Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Van oorsprong tot ontlading: een beklijvend slotconcert op het Antwerp Spring Festival

Met het slotconcert “From the New World” bekroonde het Antwerp Spring Festival zijn vijfde editie met een uitvoering die niet alleen programmatorisch doordacht was, maar zich uiteindelijk ontpopte tot een indrukwekkende muzikale ervaring. In samenwerking met Opera Ballet Vlaanderen werd op zondag 26 april een traject afgelegd dat van de Caraïbische klankwereld via Afro-Amerikaanse tradities naar Dvořáks Europese blik op de “Nieuwe Wereld” voerde – een lijn die in de Handelsbeurs Antwerpen zowel inhoudelijk als akoestisch indrukwekkend tot zijn recht kwam.

Onder leiding van de bevlogen Diego Matheuz bevestigde het Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen zijn zeer hoog niveau. Wat meteen opviel, was niet alleen de technische beheersing en homogeniteit, maar vooral de intensiteit en het plezier van het samenspel: hier stond een orkest dat met duidelijke betrokkenheid bij het repertoire musiceerde. Matheuz bleek daarbij de ideale partner als charismatische dirigent die structuur en helderheid koppelde aan een feilloos gevoel voor expressie en spanningsopbouw. Dirigent en orkest vormden een bijzonder hechte match.

De opening met Margariteña van Inocente Carreño (1919-2016) zette meteen de toon met een sprankelende en kleurrijke uitvoering die meer in zich droeg dan louter exotische charme. In dit werk, geworteld in de sfeer en ritmiek van het eiland Margarita, combineert Carreño dansante energie met een fijnzinnig gevoel voor orkestrale kleur. Het orkest wist die dubbele gelaagdheid overtuigend te vatten: levendige, ritmisch scherp geprofileerde passages werden afgewisseld met meer beschouwende momenten, zonder dat de spanningslijn werd losgelaten. De orkestratie klonk helder en gedifferentieerd, met een natuurlijke ademhaling tussen de verschillende groepen. Bijzonder treffend was het melancholische middendeel, waarin de muziek zich tijdelijk terugplooit en ruimte maakt voor meer introspectie. De soli van onder meer eerste viool en cello werden hier met een mooie vanzelfsprekendheid en expressieve nuance gebracht. Kenmerkend was de organische manier waarop contrasten werden uitgewerkt: uitbundigheid en verfijning stonden niet tegenover elkaar, maar vloeiden logisch in elkaar over. Zo kreeg Margariteña niet alleen kleur, maar ook een duidelijke vorm en innerlijke samenhang.

Met Ethiopia’s Shadow in America van Florence Price (1887-1953) volgde een werk dat zich niet alleen laat beluisteren, maar ook gelezen kan worden als een indrukwekkend muzikaal narratief. Price evoceert hier een traject van Afrikaanse oorsprong naar de Afro-Amerikaanse realiteit, waarbij elementen uit spirituals, laatromantische traditie en eigen thematisch materiaal in elkaar grijpen. Matheuz en het orkest benaderden dit met hoorbare zorg voor structuur en gelaagdheid. De verschillende secties – contrasterend van karakter maar inhoudelijk verbonden – werden helder geprofileerd en logisch opgebouwd, met aandacht voor detail zonder het overzicht te verliezen, waarbij vooral de contrasterende episoden – van ingetogen lyriek tot meer uitgesproken dramatiek – scherp gearticuleerd werden. De warme strijkersklank en de genuanceerde houtblazers zorgden voor een rijk, maar nooit zwaar klankbeeld. Tegelijk bleef de onderliggende spanning mooi gedoseerd aanwezig. Opvallend waren de ernst, de toewijding en de overtuiging waarmee dit repertoire werd benaderd: niet als zeldzame aanvulling, maar als volwaardig symfonisch werk. De emotionele lading werd niet uitvergroot, en werkte daardoor des te effectiever. Het resultaat was een lezing die zowel inhoudelijk als muzikaal overtuigde, en die de indruk naliet dat dit werk inderdaad meer dan terecht zijn plaats in het repertoire verdient.

Het is een verdienste van het festival dat het ruimte bood om zowel Price als Carreño te ontdekken: muziek die niet alleen intrigeert, maar ook nadrukkelijk naar meer doet verlangen.

Tegen deze achtergrond kreeg de Negende symfonie, Uit de Nieuwe Wereld, van Antonín Dvořák (1841-1904) het gewicht van een culminatiepunt, in een uitvoering die zich zonder aarzelen laat rekenen tot de meest beklijvende die ik van dit werk al heb mogen horen. Vanaf de eerste maten was er die vanzelfsprekende gedrevenheid: het openingsdeel kreeg een vlot en organisch ademend tempo, waarbij de melancholie niet werd uitgesponnen, maar richting gaf en spanning genereerde. Wat hier vooral trof, was de intensiteit van het samenspel – een orkest dat niet alleen uiterst precies speelde, maar hoorbaar investeerde in elke frase. Kleine accentueringen, subtiele verschuivingen in dynamiek en frasering: het zijn details die vaak onopgemerkt blijven, maar hier het verschil maakten en de partituur een bijzondere levendigheid gaven.

Het Largo vormde voor mij een van de meest indringende momenten van het concert. De opbouw was voorbeeldig in zijn eenvoud en natuurlijke flow, met tempi die ruimte lieten zonder ooit stil te vallen. De beroemde solo van de Engelse hoorn klonk ingetogen en nobel, bijna breekbaar in zijn directheid, en werd gedragen door een orkest dat met uitzonderlijke aandacht en zachtheid begeleidde. Hier hoorde men musici die naar elkaar luisterden, die samen ademden – een kwaliteit die zich moeilijk laat afdwingen, maar des te sterker binnenkomt wanneer ze er is.

Het Scherzo behield daarna zijn elasticiteit en ritmische scherpte, lichtvoetig maar nooit oppervlakkig. En dan de finale, attacca ingezet, als een onvermijdelijke ontlading van wat voorafging. Hier viel alles samen: speelsheid in de tempi, een bijna tastbaar spelplezier en een technische beheersing die moeiteloos leek. De energie werkte aanstekelijk, zonder te forceren, en droeg het geheel naar een slot dat zowel overtuigde als ontroerde.

Wat deze uitvoering voor mij zo bijzonder maakte, was niet alleen het hoge niveau, maar de manier waarop dat niveau door Matheuz werd ingezet in functie van de muziek. Geen effectbejag, geen overdrijving, maar een doordachte, doorleefde lezing waarin detail en grote lijn elkaar voortdurend versterkten.

Wat dit slotconcert uitzonderlijk maakte, was de samenhang tussen programmatie, uitvoering en beleving. Hier werd geen concept geïllustreerd, maar muziek tot spreken gebracht – met overtuiging, verbeelding en vakmanschap. Het Antwerp Spring Festival bevestigt zich daarmee als een initiatief dat niet alleen programmeert, maar ook werkelijk beklijvende concertmomenten realiseert.

Details:

Titel:

  • Van oorsprong tot ontlading: een beklijvend slotconcert op het Antwerp Spring Festival

Wie:

  • Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen o.l.v. Diego Matheuz

Waar:

  • Handelsbeurs, Antwerpen

Wanneer:

  • 26 april 2026

Foto credentials:

  • B2 Photography

© 2026 klassiek-Centraal.be - Alle rechten voorbehouden.