In de 13de eeuw kon men niet in het minst dromen van een tijd dat er muziek zou kunnen vastgelegd worden op tal van wijzen om zoveel als mogelijk te verspreiden in de wereld en meer nog, dat er zelfs muziek in de ruimte zou belanden. Hadewijch, over haar gaat het, was dan wel een mystica en schrijfster, maar zoiets voorzien? Neen. En toch verspreidde ook in haar tijd de muziek zich sneller dan je denkt in Europa.
Gezien niemand weet of Hadewijch wel geleefd heeft – er zijn geen oorspronkelijke geschriften en van haar is er niet één tekst bewaard, alles is van (veel) later – kunnen we stellen dat het gaat om gedichten die vermoedelijk zijn van een mystica die zou geleefd hebben in het oude hertogdom Brabant, allicht in het Brusselse. Misschien zijn het liefdesgedichten van anderen, vrouwen?, die gedichten en teksten, boeken schreven en ze via via toeschreven aan een onbestaande vrouw zodat zij zelf veilig bleven. Want ja, vrouwen, die schreven niet, die deden het huishouden. Punt uit. Wilden ze wat wetenschappelijker en / of artistiek actief en productief zijn, moesten ze in een klooster of abdij intreden of begijn worden. Die laatsten genoten het meeste vrijheid, maar in de abdijen werd meer wetenschap bedreven zoals we leren van het bekendste voorbeeld Hildegard von Bingen. Eveneens mystica en componiste van prachtige muziek waar de muziek op de teksten van Hadewijch wel wat op aansluit.
Grote Minne
Een ‘grote minne’ heeft uw recensent alvast voor deze muziek. Vertoef in een vroeggotische abdij of romaanse kerk of kapel. De stijl die overheerste in Hadewijchs leven. Zie de rijke natuur, de bossen om in verloren te lopen, al dromend, al dan niet na het verorberen van een of andere ongewone paddenstoel die je in andere sferen en in contact brengt met engelen en wat nog meer. Het is niet geweten of Hadewijch, in geval ze wel bestaan heeft, een non of begijn was. Haar liefdesteksten kunnen doen vermoeden van wel, zie ook weer de link naar Hildegard von Bingen die nogal wat ervaringen terzake toevertrouwde aan het perkament. Kuisheid was blijkbaar niet al te nauw te nemen. Ach ja. Dat het nu gaat om teksten van Hadewijch of een of meer andere pennen, de teksten inspireerden musici en hoe!
VocaMe, een Duits ensemble van zingende vrouwen en een instrumentaal ensemble gemengd met vrouwen en mannen – geen paters, nonnen noch begijnen – voelde zich, net als zovele eeuwen geleden, sterk aangesproken om een selectie op te nemen van de 45 liederen die toegeschreven zijn aan Hadewijch. De muziek is op zeer wetenschappelijk historische, taalkundige en muzikale wijze terug samengesteld door Veerle Fraeters, Frank Willaert en Louis Peter Grijp. Er werd zelfs samengewerkt met Turkse soefisten. O ja. Dat ga je horen in een andere opname die nog niet afgewerkt is. Ze leveren hier een opname die de liefhebber van middeleeuwse muziek ten volle zal aanspreken, maar ook veel meer mensen zullen deze muziek kunnen genieten. Het is de boodschap het te laten horen, aandacht te vragen. Sommige gezangen zijn hedendaagser dan je zou denken. Zeg dat het tijdloze muziek is, met zeker een mystiek karakter, die grote rust, harmonie, zuiverheid, vervoering en liefde uitdraagt. Zo komt ook de uitvoering over, de subtiele instrumentatie, de ongedwongen helderheid van de zang als solo of in koor, alles in een sterke balans en met een galm die je meteen in een stenen gebouw van arduin en zandsteen, met dikke muren, zuilen, niet té veel ornamenten, doet vertoeven. Denk bijvoorbeeld aan de kerk in de oude Terkamerenabdij in Brussel. Wie weet heeft het daar ooit geklonken? Het was een benedictinessenabdij die begin 13de eeuw is opgericht.
Het is gissen, zoeken, samenstellen, veronderstellen en eigenlijk nooit weten waarvoor Hadewijch, die mogelijk nooit geleefd heeft of verward is met een andere mystica, stond. De teksten die voor ons liggen, de muziek die we kunnen beluisteren zijn van grote waarde en het is een zeer grote aanwinst voor de muziekwereld dat eindelijk, voor het allereerst, muziek is opgenomen die mogelijk heeft geklonken halfweg de 13de eeuw in het oude Brabant. Laat je meeslepen en schaf je deze opname aan. Een betere raad kan ik hierover niet geven, ‘hets wesen boven allen sinne’.