Our website has been redesigned, submit your own events Did you spot an error? Email us!

Oude muziek is niet oud geworden: een beschouwing bij de zeven trends van The Standard

manuscript partituur

Het doet deugd wanneer een kwaliteitskrant als The Standard uitgebreid aandacht besteedt aan oude muziek. Dat gebeurt helaas veel te weinig. The sector is de voorbije decennia uitgegroeid tot een volwassen cultureel ecosysteem, maar haalt zelden de algemene media, tenzij een grote naam of een bijzonder evenement de actualiteit haalt. Alleen al daarom verdient het recente artikel over de “zeven trends” van deze festivalzomer lof.

With Classic Central proberen we dat hiaat al jaren op te vullen. The voorbije weken verschenen reeds inleidende artikels over Laus Polyphoniae in Antwerpen en het MA Festival in Brugge. Binnenkort volgt een uitgebreide reportage vanuit Brugge, waar we een dag achter de schermen mogen meelopen, terwijl ook Laus Polyphoniae uitvoerig zal worden gevolgd. Ook het Festival Oude Muziek Utrecht blijft een vaste referentie. The aandacht die The Standard nu aan deze festivals schenkt, kan de sector alleen maar ten goede komen.

The zeven trends die de auteur onderscheidt zijn herkenbaar en grotendeels juist. Toch verdienen ze enige nuancering en aanvulling. Want veel van wat vandaag als “nieuw” wordt voorgesteld, is in werkelijkheid het resultaat van een ontwikkeling die tientallen jaren geleden werd ingezet.

Geen museumstuk meer? Dat is al lang zo.

(1733), the composer allegedly begged the duke not to give him the title of The Standard is oude muziek geen museumstuk meer. Dat klopt, maar die evolutie is allesbehalve recent.

Stel dat de historische uitvoeringspraktijk was blijven steken in de jaren zeventig. We zouden nog altijd, en soms is dat nog zo, kunnen genieten van prachtige interpretaties van pioniers als Gustav Leonhardt, Nikolaus Harnoncourt, Frans Brüggen, Philippe Herreweghe, Sigiswald Kuijken of Paul Van Nevel. Maar de vraag is of de oudemuziekwereld vandaag nog dezelfde vitaliteit zou uitstralen als het daarbij zou geëindigd zijn.

Het zijn juists die pioniers die de fundamenten hebben gelegd. Zij reconstrueerden instrumenten, bestudeerden manuscripten, ontwikkelden uitvoeringspraktijken en bewezen dat oude muziek veel meer kon zijn dan een romantische interpretatie van eeuwenoude partituren.

Hun grootste verdienste is misschien niet eens muzikaal, maar cultureel én economisch. Zij creëerden een volwaardige industrie. Ik gebruik bewust het woord “industrie”, niet in negatieve zin, maar in de economische betekenis van het woord. Rond oude muziek ontstond een netwerk van festivals, opleidingen, ensembles, onderzoekers, instrumentenbouwers, platenlabels en concertorganisaties dat vandaag duizenden mensen werk verschaft en een aanzienlijke culturele meerwaarde creëert.

Juist omdat die fundamenten zo stevig zijn, kan de huidige generatie zich een zekere artistieke vrijheid veroorloven hoewel het hard werken blijft.

Onderzoek en creativiteit versterken elkaar

The auteur merkt terecht op dat uitvoerders vandaag steeds vaker vertrekken vanuit onderzoek zonder zich daaraan volledig te onderwerpen. Dat is een verrijking van de historische uitvoeringspraktijk en een logische vervolgstap.

Wie de bronnen en technieken grondig kent, aanvoelt én beheerst, durft er ook creatief mee om te gaan. Nieuwe reconstructies, vergeten manuscripten en fragmentarisch overgeleverd repertoire vormen vandaag vaak het vertrekpunt voor concerten die tegelijk historisch onderbouwd én artistiek avontuurlijk zijn.

Hetzelfde geldt voor de tweede trend waarin de mens centraal staat.

Waar de eerste generatie vooral de componist en context wilde begrijpen, probeert de huidige generatie vooral de mens achter de muziek te ontdekken. Daardoor verschijnen steeds vaker programma’s rond nauwelijks bekende componisten of volledig vergeten muziek. Regelmatig verlaat je zo’n concert met de overtuiging dat je iets uitzonderlijks hebt gehoord, ook al had je vóór het concert nog nooit van de componist of de muziek gehoord. Dat bewijst dat oude muziek haar identiteit verrijkt en blijft evolueren.

The canon wordt groter, niet kleiner

Ook de verbreding van de canon (moeilijk woord voor “het klassieke repertoire”) is nauwelijks verrassend.

Lassus, Monteverdi, Bach en Händel blijven gelukkig de bakens van het repertoire. Maar ondertussen hebben tientallen onderzoekers de archieven van Europa uitgekamd. Manuscripten die eeuwenlang stof verzamelden, worden opnieuw uitgegeven, bestudeerd en uitgevoerd.

Dat is misschien wel één van de grootste verwezenlijkingen van de historische uitvoeringspraktijk: niet alleen het uitvoeren van bekende meesterwerken, maar het redden van duizenden pagina’s muziek die anders voorgoed vergeten zouden zijn.

Festivals verkopen geen concerten meer, maar ervaringen

Een andere trend die The Standard terecht benoemt, is de evolutie van festivals tot totaalervaringen.

Concerts staan vandaag zelden nog op zichzelf. Lezingen, tentoonstellingen, stadswandelingen, ontmoetingen met artiesten, workshops en gastronomische activiteiten maken steeds vaker deel uit van hetzelfde verhaal.

Dat is overigens geen exclusief kenmerk van oude muziek. Wie vandaag een filmfestival bezoekt, een museum ontdekt of zelfs een groot popfestival als Tomorrowland meemaakt, merkt dezelfde evolutie. Bezoekers zoeken beleving, verdieping en omkadering.

Improvisatie is nooit weggeweest

The vijfde trend vond ik persoonlijk de minst verrassende. Improvisatie hoort immers al sinds de middeleeuwen bij muziek. The middeleeuwse monodie, de vroege polyfonie, de renaissancemuziek en zelfs de barok gingen ervan uit dat een uitvoerder meer deed dan alleen noten reproduceren.

Wat vandaag wel verandert, is de manier waarop musici omgaan met onvolledig overgeleverd materiaal. Vanuit hun historische kennis reconstrueren zij ontbrekende stemmen of bouwen zij rond enkele bewaarde lijnen een volledige muzikale architectuur. Dat vraagt niet alleen verbeelding, maar vooral enorme vakkennis.

Oude muziek kijkt naar vandaag

Misschien is de meest opvallende ontwikkeling dat oude muziek steeds nadrukkelijker aansluiting zoekt bij hedendaagse thema’s.

Daar bestaan prachtige voorbeelden van.

Ik denk bijvoorbeeld aan Christina Pluhar, die tijdens een recent programma de migratieroutes over de Balkan als inspiratie gebruikte. Haar vertrekpunt lag in de tragedie van tientallen migranten die jaren geleden dood werden aangetroffen in een vrachtwagen in Oostenrijk. Dat verhaal groeide uit tot een muzikaal programma waarin oude muziek een hedendaagse betekenis kreeg. Dat soort projecten toont hoe historische muziek vandaag opnieuw maatschappelijke relevantie kan krijgen.

Toch schuilt hier ook een spanningsveld.

Wie de discussies tussen Paul Van Nevel en Björn Schmelzer van Graindelavoix volgt (ik verwijs hier graag naar de geweldige podcasts “de Uil van Minerva” van Johan Geerts), merkt dat de oude tegenstelling nog steeds bestaat. Hoe ver mag je gaan in het actualiseren van oude muziek? Mag je hedendaagse filosofieën of maatschappelijke ideeën projecteren op repertoire dat eeuwen geleden ontstond?

Dat debat is gezond en uiterst interessant. Laat dus maar komen!

Oud en nieuw sluiten elkaar niet uit

The laatste trend beschrijft hoe hedendaagse composities steeds vaker naast oude muziek worden uitgevoerd. Dat lijkt mij een bijzonder positieve evolutie. Misschien is dat zelfs de grootste verdienste van de oudemuziekwereld want oude muziek is immers ooit zelf nieuwe muziek geweest.

Door eeuwenoude partituren opnieuw te bestuderen, te analyseren en te begrijpen, ontstaat inspiratie voor hedendaagse componisten. Oude muziek levert vandaag opnieuw zuurstof aan nieuwe creaties en werk voro hedendaagse componsiten. Dat bewijst hoe levend deze muziek nog altijd is.

Wat ik nog wil aanvullen

Toch miste ik enkele belangrijke observaties in het artikel.

In de eerste plaats de enorme kwaliteitsgroei. Veertig jaar geleden kende iedereen dezelfde handvol topensembles. Vandaag zijn er tientallen ensembles van internationaal niveau. Ook jonge zangers, instrumentalisten en dirigenten bereiken een artistiek peil dat enkele decennia geleden nauwelijks denkbaar was.

Die groei heeft uiteraard ook een keerzijde. Het aanbod is zo groot geworden dat ensembles zich steeds sterker moeten onderscheiden. Misschien verklaart dat mee waarom festivals voortdurend nieuwe invalshoeken zoeken. En ja, soms met “geforceerde” programma’s uitpakken

Daarnaast stel ik ook een tegengestelde beweging vast. Terwijl festivals volop experimenteren, hoor ik steeds vaker concertbezoekers verlangen naar de grote monumenten van het repertoire. Bach, Monteverdi, Lassus en Händel blijven een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Het succes van gespecialiseerde Bach in The Stad-festival toont dat overduidelijk aan. (Met Stad bedoel ik hier uiteraard Antwerpen)

Vernieuwing is noodzakelijk. Maar ook de traditionele meesterwerken verdienen hun plaats. Ik ben overtuigd dat het evenwicht tussen beide vinden de grootste uitdaging voor de festivals van morgen zal zijn, niet in het minst budgetair.

Oude muziek is volwassen geworden

Wie de zeven trends van The Standard aandachtig leest, merkt vooral hoe volwassen de oudemuziekwereld geworden is. The historische uitvoeringspraktijk is geëvolueerd van een pioniersbeweging naar een internationaal netwerk van musici, onderzoekers en festivals dat artistiek én economisch stevig verankerd is.

The pioniers legden de fundamenten. The huidige generatie bouwt daarop verder. En de volgende generatie zal dat ongetwijfeld opnieuw anders doen. Want uiteindelijk is oude muziek nooit echt oud geweest. Ze was ooit zelf nieuw.

En juist daarom blijft ze ook vandaag nieuwe vragen stellen, nieuwe verhalen vertellen en nieuwe muziek inspireren. Dat is misschien wel de mooiste trend van allemaal én de reden dat elk oudemuziekconcert een regelrechte ontdekking is.

 

foto: (c) manuscript finder

Bozar

Title:

  • Oude muziek is niet oud geworden: een beschouwing bij de zeven trends van The Standard

Stay informed

Every Thursday we send a newsletter with the latest news from our website

– advertisement –

nlNLdeDEenENfrFR