powell bevestigt andermaal zijn dubbele status als muzikale schatgraver en briljant pianist met deze cd met werken van de onbekende Russische componist Grigory Krein (1879-1955). Van de negen composities op deze cd zijn er acht nog niet eerder verschenen.

Grigory Krein maakte deel uit van een groep Russisch-Joodse componisten waartoe ook zijn broer Abraham, Joseph Achron en Alexander Veprik behoorden. Het waren componisten die in de eerste drie decennia van de twintigste eeuw naast allerlei buitenlandse invloeden ook steeds meer joodse elementen in hun muziek verwerkten. De combinatie van wereldse en sacrale Joodse motieven met invloeden uit het impressionisme en Romantiek verbond hen.
Dat we toch heel wat over deze grote onbekende uit de Russische muziek weten, is te danken aan de biografie die zoon Yulian aan zijn vader wijdde.

Dat Grigory musicus zou worden, stond in de sterren geschreven. Zijn vader was klezmer violist, dichter en verzamelaar van folklore en al zijn zeven zonen werden musici. De jonge Grigory begon zijn muzikale carrière als violist, maar schakelde al snel over op compositie toen hij inzag dat hij niet over het benodigde doorzettingsvermogen beschikte om het tot virtuoos te brengen. In 1905 vestigde hij zich als vioolleraar en trouwde hij met een van zijn leerlingen. Het koppel vertrok voor een studiereis naar Berlijn en Leipzig, zodat Grigory daar compositie kon studeren. In Berlijn was hij getuige van optredens van  Strauss, D’Indy, Saint-Saëns en Grieg. Ook maakte hij kennis met het werk van Debussy, die een blijvende invloed op hem zou uitoefenen.
Hij ontving een uitnodiging van Max Reger om zich bij zijn compositieklas te voegen. Het zou echter bij enkele lessen blijven. Regers aanvankelijk enthousiasme bekoelde al snel omdat de eigenzinnige Grigory geen zin had om te voldoen aan diens verzoek om wat eenvoudiger werk te maken. Hij zette zijn studie voort bij Reinhold Glière, maar ook deze verloor al snel het geduld met zijn koppige leerling,

Terug in Moskou in 1909 begon de succesvolste periode uit zijn loopbaan. Een uitvoering van zijn Eerste Sonate in bijzijn van Scriabin en Medtner ontketende een ware storm. Nog grotere successen volgden in de jaren tot aan de Russische Revolutie, maar daarna braken er krappe tijden aan. Grigory zag zich gedwongen weer vioolles te geven.
In de jaren twintig verbeterende het muzikale klimaat in de Sovjet Unie. In 1926 viel Grigory de eer ten deel een concert met eigen kamermuziek te verzorgen. Het moet een hoogtepunt in zijn muzikale leven geweest zijn. Door de toenemende erkenning van zijn werk, nam het aantal publicaties van zijn composities aanzienlijk toe. Hij was nu een beroemd man.

In 1926 brak Grigory zijn succesvolle loopbaan af en verhuisde met zijn familie naar Wenen en een jaar later naar Parijs. Vermoedelijk was de studie van zijn zoon Yulian de aanleiding, die zich onder leiding van Paul Dukas zou ontwikkelen tot een vooraanstaand pianist.
Feit is dat de schade die Grigory aan zijn positie toebracht onherstelbaar zou blijken. Want toen hij in 1934 weer terugkeerde naar de Sovjet Unie trof hij een muzikaal landschap aan dat totaal veranderd was. In die paar jaar dat hij weg was geweest, was hij zo goed als in vergetelheid geraakt. Hij trad nog maar sporadisch op.
In 1954 lukte het zijn zoon slechts met de grootste moeite om een concert te organiseren ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van zijn vader. Grigory stierf een jaar later in wat zijn zoon noemde ‘eervolle onbekendheid’.

Krein’s muzikale nalatenschap is rijk geschakeerd. Het omvat symfonische muziek, soloconcerten, kamermuziek, liederen en pianomuziek. Critici loofden naast de gelaagdheid en de kleurenrijkdom van zijn muziek vooral zijn harmonische aanpak, waardoor de muziek niet alleen impressionistisch maar soms zelfs decadent overkwam.
Maar ook zijn collega’s waardeerden hem en constateerden dat het eigenlijk onvergeeflijk was dat Krein tijdens zijn leven en na zijn dood zo weinig erkenning had gekregen.

Deze cd bevat een aantal composities voor piano, vooral kortere werken zoals poèmes, preludes, mazurka’s en een grote sonate.
Met de Deux poèmes Op. 5b waarmee de cd opent, is meteen de toon gezet. Het eerste is emotioneel en vol drama. De dichte gelaagdheid verraadt duidelijke  de invloed van zijn leermeester Max Reger. Het tweede is meer Russisch van sfeer, vol hartstocht en weemoed.
Meteen wordt duidelijk dat Krein in staat is om in zeer korte tijd zeer veel te zeggen en van een eenvoudige preludevorm een ingewikkeld bouwwerk te maken.

De Cinq Preludes zijn daar een goed voorbeeld van. Deze korte stukken puilen zo uit van de ideeën dat ze bijna uit hun bescheiden vorm barsten. Ze zijn doordrongen van weemoed, soms zelfs broeierig van karakter. Indrukwekkend is de tweede prelude met zijn donkere, dalende melodische lijn in de linkerhand. Hier en daar hoor je een flard Scriabin. Grieg is eveneens prominent aanwezig, vooral in de vijfde prelude, maar het is toch vooral Krein zelf die in een geheel eigen taal spreekt en er niet voor terugdeinst om in kort tijdsbestek uitersten met elkaar te confronteren en dromerigheid te laten ontaarden in de wildste uitbarstingen.

In  Prelude Op. 5 is de invloed van de door Krein zo bewonderde Grieg bijna tastbaar: een eenvoudige melodie op inventieve wijze modulerend creëert een verinnerlijkte sfeer, geheel in de geest van de Noorse meester.

Deux Poèmes Op. 10 (1915) laten zien hoezeer de vernieuwer Krein een eigen harmonische taal had ontwikkeld en hoever hij in dat opzicht zijn tijdgenoot Scriabin vooruit was. Het eerste is explosief vol chromatiek, het tweede valt op met zijn langgerekte melodie tegen een rustige harmonische achtergrond.

Poème Op. 16 naar een contemporain gedicht van een onbekend dichter, roept met zijn klokkengelui, zijn lang gerekte beginmelodie en zijn onstuimige middendeel een troosteloos, bar land op, waar de schaduwen van de doden eenzaam rondzwerven.

In Deux Mazurkas (gepubl. 1926) verwijdert Krein zich ver van zijn andere voorbeeld Chopin. Hij voegt allerlei oriëntaalse elementen toe en geeft eenvoudige melodieën een rijke chromatische begeleiding. Hij ondermijnt daarbij de voor een mazurka typerende melodische en ritmische eigenschappen door ze te overdrijven, te vervormen of te herhalen.

In Cortège Mystique Op. 22 (1916) roept Krein met trillers, snelle arpeggio’s en voor zijn doen ongebruikelijke herhalingen een geheimzinnige bijna rituele sfeer op. Het is verleidelijk om in de titel een verwijzing te zien naar de begrafenis van de een jaar eerder overleden Scriabin, maar zeker is dat niet.

De Trois poémes Op. 24 geschreven over een periode van 5 jaar (1918-1923) geven een indruk van de ontwikkeling die Krein in de tussenliggende tijd doormaakte.
Het eerste Poème Dramatique sluit in gedachtewereld nog aan bij de eerdere Poèmes Op. 10, maar het tweede (Poème Lyrique) en derde (Poème Antique) openen een nieuwe wereld vol harmonische en expressieve rijkdom en in het derde is ook een kunstzinnige combinatie van Ravelliaanse en joodse melodieën hoorbaar.

Sluitstuk en hoogtepunt van de cd is de Sonata No.2 Op 27 (1924), de enige van Krein’s drie sonates die gepubliceerd werd. Het is een grootschalig 23 minuten durend eendelig werk, dat beschouwd kan worden als een van de moeilijkste werken in de vooroorlogse pianoliteratuur. Het is een werk vol contrasten, nu eens bezonken, dan weer rusteloos en expressief, vol elegante ritmische bewegingen die onveranderlijk overgaan in heftige obsessieve passages om uiteindelijk na een lang opgerekte coda tot een extatisch hoogtepunt te komen.

Dit is een schitterende cd met muziek van een componist die zijn veel beroemdere tijdgenoten zoals Grieg, Scriabin, Ravel evenaart, zo niet overtreft.
Evenals op zijn met lof overladen Sorabji cd van vorig jaar, toont Jonathan Powell ook hier weer dat hij een uitzonderlijk compleet musicus is. Niet alleen valt zijn interpretatie van deze soms zeer complexe en virtuoze muziek op door muzikaliteit en goede smaak, maar ook lukt het hem moeiteloos om de luisteraar mee te nemen naar een wereld die reeds lang verdwenen is.
Met dit fenomenale eerbetoon aan een vergeten genie bewijst Powell de muziekliefhebber een dienst van onschatbare waarde.


WAT: Grigory Krein Piano Music

WIE: Jonathan Powell, piano

VERSCHENEN BIJ:Toccata Classics TOCC 0581

KOPEN: JPC

 

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Laatste berichten

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC