Rituelen vormen een rode draad door het hele seizoen van Opera Ballet Vlaanderen. Rituelen zijn in onze Westerse maatschappij aan het wegdeemsteren, waardoor verbinding zowel individueel (mentale stabiliteit en veerkracht) als collectief (gedeelde indentiteit) wegvalt.
Het gemeenschapsgevoel is zoek. Een van de belangrijkste rollen en pijlers van kunst is mensen samenbrengen, verbondenheid in stand te houden en cultiveren.
Triple bill
Opera Ballet Vlaanderen start 2026, bij wijze van spreken, met toeters en bellen. De triple bill ‘Rites’ omvat drie aartsmoeilijke werken uit het symfonisch repertoire met complexe ritmes en extreme muzikale uitbarstingen die van het 70-koppige orkest een grote graad van virtuositeit vergen. Het orkest onder leiding van dirigent Karel Deseure geeft de dansers voeding en zuurstof.
De kracht van het collectief is ook weer te vinden bij de dansers. ’Bolero X’, op de iconische muziek van Maurice Ravel, choreografie Shahar Binyamini, is geconcipieerd voor een immens grote bezetting van maar liefst 50 dansers. Zoveel dansers op een podium is uitzonderlijk. Dertig dansers van de eigen compagnie aangevuld met de jonge dansers van Junior Ballet Antwerp en de laatstejaars van de Balletschool. Voor deze jonge dansers die aan het begin staan van een professionele carrière een unieke kans.
Op compleet andere ritmes van Ravel ‘La Valse’ beweegt één danser, choreografie Nacera Belaza. In ‘Le Sacre du Printemps’, van Igor Stravinsky, een van de meest revolutionaire werken van de 20ste eeuw, creëerde Pina Bausch een beklijvende choreografie voor 30 dansers. Zowel de componisten als choreografen zijn baanbrekende kunstenaars.
‘Bolero X’- ode aan de dans – choreografie Shahar Binyamini
Shahar Binyamini, verlegt de grenzen van de traditionele dansvormen en ontwikkelde een eigen vocabularium. Zijn duizelingwekkende choreografie is rijk aan detail, sfeer en vibrerende kracht. De partituur vertrekt vanuit één ritmisch motief, dat geleidelijk wordt opgebouwd en overgenomen door verschillende instrumenten: klarinet, fagot, hobo, saxofoons en ontplooit zich in een staccato opbouw.
Dansen is zeilen op de zeeën van verbeelding en de dwang van het ritme. Op de eerste tonen van de kleine trom, waarna de eerste melodie ingezet wordt door de solofluit schuift het voorgordijn een paar meters open. Een man in zwarte collant en vleeskleurig bovenstuk zit gehurkt, rug publiek gevangen in een warme spot. Hij maakt vreemdsoortige bewegingen. Het gordijn schuift verder open. Hij claimt de ruimte beweegt hoog, diep, trekt diagonalen. Kruipt over de podiumvloer als een krab. Meerdere bewegingen roepen connotaties en emotionele associaties op. Stilaan ontwaar je in het diffuse licht de andere dansers côté cour, jardin en de achterwand van de scène. Ze omkaderen de scène zittend op de knieën, armen breeduit voor zich als sprinters in de startblokken. Ze zijn uniform gekleed.
Naarmate de muzikale opbouw van de Boléro toeneemt breekt een danser uit het gelid en neemt over, dan weer een andere. Stilaan, naarmate het ritme dwingender wordt beginnen de gehurkte dansers simultaan kleine bewegingen te maken met de schouder. Centraal op de scène zien we een pas de deux tussen twee mannen, dan een man en een vrouw. Ondertussen zijn alle dansers ook recht gekomen en maken twee kleine pasjes rechts, dan weer terug. Op een gegeven moment schieten ze in een ongeordende chaos op de scène als een krioelend en bedrijvig mierennest. In een mum van tijd is er orde. Ze bewegen in rechte diagonalen over de scène waar telkens andere dansers doorheen flitsen.
Naar de laatste tonen toe wordt een driehoekige formatie gevormd. Een wervelwind van energie, als een vlucht vogels die hun vleugels uitslaan. Een kleine tsunami, niet van onheil, maar van pure dynamische vreugde in een spanningsveld dat alsmaar opgevoerd wordt. De hele groep beweegt simultaan als één levend organisme in een verstrengeling van muziek, beweging en emotie. Ritme en versnelling als een aanzwellende vloed. Shahar Binyamini doet wonderen met het repetitieve karakter en het opzwepende ritme.
Naarmate het crescendo nadert springt de voorste danser in de lucht, vervolgens de derde, vijfde rij, enz. Ze springen letterlijk uit de band. Euforisch. De Boléro van Ravel, een artistieke uitdaging die Shara Binyamini met 50 jonge dansers tot een emotioneel spektakel maakte en het publiek betoverde. De staande ovatie en de lofbetuigingen hielden minutenlang aan.
‘La Valse ‘ – pure poëzie – choreografie Nacera Belaza
Al in 1906 ontwikkelde Maurice Ravel het idee voor een groots eerbetoon aan Johann Strauss II, onder de werktitel ‘Vienne’. De oorlog strooide evenwel roet in het eten. Pas eind 1919, voorjaar 1920 was de compositie klaar. Met enige fierheid mag gezegd worden dat precies honderd jaar geleden ‘La Valse’ zijn scenische wereldpremière kende in de Opera van Antwerpen. Sonia Korty, de intrigerende maar enigszins in de vergetelheid geraakte choreografe die vanaf de oprichting in 1923 aan het hoofd stond van het balletgezelschap van de Antwerpse Opera, viel de eer te beurt. Zij kreeg als eerste de rechten van Maurice Ravel om zijn ‘La Valse’ te choreograferen. Ravel schreef in een brief naar haar: “Men moet ‘La Valse’ beschouwen als een soort Griekse tragedie”.
Choreografe Nacera Belaza, nu aan zet, fileert het narratief van de muziek in een ragfijne solo. Zij doorbreekt onze vertrouwde manier om naar ballet, dans tout court te kijken. Bestaat er wel een eenduidige werkelijkheid als elke waarneming persoonlijk wordt ingevuld? De immense scène is in het donker gehuld. Centraal staat een man in een kleine spot in een donker pak. In het diffuse licht zijn enkel zijn handen en gelaat te zien. De spot verbreedt. De cirkel wordt groter dan weer kleiner.
Door al zijn zintuigen toe te laten, materialiseert de danser zijn verbeelding: de mens en de kosmos. Hij tekent een soort kalligrafie van het geluid in de ruimte. Hij staat onvast op zijn benen. Het roept beelden op van een net geworpen dier dat nog wankel op zijn pootjes staat. Hij beweegt traag in de lichtkring, maar zoekt ook de grenzen op, nieuwsgierig naar wat daarbuiten gebeurt. De danser krijgt meer vertrouwen. Wentelt om zijn as. Nacera Belaza benadert de poëtische abstractie, hoewel de geometrie niet helemaal vaarwel is gezegd. Een intimistisch, fascinerend schouwspel un poème choréographique zoals Ravel zelf het benoemde. ‘La Valse’ viert nu een eeuwfeest op het Antwerpse balletpodium en nodigt uit tot reflectie en verstilling. Danser Austin Meiteen noemt het creatieproces van ‘La Valse’ een reis van loslaten en vrijheid toelaten.
‘Le Sacre du Printemps’ – choreografie Pina Bausch – associatief
Dansen is de organisatie van beweging op een verticale en horizontale as in de tijd en ruimte. Pina Bausch verkent de compositie van Igor Stravinsky vol speel- en interpretatieruimte. Zijn fascinerende muzikale wereld releveert een voortdurend spel van tegenstellingen: liefde versus wreedheid, macht en onmacht. Haar choreografie wil een metafoor zijn voor een realiteit die vrouwelijke slachtoffers eist. Het geheel ademt een orgastische dynamiek in een versmelting van lichamelijke en geestelijke energie. De dansers van Opera Ballet Vlaanderen hebben niet alleen een fysieke maar ook een emotionele présence. Ze houden het publiek in hun greep.
De choreografie ‘Le Sacre du Printemps’ van Pina Bausch uit 1975 volgt grotendeels de oorspronkelijke scènevolgorde van het libretto, maar zonder verwijzing naar het heidense Rusland. De uitwerking concentreert zich volledig op het slachtofferen van een jonge vrouw. De thematiek: de vrouw als lustobject en slachtoffer is actueler dan ooit. De choreografie is fragmentarisch en aforistisch van karakter en heeft een complexe dramaturgie.
De balletvloer is bedekt met een dikke laag turfmolm, waardoor het dansen meer fysieke inspanning vergt. Het openingsbeeld is idyllisch. In een verticale lichtstreep ligt een vrouw uitgestrekt op een rood kleed. Een andere horizontale lijn snijdt er doorheen. Een meisje komt naar voor gewandeld en tilt haar ragfijne kleedje op. Schrikachtig ontdekken de meisjes hun sensualiteit. De muziek ontvouwt een carrousel van gevoelens: gène, wellust, durf. Vrouwen zoeken heil bij elkaar. Trossen samen. De mannen stormen het toneel op, een en al testosteron en begeerte. Met machogedrag positioneren ze zich voor de vrouwen. De leider zoekt zijn prooi. Wie offert zich op? De resonantie van de muziek trekt sidderend door de frêle meisjeslichamen. Er zijn korte stilistisch sierlijke momenten en rondedansen. Heel indrukwekkend is wanneer de vrouwen meermaals naar de mannen toesnellen en op hun schouders getild worden. Een prachtig maar ook een beetje sinister eindbeeld: de man ligt op de grond met de armen uitnodigend uitgestrekt. Het slachtoffer staat vooraan de armen uitgestrekt bedelend om hulp. Een intens en indrukwekkend spektakel zowel auditief als visueel.
Dit drieluik is elke avond weer een uitputtingsslag voor zowel de 70 muzikanten als de 50 dansers. De choreografische complexiteit werd drie maal met een adembenemende precisie en focus uitgevoerd en tot leven gebracht. Wanneer de instrumenten zwijgen en de lichamen tot stilstand komen besef je als toeschouwer pas wat je hebt meegemaakt: een bedwelmende tocht, een golf van pure klank en dans.
‘Rites’ een outstanding performance!












