Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Een requiem voor de levenden

koor en ensemble in actie in een kerk

Op een zwoele juninamiddag bood de Sint-Walburgiskerk in Antwerpen een welkome schuilplaats tegen de loden hitte. Binnen wachtte echter geen licht verteerbaar zomerprogramma, maar een concert rond twee diep spirituele werken: het Miserere van James MacMillan en het Requiem for the Living van Dan Forrest.

De uitvoering was in handen van Vox Grata en kamerkoor Sistina, beide geleid door Ann Janssens. Vox Grata werd in 2022 opgericht als projectkoor met de ambitie om zangers en dirigent samen te brengen in een professioneel kader. Kamerkoor Sistina ontstond in 2016 vanuit de Kunstacademie van Beveren en bouwde aanvankelijk een repertoire uit rond oude muziek en barok. Onder leiding van Ann Janssens werd die focus verbreed naar zowel historische als hedendaagse muziek

MacMillan’s Miserere opende het concert. De Schotse componist behoort al jarenlang tot de belangrijkste stemmen binnen de hedendaagse religieuze muziek. Zijn uitgesproken, zelfs conservatieve katholieke overtuiging sijpelt door in zijn werk, maar los van persoonlijke standpunten staat één zaak buiten kijf: MacMillan weet hoe hij een tekst muzikaal tot leven moet brengen.

Het Miserere werd bedachtzaam maar overtuigend uitgevoerd. Vanaf de eerste maten werd de toon gezet door een stevig verankerde baslijn, waarna sopraan- en altstemmen zich subtiel in het klankweefsel voegden. Ann Janssens hield het geheel voortdurend in een heldere tactus, zonder de natuurlijke adem van de muziek te verstoren. Wat opviel, was de combinatie van zachtmoedigheid en kracht: het koor zong met grote controle, maar zonder ooit afstandelijk of klinisch te worden.

Wie vertrouwd is met Engelse opnames van dit werk, zal gemerkt hebben dat er gekozen werd voor een Vlaamse uitspraak van het Latijn. Dat gaf de uitvoering een eigen karakter en kleur.

Bijzonder indrukwekkend was het slotgedeelte van het werk. Waar MacMillan steeds nadrukkelijker teruggrijpt naar gregoriaanse formules en de laatste woorden laat uitlichten door solistische stemmen, ontstaat een fascinerende spanning tussen oud en nieuw. De verwijzingen naar het gregoriaans werkten hier niet als historisch citaat, maar als een natuurlijke verdieping van de tekst. Het resultaat was een sterke en inhoudelijk rijke opening van het concert.

Na een korte onderbreking volgde Dan Forrest’s Requiem for the Living. Voor ondergetekende was dit een eerste kennismaking met het werk, maar meteen een bijzonder aangename ontdekking.

Forrest vertrekt van de traditionele requiemteksten, maar verschuift het perspectief radicaal. Dit is geen requiem voor de doden, maar voor de levenden: een gebed om troost, rust en hoop voor wie geconfronteerd wordt met verlies en lijden. Die gedachte bepaalt de volledige opbouw van het werk.

Muzikaal kiest Forrest daarbij voor een uitgesproken filmische taal. Het openingsdeel ontvouwde zich vanuit een eenvoudige orgelpartituur die geleidelijk werd overgenomen door de strijkers, waarna het geheel openbloeide tot een breed klanklandschap. De vergelijking met een wijd filmisch beeld dringt zich geregeld op.

Wat meteen opviel, was de hoge kwaliteit van het ensemble. Vanaf de eerste noot zat de intonatie goed en bleef de klank opvallend zuiver. Het koor wist moeiteloos te schakelen tussen intieme passages en volle uitbarstingen ten volle gedragen door een imposante slagwerkpupiter.

Een van de hoogtepunten van het concert was zonder twijfel het tweede deel, waarin Forrest het traditionele Dies Irae vervangt door Vanitas Vanitatum. Het is een ingreep die perfect aansluit bij zijn concept van een requiem voor de levenden. De muziek speelt voortdurend met contrasten: harp en orgel bouwen een bijna speels klankspel op, waarna het koor plots binnenvalt met krachtige uitroepen van Vanitas Vanitatum. Hier kwamen zowel de expressieve mogelijkheden van het koor als de kwaliteiten van het instrumentale ensemble volledig tot hun recht.

Op zulke momenten werd ook duidelijk hoe sterk An Janssens haar uitvoerders aanstuurt. Haar directiestijl is helder, efficiënt en volledig gericht op de muziek. Zonder theatrale gebaren weet zij met minimale middelen nuances aan te geven en vertrouwen uit te stralen. Het is een manier van dirigeren die rust brengt en de aandacht volledig naar de partituur laat gaan.

Ook de solisten maakten indruk. In het Agnus Dei zorgde de erg jonge sopraan Lotte Heyrman voor een bijzonder ontroerend moment. Haar frisse, kwetsbare stem gaf de smeekbede om vrede een bijna tastbare onschuld. Het contrast met de volwassen en krachtige sopraanstem van Katrien Van Broeck werkte uitstekend en gaf deze passage extra betekenis.

Het Sanctus bouwde vervolgens vanuit een bijna klokjesgeluid op naar een feestelijke climax, terwijl Forrest op inventieve wijze speelde met de verwachtingen van de luisteraar. Het verwachte Hosanna liet lang op zich wachten en kreeg daardoor des te meer impact.

Het slotdeel, Lux Aeterna, voegde aan de traditionele Latijnse tekst woorden uit het evangelie toe: “Come to me, all you who labor and are heavy laden, and I will give you rest.” Hier maakte tenor Michael Limpens grote indruk. Zijn warme, gedragen klank had iets uitgesproken Engels – ik moest onwillekeurig aan Briutten’s opname van Peter Grimes denken – en gaf de passage precies de rust en troost die de tekst vraagt.

close up van koor in uitvoeringEen factor die onmogelijk onvermeld kan blijven, is de akoestiek van de Sint-Walburgiskerk zelf. Het blijft opmerkelijk dat deze relatief verborgen kerk, verscholen in het Antwerpse stadsweefsel, zo weinig bekendheid geniet als concertlocatie. Nochtans beschikt zij over een akoestische kwaliteit die zonder moeite de vergelijking kan doorstaan met die van de grote gotische kerken waarvoor dergelijke muziek vaak geprogrammeerd wordt. Meer nog: waar de luisteraar in een kathedraal vaak op aanzienlijke afstand van de uitvoerders zit, biedt de Sint-Walburgiskerk een veel directere luisterervaring. De klank krijgt er ruimte om te resoneren, maar behoudt tegelijk een opmerkelijke helderheid en nabijheid. Vooral in de verstilde passages van zowel MacMillan als Forrest werd duidelijk hoezeer de ruimte zelf deel uitmaakte van de uitvoering. De warme nagalm verrijkte de koorklank zonder details te verdoezelen, terwijl de luisteraar dicht genoeg bij de musici bleef om de kleinste nuances te ervaren. Het maakte deze muziek niet alleen hoorbaar, maar bijna tastbaar. Alleen al daarom verdient deze bijzondere pelgrimkerk een veel prominentere plaats op de kaart van het Antwerpse concertleven.

Na een laatste verstilling in orgel en harp eindigde het werk bijna ongemerkt. Geen grote apotheose, geen overweldigend slotakkoord, maar een zachte uitademing die perfect aansloot bij de geest van het werk.

De kwaliteit van de uitvoering blijft hangen, maar ook de intelligentie van Forrests concept. Het Requiem for the Living spreekt niet over de dood, maar over het leven; niet over afscheid, maar over de behoefte aan rust, troost en verzoening. Het is muziek die vandaag niet genoeg gezongen kan worden!

Als er al een kleine kanttekening gemaakt kan worden, dan betreft die eerder de programmatie dan de uitvoering. Een kort instrumentaal werk tussen MacMillan’s Miserere en Forrest’s Requiem had misschien wat extra ademruimte gecreëerd tussen beide grote vocale composities en tegelijkertijd het instrumentale ensemble nog meer kansen gegeven om zich te profileren.

Dat neemt echter niets weg van de algemene indruk: dit was een concert van hoog niveau, uitgevoerd door musici die duidelijk weten wat ze willen vertellen. Het publiek bleef na afloop nog geruime tijd napraten, een glas in de hand en zichtbaar onder de indruk.

Voor wie Vox Grata, kamerkoor Sistina en dirigente Ann Janssens nog niet kende, vormde deze namiddag een uitstekende kennismaking. Voor wie hen al volgde, was het opnieuw een bevestiging van hun muzikale kwaliteiten. En voor de Sint-Walburgiskerk zelf was dit concert een overtuigend pleidooi om nog vaker als podium voor koor- en ensemblemuziek te fungeren. De combinatie van uitvoerders, repertoire en ruimte bleek immers van een zeldzame vanzelfsprekendheid.

 

 

Details:

Titel:

  • Een requiem voor de levenden
nlNLdeDEenENfrFR