Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Nieuws

ARTONOV FESTIVAL

‘We do not work alone’. ‘Werken doen we niet alleen’. Die woorden komen van Kanjiro Kawai, een Japanse keramist, en lopen als een rode draad door de twaalfde editie van het Artonov festival, dat van 4 tot 23 oktober 2026 plaatsvond in Brussel. We kunnen pas dingen creëren door een levendig netwerk van overdracht, gedeelde gebaren, herinneringen en onzichtbare aanwezigheid. Elke artistieke daad wordt gevormd door wat ons voorafgaat: door mensen, materialen, plaatsen en tradities die blijven doorwerken in het heden. Omdat in 2026 de 160e verjaardag gevierd wordt van de culturele en diplomatieke betrekkingen tussen Japan en België nodigde het festival artiesten uit die twee landen uit om nieuwe dialogen te exploreren tussen erfgoed en heden.

A
· 7 min lezen
Deel dit artikel
ARTONOV FESTIVAL
© ARTONOV, Manjiro Tatsumi
Klassiek Centraal koos voor de voorstelling ‘Resonanties in de tempel van Mii-Dera’, een multidisciplinair project met traditionele Japanse poëzie, shonyo-boeddhistisch gezang, Noh-theater en shakuhachi-fluit.
De historische tempel Mii-Dera koestert haar geschiedenis van meer dan 1200 jaar, niet ver van de oude hoofdstad Kyoto. Aan de oevers van het Biwa-meer, het grootste meer van Japan, is de tempel al sinds mensenheugenis een spiritueel centrum waar traditie, kennis en artistieke praktijken van generatie op generatie worden doorgegeven.
Vijf jaar lang heeft het team van dit project voorbereid aan de voorstelling: Noh-meester Manjiro Tatsumi, shakuhachi -virtuoos Doean Fujiwara, het koor van Mii-Dear en klarinettist/artistiek leider Makoto Yoshida.
 
Wat betekent de Mii-Dera tempel voor u?

Dat is voor mij een tempel van bezinning, vooral dan een bezinning over mijn Japanse roots. Volgens wat de mensen van de tempel me verteld hebben, waren dit vroeger plekken waar heel wat wijsheid werd gedeeld. Zonder sociale hiërarchie, met veelvuldige uitwisselingen. Ik denk dat het min of meer een equivalent was van de ‘salons’ in het westen. Daarnaast heb je in Japan het shintoïsme, gebaseerd op een zeer oude natuur-cultus, naast het boeddhisme met al zijn tempels, afkomstig van het continent. In de tempelhof eert men de goden die de tempel beschermen. Miidera blijft bovendien verbonden met een traditie van de gebergte-cultus, shugendo, waarbij men midden in de bergen ascese beoefent. Boedhisme, shintoïsme en bergverering worden daar samen al heel lang overgedragen. Voor mij is de Mii-Dera tempel erg open. De stichter daarvan, Enchin, is indertijd naar China vertrokken om er te studeren onder de Tang en kwam dan terug naar Japan met een heleboel kennis en wijsheid van daar. Ik heb het gevoel dat die openheid voor wat van buitenaf komt, nog steeds aanwezig is. Dat het ook vandaag een plek is die stimuleert tot nieuwheid, over landen en disciplines heen.

U hebt van in het begin deelgenomen aan het project? Hoe hebt u project en deelnemers zien evolueren in de loop van die vijf jaar voorbereiding?

Inderdaad, als artistiek directeur was ik er van meet af aan bij. Uitgangspunt was mijn verlangen, waka - die fantastische Japanse poëzie - uit te drukken in klank. De Japanse taal is best een aparte taal. Als je die vertaalt naar een andere taal, wordt het snel explicatief. Net daarom vond ik het zinvol om waka te reconstrueren met klanken. Zoals u weet, heb ik in Parijs gestudeerd en speel ik klarinet in het westen. Maar voor dit project wou ik toch zeker samenwerken met een traditioneel Japans instrument. Rond die as heb ik - met muziek van diverse oorsprong - het universum dat begint bij waka, willen ontvouwen. Tot nu toe hebben we aan dit project gesleuteld met traditionele Japanse musici, denk aan shomyo (boeddhistische zang), no, shamisen … maar ook met componisten van hedendaagse muziek, van elektronische muziek, met dansers en theatermakers. We wilden daarbij niet alles zomaar door elkaar haspelen, maar iedereen als geheel laten resoneren, iedereen met zijn eigen expressie. Samen resoneren, dat is ook een weg naar vrede. Dat is de kunstvorm die ‘Oto no Miidera’ al vijf jaar verkent.

Was het dan niet lastig om een evenwicht te vinden tussen poëzie en theater, tussen traditionele en hedendaagse muziek, tussen shakuhachi en klarinet?

Dat is zeker niet eenvoudig geweest. Ik ben tot mijn negentiende opgegroeid in Japan, omringd door klassieke muziek, en ik oefende zelf gepassioneerd. Maar daardoor kende ik de traditionele muziek totaal niet, en ook niet de kunstvormen die gelinkt zijn aan Japans spektakel. In die vijf jaren voorbereiding heb ik dus ontzettend veel geleerd. Ik heb de kans gehad, met kunstenaars van het allerhoogste niveau te mogen samenwerken. Ze hebben me wegwijs gemaakt in ontelbare subtiliteiten en traditionele speltechnieken, en dat is een ervaring waarvoor ik hen zeer erkentelijk ben. En zelfs als instrumenten en vaardigheden verschillen, dan nog kunnende grootste artiesten, uit welke hoek ze ook komen, de meest delicate klanken horen en de adem van de ander horen, en daar hun eigen klank aan toevoegen, zonder hun eigen stijl of hun eigen kern-elementen te verloochenen. Daarom is ook de keuze van de partners van cruciaal belang. Wanneer gevoelige wezens een delicaat werk creëren, dan zijn zij in staat uiteindelijk een balans te vinden, en dat op zich is een grote vreugde voor ons.

U hebt aan het Conservatorium in Parijs gestudeerd. Dat heeft u ongetwijfeld geholpen, deze uitzonderlijke alliantie te begeleiden.

Ja, in verschillende opzichten. Parijs is werkelijk een kunststad, en voor de jonge man die ik was, betekende het een enorme rijkdom: van dichtbij allerlei creaties zowat dagelijks te kunnen meemaken. Al die plaatsen waar mensen uit diverse culturen en uit verschillende landen samen iets scheppen - en daar getuige van te mogen zijn… dat heeft, mag ik wel zeggen, het fundament gevormd voor dit project, dat ook vandaag mensen, culturen en verschillende disciplines bijeenbrengt.

Bent u nu een gelukkig man?

Ja vanavond ben ik eerder gelukkig. Laat me eerst en vooral vanuit de grond van mijn hart het publiek danken. Iedereen heeft zo aandachtig geluisterd. Anderzijds ben ik nooit honderd procent tevreden met mijn eigen manier van spelen, ongeacht de situatie, en ik denk dat ik het vanavond eigenlijk nog beter had kunnen doen. Daarom: als we elkaar een volgende keer weerzien, zal ik nog harder werken en u een nog interessanter universum aanbieden.

Hartelijk dank, Makoto Yoshida.
 
 
Bij deze bijzondere voorstelling hoorde ook een bijzondere locatie, het Artonov Lab in Brussel, een voormalige elektriciteitscentrale aan het Sint-Katelijne-plein.
Meteen bij het binnenkomen kreeg je een verrassende expo over volksboeddhistische sculpturen en boro-textiel uit het landelijke Japan. En op het einde van de expo een kopje thee met gekleurde suikertjes.
Vincenzo Casale, artistiek directeur van het festival, heette iedereen hartelijk welkom - helaas alleen in het Frans. Een zinnetje Nederlands en Engels in deze internationale context zouden prettig zijn geweest. Sowieso hadden we graag wat meer toelichting gezien tussen de verschillende scènes. De Japanse cultuur is niet voor iedereen even vertrouwd, en al helemaal niet als het een mengvorm betreft zoals dit project. Volgende keer beter.
De voorstelling begint met een fragment uit het Noh-stuk ‘Takasago’ (over een stel dat ‘aioi’ belichaamt: samen oud worden en in harmonie met elkaar leven) ‘Shiokawa Nami’.
Dan volgt ‘Tomari’, een werk van Dai Fujikura voor klarinet, shakuhachi en waka voordracht. solopartijen en samenspel wisselen elkaar af, nu eens bezwerend, dan weer aanbiddend, alsof we mee in de tempel van Mii-Dera zitten. Dai Fujiura woont al sinds zijn vijftiende in het Verenigd Koninkrijk, en componeerde verschillende werken voor dit project, in samenspraak met de hoofdpriester van Mii-Dera.
Het volledige spektakel van A tot Z toelichten in detail, zou ons wellicht te ver leiden. Het dompelde ons in elk geval onder in adembenemende Japanse sferen, met precisie en bezieling. Van de monniken tot de waka-declamatie: iedereen zat op het puntje van zijn stoel.
Zelf had ik misschien nog wat meer verweving van de verschillende disciplines verwacht, en had ik graag een vrouw of een paar vrouwen in het gezelschap aangetroffen (dit is tenslotte 2026), maar dat neemt niet weg dat ik na afloop uitbundig geapplaudisseerd heb en met een hart vol verrukking weer naar buiten ben gewandeld.
Na het concert op het Artonov festival vertrok het hele gezelschap naar Parijs. Op 9 oktober hebben ze in Ogata een atelier gegeven met No en met thee, gevolgd door een mini-concert. En op 10 oktober volgde een optreden in het Maison de la Culture du Japon in Parijs. Volgend jaar vindt in Miidera een tentoonstelling met nationale schatten plaats, en in dat kader is het gezelschap alvast aan een nieuw project begonnen.

Details

Foto credentials
ARTONOV, Manjiro Tatsumi
Deel dit artikel
NL