Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Muziek als levensmissie – In gesprek met dirigent Diego Matheuz in het kader van het Antwerp Spring Festival

Van een eerste auditie op zevenjarige leeftijd in Barquisimeto tot de internationale operahuizen en concertzalen: het parcours van de dirigent Diego Matheuz leest als een verhaal waarin toeval, talent en overtuiging samenkomen. Wat begint met een viool in Venezuela, groeit uit tot een carrière waarin muziek niet alleen kunst is, maar ook een sociale en menselijke opdracht.

Muziek als vanzelfsprekend begin

De eerste kennismaking met muziek kwam via zijn vader, een gepassioneerde muziekliefhebber. Op zevenjarige leeftijd werd hij meegenomen naar het conservatorium in zijn geboortestad. De auditie bleek doorslaggevend: een dag later begon hij al aan zijn opleiding. “Het ging allemaal heel snel,” vertelt Matheuz, “maar vanaf dat moment voelde muziek als iets vanzelfsprekends.”

Die vanzelfsprekendheid evolueerde al vroeg naar een roeping. Muziek was nooit een hobby, maar meteen een richting. De viool werd zijn eerste stem: een instrument waarmee hij expressie, discipline en communicatie leerde begrijpen.

Een onverwachte wending

De overstap naar het dirigeren kwam op een cruciaal moment. Na een mislukt toelatingsexamen in Paris – hij eindigde net buiten de selectie – keerde hij terug naar Venezuela. Wat aanvankelijk als een teleurstelling voelde, bleek een kantelpunt.

Kort daarna ontmoette hij José Antonio Abreu, de oprichter van El Sistema. Die stelde hem een eenvoudige maar bepalende vraag: wilde hij dirigeren? “Ik had het nog nooit gedaan,” zegt Matheuz, “maar voelde meteen dat het iets voor mij was.” Een dag later kreeg hij zijn eerste les.

Muziek als maatschappelijke kracht

Binnen El Sistema ontdekte hij dat muziek verder reikt dan het podium. Het project biedt gratis muziekonderwijs aan kinderen en combineert artistieke vorming met sociale ontwikkeling. “Het gaat over waarden, over gemeenschap, over waardigheid,” legt Matheuz uit.

Die visie, sterk beïnvloed door Abreu, bleef hem begeleiden. Ook mentoren als Claudio Abbado en Seiji Ozawa drukten hun stempel. Van Abbado leerde hij nederigheid en transparantie, van Ozawa een compromisloze aandacht voor klank en detail. Ook leeftijdsgenoot Gustavo Dudamel was daarbij een belangrijke inspiratiebron en bondgenoot.

Abbado leerde hem bovendien dat muziek altijd boven het ego staat en dat dirigeren in essentie een vorm van luisteren en begeleiden is, niet van controle. Ozawa bracht een extreme aandacht voor klankkwaliteit en ambacht, terwijl Dudamel zowel inspiratie als persoonlijke steun betekende doorheen zijn carrière.

Een internationale doorbraak

Zijn internationale carrière kreeg een beslissende impuls met zijn benoeming als chef-dirigent van Teatro La Fenice in Venice. Die positie bood niet alleen zichtbaarheid, maar ook ruimte om zich artistiek te ontwikkelen. Van daaruit groeide zijn aanwezigheid op internationale podia, waaronder operahuizen als de Metropolitan Opera in New York en de Wiener Staatsoper.

Opvallend is zijn bewuste keuze om zowel symfonisch repertoire als opera te blijven dirigeren. “Ze verrijken elkaar,” zegt hij. Opera scherpt het gevoel voor dramaturgie en ademhaling, terwijl het symfonisch werk focust op structuur en klank.

De kunst van het luisteren

Hoewel hij moeilijk een eigen stijl wil definiëren, noemt hij luisteren als kern van zijn werk. “Dirigeren gaat niet over controle, maar over samen iets ontdekken.” Respect voor de partituur, openheid en verbinding met het orkest vormen de basis van zijn aanpak.

Dat vertaalt zich ook in zijn houding tegenover orkesten wereldwijd. Verschillen in cultuur en traditie ziet hij niet als obstakels, maar als rijkdom. “Elke uitvoering is anders, en dat is precies wat muziek levend houdt.”

Matheuz benadrukt bovendien dat elk orkest een volledig eigen identiteit heeft, zelfs binnen dezelfde stad, en dat net die diversiteit zijn werk voortdurend verrijkt. Hij benadrukt daarbij ook dat het werken met een nieuw orkest telkens opnieuw een unieke eerste ontmoeting is, iets wat hij als bijzonder inspirerend en essentieel voor zijn kunstenaarschap beschouwt.

Hij ziet zichzelf niet als iemand met een vaststaande “stijl”, maar als een kunstenaar in voortdurende evolutie. Daarbij kiest hij er bewust voor om zich te richten op het luisteren eerder dan op het kijken: hij bekijkt zelden opnames van zichzelf, omdat voor hem de essentie van muziek in de klank ligt. Die open en onderzoekende houding vertaalt zich ook in zijn werk met orkesten. Elke eerste ontmoeting en elk repetitieproces beschouwt hij als een unieke kans om een artistieke én menselijke dialoog op te bouwen—een aspect van zijn vak dat hij als bijzonder inspirerend ervaart.

Antwerpen als ontmoetingsplek

Tijdens het Antwerp Spring Festival presenteert hij op zondag 26 april het programma From the New World (https://www.antwerpspringfestival.be/programma/from-the-new-world). Daarin staat de dialoog tussen muzikale culturen centraal. Symphony No. 9 “Uit de Nieuwe Wereld” van Antonín Dvořák (1841-1904) vormt de symbolische kern: een compositie waarin Europese en Amerikaanse invloeden samenkomen.

Een bijzonder muzikaal moment in deze symfonie is voor hem de Engelse hoornsolo in het tweede deel, die hij omschrijft als een van de meest menselijke en ontroerende passages uit het repertoire, geladen met nostalgie en emotionele diepgang.

Daarnaast dirigeert hij Margariteña van Inocente Carreño (1919-2016), een werk dat voor hem persoonlijk bijzonder betekenisvol is. “Het is een manier om mijn roots te delen met een internationaal publiek.”

Voor hem draait dit programma expliciet rond de ontmoeting tussen werelden en tradities, waarbij Latijns-Amerikaanse, Amerikaanse en Europese muziek met elkaar in dialoog treden binnen het festivalthema “One World”.

Muziek als toekomst

Naast zijn podiumwerk blijft hij sterk betrokken bij educatieve projecten. De overtuiging dat muziek een recht is voor elk kind, vormt daarbij de drijfveer. “Muziek leert jongeren niet alleen spelen, maar ook luisteren, samenwerken en groeien als mens.”

Het is die combinatie van artistieke ambitie en maatschappelijke betrokkenheid die zijn parcours kenmerkt. Of het nu in een operahuis is of in een klaslokaal: muziek blijft voor hem bovenal een middel om mensen te verbinden – en levens te veranderen.

Details:

Titel:

  • Muziek als levensmissie – In gesprek met dirigent Diego Matheuz in het kader van het Antwerp Spring Festival

Foto credentials:

  • Liliya Namisnyk
nlNLdeDEenENfrFR