Er werd weer gezongen en gespeeld in de Basiliek van Hanswijk. Een bezinningsconcert ‘Maria, Mater Coronata’ besloot zaterdag een lustrumjaar vol zingeving dat met een tentoonstelling, een processie, een Kroningsviering en een bloementapijt 150 jaar Kroning van O.-L.-Vrouw herdacht. En, zoals gewoonlijk, verrasten de flair en het inzicht van Fernand Verreth, die deze keer gekozen had voor jong talent, omringd door twee gevestigde waarden
Sopraan, harp, fluit
Iedereen had de mond vol over het tere, kristalklare stemmetje van sopraan Lissa Meyvis. Met een masterdiploma Economie op zak begon ze in 2011 aan vijf jaar Klassieke Zang aan het Conservatorium van Antwerpen. Daar behaalde ze haar master ‘magna cum laude’. Ze zingt wat ze kan en waar ze kan: klassiek, chanson, cabaret, musical, jazzy tunes, operette. Zo kijkt ze uit naar weer een optreden voor de Internationale Robert Stolz Club. Een hommage aan Toon Hermans, aan Kurt Weill en Charles Aznavour (met grootheid Hans Peter Janssens en pianist Lester Van Loock) zijn haar niet te min. Een rol in Mozart-opera’s, in ‘Carmina Burana’ van Orff en in ‘Jenufa’ van Janáček (volgens Sylvia Broeckaert van Klara “een zeer mooi roldebuut”) brachten haar vóór het grote publiek van de Nationale Opera Amsterdam en Opera Ballet Vlaanderen. Klassiek-Centraal-collega Viviane Redant looft Lissa als “een natural beauty, wiens stem caprioleert als de zang van een leeuwerik”.
Mariadag, Moederdag
Deze 15e oogst stond volledig in het teken van Maria. En van de samenwerking van Lissa Meyvis met fluitist en bewegingsdocent Raf De Groote, thuis in onze grote orkesten en actief in kamermuziek en stembeheersing, en met de Pools-Belgische Hanna Grociak. Van het Conservatorium en de Filharmonie van Poznan trok ze naar het Brussels Conservatorium, waar ze zich vervolmaakte in de harpklas van Suzanna Mildonian en in de kamermuziekklas van Arie Van Lysebeth. Eigenlijk is Hanna Grociak onze Anneleen Lenaerts ‘avant la lettre’ en actief in binnen- en buitenland.





Het programma van dit trio omvatte opmerkelijke verrassingen.
Natuurlijk was er het onontkoombare ‘Ellens Gezang III’ van Schubert, dat ook Gounod inspireerde. Maar ook Caccini – ware het niet Vavilov – Piazzolla en Gómez maakten van het ‘Ave Maria’ een aangrijpende bede. Indrukwekkend was het ‘Ave Maria’ van gitaarvirtuoos, leerling van Narcisso Yepes, leraar en componist William Gómez (Gibraltar, 1939-2000) met zijn overheerlijke emotionele directheid en spirituele diepgang: een wonder waar je nooit genoeg van krijgt!
Een pluim voor Hanna Grociak, die ook voor de muzikale coördinatie instond en nog andere ontdekkingen in petto had. Zoals de Noor Rolf Løvland (1955), die met twee succesvolle liedjes voor het Eurosongfestival van 1985 en 1995 meer bekendheid verwierf dan met zijn zo toegankelijke ‘Hymne to Hope’. Of onontgonnen pareltjes als het etherische ‘Morceau de concours’ van Gabriel Fauré en het poëtische ‘Une flûte invisible’ van Camille Saint-Saëns.
Vlaamse devotie
Onze Vlaamse Mariaverering rondde het programma af. August De Boeck, ‘Gebed’, blijft verrassen met zijn directheid, zijn melodische expressie en zijn persoonlijke ‘griffe’. Staf Nees met de eenvoud van zijn ‘Marialied’. En Bruno Svoboda met een ontwapenend ‘Lieve Vrouwke, ik kom niet om te bidden…’ Wat lijkt op een typisch Vlaams gebed, heeft internationale allures. De tekst komt van Paul Claudels gedicht ‘La Vierge à midi’. De muziek is van de in 1919 in het vroegere Tsjecho-Slowakije geboren Bruno Svoboda, die in 1941 via Rome bij de Norbertijnen in Tongerlo belandde en zowel actief was als medewerker van pater Werenfried Van Straaten bij Oostpriesterhulp als als organist en componist. Bezinnende teksten door Fernand Verreth, mevrouw Van Praet en twee jongeren en een zomerse receptie in de Pastorietuin maakten van deze viering een deugddoende belevenis die lang zal nazinderen en waarvoor de medewerkers van de Basiliekploeg alle dank verdienen.




