Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Met ‘positief fatalisme’ én muziek overleven in Kinshasa

Vanuit een diep doorleefde muzikale ervaring promoot muziekpedagoog en filosoof Lukas Pairon een nieuwe levenshouding. De samenvatting ligt besloten in de titel van zijn nieuwe boek,  geschreven in het Engels en vertaald in het Frans: The Art of Positive Fatalism  / L’art du fatalisme positif.

Een paar jaar geleden publiceerde de auteur Music saved them, they say. Het was zijn doctoraat aan de Gentse universiteit. Dat was een indrukwekkend verslag van zijn musicologisch en antropologisch veldwerk dat hij verrichtte over jongeren in Kinshasa die door samen muziek te maken zich wisten te “redden” uit hun penibele sociale situatie van armoede en geweld waarin ze terecht gekomen waren. Het ging om participatief onderzoek bij een brassband en een traditionele Congolese drumband. Tijdens dat sociaal-muziekproject leerden ze zichzelf beter kennen en niettegenstaande de beperkte mogelijkheden opnieuw het heft in eigen handen te nemen om hun leven te reorganiseren.

Nu gaat Pairon een stuk verder en puurt als filosoof uit dat descriptief onderzoek wat hem het meest getroffen heeft in Kinshasa. Hij leerde van dichtbij de drijvende en blijvende kracht kennen van die jongeren om positief te overleven, hun kunst om fatalisme positief te beleven. Dat betekent niet je zomaar onderwerpen aan je lot en er in berusten, maar evenmin grenzeloos optimisme ten toon te spreiden.

Je snapt het helemaal als je de anekdote leest waarmee het boek opent. De auteur zit vast in een immense verkeersknoop in centrum Kinshasa, na een wolkbreuk. Hij kijkt, luister en beleeft wat er rondom hem gebeurt. Hij ziet overladen auto’s, van volk uitpuilende minibusjes, moto’s met drie passagiers, ploeterende voetgangers, alles aan een slakkengangetje. En wat ziet hij nog: mensen die grapjes maken, commentaar geven, lachen, af en toe roepend, maar er is geen woede te bespeuren. Zo gaat het daar. Alles met een zekere kalmte te midden van die “geblokkeerde werkelijkheid”, mensen met weinig manoeuvreerruimte, die noodgedwongen grenzen aanvaarden aan hun vrijheid van handelen. Het zijn deze lessen uit Kinshasa die hem mede hebben geleid tot de ontwikkeling van het concept “positief fatalisme”.

Het is datzelfde positieve fatalisme dat hij meemaakte bij zijn eerder “participerend veldonderzoek” tijdens die sociaal-muzikale projecten. Daarop verder filosoferend werkt hij die ervaringen uit: hoe mensen samen en solidair veel kunnen ondernemen zelfs al zijn hun middelen beperkt.

Gloedvol beschrijft hij in zeven hoofdstukjes die levensles en uiteindelijk ook zijn levenshouding en filosofie. Eerst en vooral natuurlijk vanuit zijn eerste etnografisch werk, die sociaal-muzikale projecten bij die jongeren in Kinshasa, waar muziek en armoede overweldigend aanwezig zijn. Want die ervaringen liggen aan de basis van zijn conceptueel denken. Zijn theorie is verankerd in de context van dat dagelijkse leven dat hij zelf twee periodes lang meemaakte. Hij tekent tegelijkertijd een hartverscheurend maar ook bijna poëtisch portret van die stad, waar je geen geld moet hebben om te kunnen zingen, een plastic emmer voldoende is als slagwerkinstrument en waar je met humor het onverdraaglijke kan overleven. Hij vertelt natuurlijk ook vol liefde over de muzikanten en hun muziekgroepen die hij er ontmoette, toen als tieners, nu als jongvolwassenen, sommigen echt geslaagd als artiesten, anderen ook die afhaakten. Hun leven draait rond compromissen sluiten, improviseren, beheren van tekorten. Muziek gaf hen zichtbaarheid en waardigheid. Allemaal te lezen in ronduit ontroerende portretjes van o.a. percussionist Claudel van het ensemble Beta Mbonda, ooit “kleine crimineel”, over trompettiste Nathalie, saxofonist Mando en het vroegere “heksenkind” nu basgitariste Esther …

 

Het zijn juist die verhalen en belevenissen die Pairon aanzetten om die manier van leven een naam te geven, om die levenshouding te benoemen, uit die precaire levenssituatie een les te trekken, zelfs een filosofie te ontwikkelen: hun muziek leert hen een specifieke ‘Sitz im Leben” aan te nemen, onzekerheden aanvaarden maar zonder in passiviteit te vervallen. Die muziek geeft hen genoeg kracht om zichzelf heruit te vinden in hun relaties met anderen en hun wereld. Ook al is “vandaag” geen garantie voor “morgen”, het gaat om “de kunst van het positieve fatalisme”. Pairons eendere ervaringen in Gaza spelen mee in dat concept. Het gaat niet om het zich neerleggen bij zoveel onrecht, maar om in die omstandigheden toch waardig te blijven en te kunnen leven, ook al blijkt de toekomst “maar” een compromis.

Gaandeweg beschrijft hij zijn filosofisch-antropologische theorie en vindt ook gelijkgestemde zielen. Hij verwijst naar eenzelfde ingesteldheid in het werk van o.a. Erich Fromm, Hannah Arendt, Hans Achterhuis, Paolo Freire e.a. Ook zij aanvaarden grenzen aan de werkelijkheid maar geven zeker niet alle mogelijkheden op. Ze pleiten voor handelen zonder de illusie te hebben alles onder controle te krijgen, omarmen het leven in het nu. Daar doen ze het mee in Kinshasa en vooral: ze doen voort. Pairon noemt het graag: “habiter le présent” en dàt juist geeft hen toekomst.

Hoe dat dagelijks leven er dan uitziet in Kinshasa, wat de praktijk is van dat positieve fatalisme, probeert hij dan te vatten in een paar uiterst opmerkelijke paragrafen. Over leven met een beperkte horizon, over het vindingrijk improviseren, over de kleine solidariteit en discrete hulp, tóch kunnen sparen in precaire omstandigheden, over waardig leven temidden van afval, over geloof en religie (alom tegenwoordig), over vergevingsgezindheid en vooral over leven met onzekerheid.

Het boek confronteert de Westerling met een cultuur van leven die hem vreemd moet lijken, maar er ons wil kennis mee laten maken. Die cultuur in een wijze levensfilosofie te gieten, in een “positief fatalisme” is de zeer grote verdienste van Lukas Pairon. Bijwijlen doet zijn insteek denken aan begrippen als “la petite bonté van Lévinas of aan de boeken van Dirk Dewachter, zeker zijn laatste met de titel ‘Wachten’ of zelfs aan de stoïcijnen. Maar altijd blijft Pairon benadrukken dat het niet gaat om een leven zonder weerstand, zich neerleggen bij de feiten, passiviteit is geen optie. In een nawoord laat hij zelfs de kritische stem horen van de Congolese filosoof Philémon Mukendi die niet wil horen van wat deze dan weer een “verlammend fatalisme” noemt, zijn landgenoten verwijtend dat ze zich te makkelijk neerleggen bij wat hun machthebbers hen aandoen.

Pairon trekt meer dan zomaar lessen uit zijn Congolees antropologisch en etnografisch avontuur. Die alomtegenwoordigheid van muziek én armoede en hoe er in Kinshasa mee wordt omgegaan, hebben hem stap voor stap naar dat origineel en opmerkelijk begrip “positief fatalisme” geloodst. Onthou uit dit boek dat dit geen “contradictio in terminis” moet zijn, voor sommigen zelfs een noodzakelijke levenskunst.

Details:

Titel:

  • Met ‘positief fatalisme’ én muziek overleven in Kinshasa
nlNLdeDEenENfrFR