Eine Alpensinfonie van Richard Strauss klonk als een welgekomen geschenk, aangeboden door het Lemmensinstituut in Leuven. Het Mahler Student Festival Orchestra specialiseert zich in monumentaal symfonisch repertoire, met onder meer dit werk, Mahlers Negende, Bruckners Negende en Beethovens Negende in 2025, en César Francks Ce qu’on entend sur la montagne in 2026.
De musici – een selectie uit de elite van Europese conservatoria – verkeerden in uitstekende vorm en bevestigden hun hoge niveau dankzij intensieve begeleiding, toewijding en samenspel. Toch dringt zich, bij het beluisteren van zulk engagement, een blijvende vraag op: hoe verzoenen zij deze uitzonderlijke artistieke inzet met de noden van hun jeugd en hun verdere groei?
Grim Ongena, die optrad in een dubbele rol als leider van de percussiesectie en componist, opende de avond met zijn creatie The Ecstasis of Flight. Zal zijn parcours zich ontplooien als dat van een avant-gardist binnen deze context? Het publiek luisterde met aandacht naar dit ambitieuze werk, dat eerder, in 2025, in première ging bij het Antwerp Symphony Orchestra.
Een ‘hermeneutisch’ werk
De samenhang, consistentie en precisie van het MSFO maakten diepe indruk: in meer dan één opzicht werd dit een ware ‘Eine Alpensinfonie’. Dirigent Lars Corijn zoekt naar een bijna volmaakte eenheid binnen het orkest en weet als geen ander synergie te stimuleren en vertrouwen te wekken. De artistieke benadering legt de nadruk op een doorgedreven studie van het werk, met als doel de door de componist ingelegde betekenissen bloot te leggen. Deze reconstructieve lezing vormt een wezenlijke bijdrage van het MSFO aan het culturele veld, waarin zijn hermeneutische benadering steeds meer erkenning vindt.
Kennisallegorie
Twee symfonische gedichten werden hier tegenover elkaar geplaatst. Zowel Franck als Strauss vatten hun muzikale reis aan als een tocht die, naast de letterlijke beklimming van het gebergte, ook een spirituele initiatie inhoudt – een streven naar kennis. De weg wordt voorbereid door Francks orkestrale meditatie, geïnspireerd door Victor Hugo, waarin de eenzaamheid van de mens weerklinkt in de confrontatie tussen menselijke en natuurlijke stemmen. Strauss vertaalt dit naar een streven naar genialiteit, in lijn met – maar ook voorbijgaand aan – de filosofie van Friedrich Nietzsche, die hij bewonderde: een zuivering en verlossing door kunst.
We worden meegevoerd in een bijna openbarende ervaring, opgebouwd via een gestaag crescendo naar een moment van sublieme intensiteit. De evocatie van de Alpen – hun onverzettelijkheid en tijdloosheid – oefent een betoverende fascinatie uit: de vertrouwde wereld vervaagt, tijd maakt plaats voor eeuwigheid. Het landschap ontvouwt zich, tot een innerlijk panorama zichtbaar wordt, een ‘inscape’ waarin het zelf zich vormt. Vooral de blazers worden hier tot het uiterste gedreven om ruimte en afstand tastbaar te maken.
In brede, romantische frasen voltrekt zich de overgang van nacht naar dag, van het onbekende naar het herkenbare. De muziek spreekt alle zintuigen aan: geurende bosopeningen, steile rotsen, vogelgezang, stromend water, cirkelende roofvogels – een wereld die herboren lijkt. De natuur blijft dezelfde, en toch ervaren we haar als vernieuwd, alsof we haar voor het eerst aanschouwen. Deze herontdekking, zo kenmerkend voor de romantiek, wordt een vorm van kennis, een verruiming van het menselijk bewustzijn.
Dramatische momenten tekenen zich af in scherp gearticuleerde signalen, gedragen door een ernstig register dat het majestueuze panorama onderstreept. Het wilde leven en zijn verborgen dreigingen worden voelbaar – luister naar de smekende strijkers. Toch blijft een gevoel van verhevenheid domineren: op de top troont een koninklijke majesteit, zowel letterlijk als symbolisch. Deze klim opent een perspectief op het transcendente, waarin het onzegbare zich aandient als een overweldigend ‘meer’.
De afdaling weerspiegelt de beklimming. De storm – even intens als de top – markeert een omkering, een beweging van zenit naar nadir. De onrust en dreiging maken plaats voor verzoening: een terugkeer naar de aarde, naar de oorsprong, nadat de zoektocht naar kennis is voltooid.
Het MSFO toonde zich bijzonder krachtig in deze indrukwekkende vertolking. Als het overlijden van Gustav Mahler in 1911 Richard Strauss ertoe aanzette om, tijdens zijn verblijf in Heimgarten, terug te keren naar het symfonisch gedicht, dan eerden zowel het orkest als de componist diens nalatenschap met een uitvoering die beklijft.




