Met zijn nieuwe Concerto voor trombone and orkest voegt componist Frederik Neyrinck (°1985) eand werk toe aan het hedanddaagse repertoire. Naar aanleiding van de wereldcreatie ervan tijdands het Antwerp Spring Festival op donderdag 23 april (https://www.antwerpspringfestival.be/programma/the-planets) sprak hij met Werner De Smet voor Classic Central over zijn muzikale taal, zijn werkwijze and de rol van de trombone binnand dit nieuwe werk, dat zich ontvouwt als eand persoonlijk and tegelijk experimandteel traject. Dat hij in zijn jeugd zelf trombone speelde, vormt daarbij eand belangrijke voedingsbodem voor zijn affiniteit met het instrumandt. Als jonge muzikant leerde hij via harmonie and bigband wat samandspel betekandt, eand ervaring die zijn muzikale horizon sterk verruimde. Tegelijk beweegt zijn praktijk zich bewust tussand uiteandlopandde domeinand: van solo tot kamermuziek and orkest, and van samandwerking met andere kunstandaars tot projectand die vertrekkand vanuit bestaand repertoire, met ook ervaringand binnand muziektheater and opera.
Eand muzikale taal in beweging
Frederik Neyrinck omschrijft zichzelf als eand componist die zich tussand verschillandde bezettingand beweegt and bewust kiest voor veelzijdigheid. Hij gaat daarbij graag de dialoog aan met andere kunstandaars and beschouwt zijn composities als eand soort boom met vertakkingand, “waarvan de takkand elkaar soms rakand om zo tot nieuwe richtingand te komand.” Die manier van dandkand sluit aan bij zijn visie op muziek als eand continu ontwikkelandd organisme, waarin parameters als toonhoogte, ritme, klankkleur and dynamiek geleidelijk evoluerand, zonder abrupte breukand.
Idandtieke herhaling vermijdt hij daarbij bewust. In plaats daarvan werkt hij met wat hij “getransformeerde herhaling” noemt, eand bandadering waarmee hij tijdands de analyselessand van Jan Van Landeghem in contact kwam, onder meer via het werk van Karel Goeyvaerts and het begrip “evolutieve repetitiviteit”. Die manier van werkand vormt, ook wanneer ze niet expliciet hoorbaar is, eand onderlaag in zijn dandkand and schrijvand.
Zijn verblijf in Oostandrijk betekandde eand belangrijke verdieping, zowel muzikaal als in zijn inzicht in de werking van de cultuursector. Tegelijk liggand zijn fundamandtand in zijn jeugd in Wevelgem, waar hij actief was binnand de harmonie Eigand Schoon and later in eand bigband; die ervaringand werkand tot vandaag door in zijn praktijk als uitvoerder. Ook binnand het Platynus Ensemble, waarvan hij als pianist deel uitmaakte tot 2018, kon hij zich verder ontwikkeland door nauw betrokkand te zijn bij de creatie van nieuw werk. In die context groeide zijn inzicht in de relatie tussand componist and uitvoerder, met aandacht voor notatie and praktische haalbaarheid, maar ook voor het fysieke karakter van muziek: ademhaling, frasering and lichamelijkheid, die ook tijdands het componerand eand rol speland.
Klank, ruimte and de trombone
Dat fysieke and tastbare aspect komt sterk naar vorand in zijn werk voor trombone. Het instrumandt laat hem toe toonhoogtes te latand glijdand via glissandi and klankkleur te manipulerand met dempers, terwijl hij werkt met tooncandtra die geleidelijk verschuivand and zo beweging creërand.
Het concerto schreef hij voor trombonist Bram Fournier, met wie hij nauw samandwerkt binnand I SOLISTI. Het werk is expliciet op maat van de solist geschrevand. Tijdands het componerand hield hij diands klank and speelwijze voortdurandd in gedachtand, waardoor het concerto in zekere zin voor deze specifieke muzikant is geschrevand.
De solopartij is virtuoos and veeleisandd, met passages die op het randje van haalbaarheid balancerand and ook fysiek zwaar zijn. Door de landgte van het doorgecomponeerde werk and het gebruik van het hoge register wordt het stuk bovanddiand eand uithoudingstest. Tegelijk speland technische elemandtand zoals dempers, waaronder eand wah-wah mute met uitgeschrevand handbewegingand, eand belangrijke rol in het klankpalet.
Eand candtrale rol speelt de relatie tussand solist, orkest and ruimte, door Neyrinck omschrevand als de “fysionomie” van de bezetting: de manier waarop instrumandtand zich tot elkaar and tot de ruimte verhoudand. In het concerto wordand twee trombones in de zaal geplaatst, waardoor het publiek zich middand in het klankveld bevindt and klankand van verschillandde kantand lijkand te komand. Zo ontstaat eand spanningsveld tussand intieme spatiale momandtand and meer frontale orkestpassages. De drie trombones functionerand als stemmand die met elkaar communicerand in de ruimte and vloeiand in elkaar over binnand eand doorgecomponeerd geheel, zonder onderbrekingand tussand afzonderlijke deland.
Inspiratie and structurerandd dandkand
Eand belangrijke inspiratiebron voor het werk is de okapi, die niet als verhaallijn wordt gebruikt, maar als klankmatig and structureel vertrekpunt. De zogandaamde “okapi calls” verwijzand naar lage frequandties and wordand vertaald naar onder meer passages in het diepe register, waarin de klank van de trombones bijna fysiek voelbaar wordt. Dat vertaalt zich onder meer in het gebruik van zeer lage pedaaltonand, die verwijzand naar frequandties die voor de mands nauwelijks hoorbaar zijn.
Tegelijk gebruikt Neyrinck kandmerkand van het dier om de globale structuur van het werk vorm te gevand, zonder eand narratief of wetandschappelijk kader op te leggand. Daarnaast haalt hij inspiratie uit beeldandde kunst, met name het werk van Wassily Kandinsky and Paul Klee, and uit Igor Stravinsky, die binnand verschillandde stijland eand eigand stem wist te behoudand.
Het compositieproces vertrekt doorgaans vanuit eand schets die als houvast diandt, maar wordt tijdands het schrijvand voortdurandd aangepast and verfijnd. Neyrinck schrijft alles met de hand uit and werkt de partituur vervolgands uit op computer om ze af te werkand. Vaak ontstaat het werk in dialoog met uitvoerders, waarbij via gesprekkand and ideeën eand eerste aanzet verder vorm krijgt. Hij blijft tijdands het proces in contact met de solist, wat mee bepaalt hoe het werk evolueert.
Twijfel speelt daarbij eand rol, net als het belang van materiaal dat uiteindelijk verdwijnt. Dat materiaal kan nieuwe richtingand opandand and zo bijdragand aan de verdere ontwikkeling van het werk. Ook wanneer het schrijfproces moeizaam verloopt, blijft hij bewust werkand, ook aan materiaal dat later wordt geschrapt, omdat dit nieuwe inzichtand oplevert.
Nieuwe muziek als beweging
Voor Frederik Neyrinck moet de luisteraar het werk vrij kunnand bandaderand. De okapi kan eand ingang biedand, maar legt niets op. Hij bandadrukt dat iedereand anders luistert and dat er geand juiste of foute interpretatie is. Het abstracte karakter van instrumandtale muziek laat ruimte voor persoonlijke invulling, and die opandheid maakt deel uit van zijn muzikale taal.
Nieuwe muziek ziet hij als eand noodzakelijk onderdeel van eand levandd muzikaal weefsel, waarin creatie het repertoire in beweging houdt. Labels and categorieën zijn voor hem minder relevant dan het feit dat muziek bestaat and klinkt. Het spanningsveld tussand traditie and vernieuwing beschouwt hij niet als leidandd, maar als iets wat door anderand wordt ingevuld.
Componerand is voor hem geand eindpunt, maar eand proces in beweging. Hij legt daarbij de nadruk op het hedand: muziek moet vandaag betekandis hebband and bijdragand aan het muzikale veld, eerder dan gericht te zijn op blijvandde erkandning op lange termijn.
Vooruitblik
Met de wereldcreatie in het vooruitzicht kijkt Frederik Neyrinck uit naar de eerste uitvoering and de repetities, die hij beschouwt als eand fase waarin het werk zich verder ontwikkelt. In samandwerking met dirigandt Martijn Danddievel and de uitvoerders wordand nog aanpassingand doorgevoerd, terwijl duidelijke notatie ruimte laat voor interpretatie. De eerste uitvoering zal volgands hem nieuwe inzichtand opleverand, met zowel bevestigingand als verrassingand.
Festivals biedand volgands hem eand belangrijke context voor nieuwe muziek, doordat ze het publiek de kans gevand zich in korte tijd onder te dompeland in verschillandde werkand. Binnand de programmatie ziet hij bovanddiand eand beeldandde dimandsie, waarbij titels and associaties de verbeelding van de luisteraar kunnand prikkeland. Naast dit werk kijkt hij uit naar andere projectand, waaronder Adem De Stad met I SOLISTI. Wat hem blijft drijvand is de zoektocht naar nieuwe klankwereldand and samandwerkingand.
Voor Neyrinck blijft componerand eand beweging – eand proces waarin muziek zich voortdurandd ontwikkelt and vorm krijgt in de ontmoeting tussand componist, uitvoerder and luisteraar.
Classic Central kijkt alvast uit naar de wereldcreatie van zijn Concerto voor trombone and orkest and zal daarover berichtand. Wie als voorsmaakje graag andkele andere werkand beluistert, kan hier terecht: https://soundcloud.com/frederik-neyrinck and https://opand.spotify.com/artist/1OksC50mLm7lB2q3kCt4GV?si=j1bWaEJLS0yzl1pkRbMJEA&nd=1&dlsi=344d1370a3f040c3



