Pianiste Marie François brengt op zaterdag 21 en zondag 22 februari Le Carnaval des Animaux van Camille Saint-Saëns (1835-1921) tot leven in Schouwburg De Kern in Wilrijk (https://www.schouwburgdekern.be/voorstellingen/marie-francois-presenteert-t7zm). Samen met een selecte groep topmusici en acteur Koen De Bouw als verteller nodigt ze jong en oud uit voor een fantasierijke reis door een wereld van dieren en muziek. Naar aanleiding van dit concert spraken we met haar over hoe muziek ontstaat in liveoptredens, over luisteren, interpretatie en de ontmoeting tussen uitvoerder en publiek.
De zaal ademt mee
Live muziek ontstaat niet in een vacuüm. “Voor mij vertrekt een concert vanuit het échte muziek maken, de ervaring in de ruimte: de trillingen, de energie, de sfeer, het verhaal, het ambacht, de uitwisseling tussen muzikant, muziek, instrument en publiek. Dat maakt elk moment uniek,” zegt Marie François. Ze merkt tegelijk op hoe verschillend dat is van wat we tegenwoordig via sociale media of streaming horen. “Alles daar is zo bewerkt en herwerkt dat het vaak veraf staat van het live gebeuren. Toch hebben de meeste mensen daardoor een soort oor naar perfectie gevormd – een ideaal dat niet realistisch is. Dat spanningsveld hoort bij live muziek en maakt communicatie kwetsbaar én levend.”
Tijdens een concert ervaart François die communicatie in momenten van gedeelde concentratie: wanneer de energie in de zaal voelbaar verschuift en er een subtiele afstemming ontstaat tussen haar, de muziek, het instrument en het publiek. “Dat gebeurt op een bijna pre-verbaal niveau,” legt ze uit, “waar het minder gaat om uitleg of interpretatie en meer om resonantie — klank, trillingen, ademhaling en aandacht.”
Ze verwijst naar Mihály Csíkszentmihályi’s Flow: het moment waarop focus, handeling en waarneming samenvallen. Soms is het een collectieve ervaring, soms een intieme dialoog tussen muzikant, instrument en muziek. “Een zaal vol mensen die elkaar niet kennen, met uiteenlopende achtergronden, die samen in stilte luisteren, zonder afleiding, blijft iets uitzonderlijks en bijna magisch. Waar vind je vandaag nog plekken waar dat kan? Het is een bijna zeldzame ervaring, waarin uitvoerder en publiek een gedeelde stroom bereiken.”
Lichaam en klank in dialoog
Die gedeelde stroom is niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk. Muziek ontstaat voor haar in het samenspel van oor, adem, gewicht en aanraking. Het lichaam fungeert als stille bemiddelaar tussen partituur en klank, tussen intentie en realiteit. “Mijn handen, oren en adem vormen één geheel. Het is een gesprek met het instrument dat voortdurend reageert,” zegt ze. Zo wordt luisteren niet alleen een mentale oefening, maar ook een fysieke praktijk die zowel het spel als de interactie met het publiek verdiept.
Communicatie wordt verder versterkt door de dialoog met het publiek. Niet als extraatje, maar als integraal onderdeel van haar muzikantschap. Door iets te vertellen over de werken nodigt ze luisteraars uit in haar gedachtewereld én die van de componist. “Door te verwoorden wat mij bezighoudt, blijf ik scherp, blijf ik nadenken en voorkom ik dat ik stilsta,” zegt François. “Het stelt me ook in staat risico’s te nemen zonder te pleasen, en toont wie ik ben achter de piano: nieuwsgierig, enthousiast en vol liefde voor dit repertoire.”
Repertoire als verhaal
Haar repertoirekeuzes vertrekken vanuit dezelfde gedachte. Een programma is nooit louter een esthetische opsomming, maar een dramaturgisch geheel. François vergelijkt het met een zorgvuldig samengesteld menu: niet alleen de kwaliteit van elk afzonderlijk gerecht telt, maar vooral de samenhang, de spanningsbogen en de ademruimte. “Ik stel mezelf vragen als: hoe verhouden de stukken zich qua vorm en harmonie, en hoe leidt het ene werk het oor naar het volgende? Het palet is nooit vast; het beweegt mee met wie ik op dat moment ben.” Omdat het pianorepertoire zo rijk is, voelt ze een verantwoordelijkheid om keuzes te maken die iets vertellen – over een periode, een idee, een innerlijke reis.
Vrijheid, trouw en interpretatie
Voor François bestaat er geen ‘definitieve’ interpretatie. Elke uitvoering is tijdelijk, gebonden aan een moment, een zaal, een publiek en aan wie zij op dat ogenblik als musicus is. “Het is een voortdurende afweging: trouw aan de partituur, maar ook trouw aan het moment en wie ik als uitvoerder ben. Als vrijheid loskomt van noodzaak, voelt het zinloos. Als trouw een dogma wordt, verstikt het de muziek.” “Ik probeer altijd een balans te vinden: vrijheid mag nooit gratuit worden, en trouw mag nooit verstikkend aanvoelen.”
Context als inspiratie, vrijheid als leidraad
Deze visie werd recent versterkt door haar werk rond Frédéric Chopin (1810-1849). Een periode in Warschau bracht haar letterlijk en figuurlijk dichter bij diens leefwereld. Ze bezocht het Chopin-instituut, bestudeerde facsimile’s, zag zijn laatste piano en werkte met pedagoge Ewa Pobłocka. “Ik absorbeerde zoveel mogelijk indrukken en verhalen, als een spons, en liet ze muzikaal doorwerken als inspiratie. Het motiveerde me ook om verder te studeren, wat soms een eenzame bezigheid is,” vertelt ze. “Tegelijk moet je je als uitvoerder losmaken van nostalgie of overmatige verheerlijking; historische kennis voedt de verbeelding, maar mag je spel niet vastzetten.”
Chopins muziek wordt vaak geassocieerd met melancholie en introspectie, maar die emotionele lading dringt zich volgens François vanzelf op zodra je echt luistert naar stemvoering en harmonie. Wat ze bewust vermijdt, is effectgerichtheid en louter virtuositeit. “Chopins kracht ligt minder in het extraverte dan in het verhalende en vocale karakter van zijn muziek. Het gaat om nuance, intimiteit en een vrijheid die nooit vrijblijvend is, maar altijd dienstbaar aan de muziek. Door het spectaculaire niet te forceren, blijft er ruimte voor belcanto, poëzie en intimiteit.” “De Nocturnes worden vaak als ‘intieme salonmuziek’ bestempeld, maar dat beschouw ik niet als beperking; het is juist een sleutel tot hun kracht.”
Lichtheid en diepgang in kamermuziek
Diezelfde houding typeert haar projecten buiten het traditionele recital. In Le Carnaval des animaux van Saint-Saëns, gebracht in theatrale context, ziet François geen tegenstelling tussen amusement en diepgang. “Samenwerken met topmusici uit verschillende families betekent voortdurend luisteren, reageren en ademen. De piano kan motor zijn, kleur of draagvlak — en veel beslissingen ontstaan ter plekke. Het werk is kamermuziek in de puurste zin: één stem in een kleurrijk geheel, niet hiërarchisch geleid.”
De balans tussen amusement en diepgang zit in het ernstig nemen van die lichtheid: door precies, transparant en zonder effectbejag te spelen, blijft de muziek toegankelijk én rijk. “De rol van de piano verschuift voortdurend: soms motor, soms kleur, soms draagvlak. Het samenspel vereist vertrouwen en aandacht voor timing en klank, en veel beslissingen ontstaan ter plekke.”
Ademen, kwetsbaar zijn, loslaten
Over toegankelijkheid spreekt François met nuance. Ze verzet zich tegen het idee dat klassieke muziek enkel voor ingewijden is. “De drempel ligt zelden bij de muziek zelf. Ik vereenvoudig de muziek niet, ik vereenvoudig de drempel. Door context te geven, door te delen waarom een werk mij raakt, en door te tonen waar je mag ademen en waar juist niet, wordt luisteren verdiept, niet afgevlakt. Het vertrekpunt is altijd respect: voor de muziek én voor het publiek.”
Kwetsbaarheid speelt ook een rol in haar visie op perfectie. De hoogste druk ervaart ze vooral van zichzelf. Twijfel en zoeken horen bij het ernstig nemen van musiceren. “Horowitz zei ooit: ‘When I practice, I practice for perfection. When I perform, I let it go.’ Perfectie als voorbereiding is essentieel; op het podium laat ik het los. Die spanning tussen voorbereiding en loslaten is de kern van musiceren.” “De angst om stil te vallen of mezelf te herhalen is dagelijks aanwezig, maar ik beschouw het als onderdeel van het proces.”
In een wereld van versnelling en polarisatie ziet François klassieke muziek als meer dan esthetiek. Een concert vraagt duurzame aandacht en biedt een andere ervaring van tijd. “Het moment na de laatste noot, voor het applaus begint, is voor mij ook deel van de muziek. Het is een subtiele overgang, een ademruimte, een collectief bewustzijn.” “Ik hoop dat luisteraars na een concert iets meenemen van hun eigen adem, aandacht en vermogen tot nuance — niet alleen de noten.”
De vraag die haar al jaren begeleidt, is radicaal eenvoudig: is het de moeite waard om door te gaan? Doorgaan betekent voor haar niet blijven rennen, maar trager, eerlijker en selectiever kiezen. “Die vraag heb ik altijd gesteld, en mijn antwoord is hetzelfde gebleven, al voel ik nu milder voor mezelf en strenger voor alles wat niet essentieel. Doorgaan betekent selectief kiezen, minder meedoen aan de ruis, en projecten centraal zetten die de muziek echt voeden.”
Nieuw project: De Seizoenen
Marie François werkt momenteel aan een ambitieus project genaamd De Seizoenen, waarin muziek van Peter Tchaikovsky (1840-1893), tijd en verbeelding op een bijzondere manier samenkomen. In plaats van een traditioneel, afgerond recital ontvouwt dit werk zich maand na maand, waardoor het publiek een ritmische, cyclische ervaring beleeft. François legt uit hoe die opzet haar manier van voorbereiden, spelen en luisteren beïnvloedt: “Doordat De Seizoenen zich stap voor stap ontvouwt, bereid ik niet naar één piekmoment toe, maar naar een ritme. Elke maand vraagt een andere concentratie en kleur, en wat ik in maand één ontdek, resoneert later weer terug. Dat cyclische maakt het intiemer en minder ‘af’ dan een traditioneel recital.”
Het project (https://www.eprclassic.eu/de-seizoenen) sluit naadloos aan bij haar overtuiging om selectief te kiezen voor werken die de muziek echt voeden. Over de keuze voor De Seizoenen zegt ze: “Het voelde als een project dat de muziek echt voedt, omdat het niet draait om ‘meer’, maar om dieper. Het verbindt repertoire met betekenis, met tijd, met andere stemmen — en met het publiek. Ik voelde: dit is nu precies wat ik wil bouwen. En dat is vooral een buikgevoel. Eenmaal ik echt iets voel, dan ga ik ervoor.”
Vrijheid tussen de noten
“Elk concert is een nieuw begin,” zegt ze. “De noten verdwijnen, maar de adem, de aandacht en de aanwezigheid blijven hangen. Dat is het mooiste cadeau: een gedeelde ruimte waarin iedereen even voelt, luistert en ademt met de muziek.”
In die momenten wordt klassieke muziek een oefening in kwetsbaarheid en vrijheid. Niet als ontsnapping, maar als plek om terug te keren naar nuance, naar adem, naar de spanning tussen voorbereiding en loslaten. In de stilte na de laatste noot ligt de belofte van telkens opnieuw beginnen – een gedeelde stroom, fragiel en kostbaar, die nooit ophoudt te bestaan. “Vrijheid en trouw, kwetsbaarheid, tijd, stilte en het delen van mijn proces: dat zijn de kernpunten die ik wil meegeven.”
Muziek begint en eindigt nooit bij de noten zelf. Voor François is het een stroom die zich steeds opnieuw ontvouwt, een ruimte waarin uitvoerder en publiek elkaar ontmoeten, waarin klank verandert in ervaring en stilte in betekenis.




