Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Tussen jeugdige bravoure en een verloren ideaal

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Tussen jeugdige bravoure en een verloren ideaal

Een jeugdig vioolconcert van Richard Strauss (1864-1949) naast twee werken van Béla Bartók (1881-1945) uit heel verschillende fases van diens ontwikkeling: de combinatie levert een boeiend programma op dat niet alleen de evolutie van beide componisten belicht, maar ook uiteenlopende kanten van het vioolrepertoire samenbrengt. Alena Baeva verdient lof voor haar keuze van repertoire dat niet meteen tot de vaste kern behoort. De drie werken vragen bovendien om een andere benadering: van de romantische lyriek bij Strauss tot de zoekende, persoonlijke taal van de jonge Bartók en de volksmuzikale energie van zijn latere Rapsodie.

Tussen speelsheid en verstilling

Richard Strauss was amper achttien toen hij zijn Vioolconcert componeerde. Het is geen meesterwerk dat zich zonder meer met de grote romantische vioolconcerten laat meten, maar het bezit voldoende eigenheid om de aandacht vast te houden. Soms klinkt de verwantschap met Mendelssohn door, terwijl hier en daar al iets oplicht van de latere Strauss. De charme schuilt vooral in de combinatie van een nog uitgesproken romantische lyriek met speelse passages en momenten waarop de solist zijn virtuositeit kan etaleren. En zeker in deze uitvoering vraag je je af waarom je dit concert zo zelden in de concertzaal hoort.

De orkestrale inleiding krijgt bij Järvi voldoende ruimte en karakter. Baeva neemt de uitdaging met overtuiging aan en behandelt het concert alsof het tot het vaste repertoire behoort. Ze brengt vuur waar dat nodig is, maar houdt ook ruimte voor verstilling. In het eerste deel valt vooral op hoe vanzelfsprekend ze de virtuoze passages laat aansluiten bij de lichtere, speelse momenten. De puntige accenten in de strijkers geven het geheel vaart, terwijl de houtblazers voor verfijning zorgen.

Het tweede deel opent mooi met de houtblazers, waarna Baeva bijna smekend klinkt, zonder dat de lyriek sentimenteel wordt. Ze geeft de melodische lijnen alle ruimte om zich te ontplooien en houdt daarbij de dromerige sfeer intact. In het derde deel schakelt de muziek aanvankelijk naar een hoger tempo, maar ook hier krijgt de zangrijke kant van het werk voldoende gewicht. De afwisseling tussen lyrische vertragingen en virtuoze passages verloopt natuurlijk. Soliste, dirigent en orkest vinden elkaar in een uitvoering die Strauss’ jeugdige werk met overtuiging tot leven brengt.

Een persoonlijk muzikaal document

Met het Eerste vioolconcert van Bartók verandert het klanklandschap volledig. Het werk ontstond in 1907–1908 en was opgedragen aan de violiste Stefi Geyer, op wie de componist verliefd was. Zij voerde het concert niet uit; het manuscript kwam pas na haar dood opnieuw onder de aandacht. Die persoonlijke achtergrond geeft de muziek een extra dimensie, maar ook zonder die wetenschap spreekt de voorzichtige, haast aarzelende toon van de viool meteen aan.

Baeva laat de viool aanvankelijk tastend haar weg zoeken. Haar volle, warme klank geeft deze passage iets heel persoonlijks. De strijkers sluiten daar mooi bij aan, waarna de blazers het klankbeeld verder openbreken. Wanneer het orkest aanzwelt en de muziek intenser wordt, blijft de viool haar eigen weg volgen. Juist in die wisselwerking tussen soliste en orkest zit de kracht van deze uitvoering: de solopartij behoudt haar eigen karakter, ook wanneer het orkest aan kracht wint. De muziek krijgt zo iets kwetsbaars, alsof de solopartij zich maar geleidelijk aan blootgeeft.

Het tweede deel brengt een duidelijke omslag. De ritmiek krijgt meer nadruk, zowel in de solopartij als in het orkest, en Baeva laat een directere, soms wat scherpere kant van haar spel horen. Toch blijft de muziek zingen, met een licht weerbarstige ondertoon die haar karakter geeft. Naar het einde toe voegen de blazers een indringende kleur toe. Dan barst het orkest krachtig los, om vervolgens ruimte te maken voor de viool, die bijna onbewogen opnieuw inzet. De lyriek keert terug, nu met een bijzonder mooie harpbegeleiding. Baeva laat die overgang rustig ademen en brengt zo de verschillende stemmingen van het werk op natuurlijke wijze samen. Juist het contrast tussen de orkestrale uitbarsting en de beheerste terugkeer van de viool maakt dit moment bijzonder treffend.

Volksmuzikale energie

De Eerste Rapsodie, ruim twintig jaar later geschreven, laat een andere Bartók horen. De muziek steunt op Hongaarse en Transsylvanische volksmelodieën die de componist verzamelde en bewerkte. De twee delen, Lassú en Friss, voeren van een vrijere, gedragen sfeer naar een steeds uitbundiger en levendiger karakter.

Baeva en het orkest geven de Rapsodie een sterke puls, zonder de beweeglijkheid tot louter effect te reduceren. In het gedragen eerste deel krijgt de viool alle ruimte om de melodische lijnen soepel vorm te geven; in het levendigere tweede deel verschuift het accent naar ritmische vaart en virtuoze uitbundigheid. De viool reageert soepel op de wisselende orkestkleuren en behoudt ook in de uitbundigste passages een uitgesproken persoonlijk geluid. Die afwisseling tussen expressieve vrijheid en ritmische scherpte geeft de vertolking haar overtuigingskracht.

Ook de opname draagt bij aan het luisterplezier. De viool staat mooi in verhouding tot het orkest, terwijl ook details in de begeleiding, zoals de harp en de afzonderlijke orkestkleuren, goed hoorbaar blijven, zelfs in de volle tutti.

Meer dan een ongewone combinatie

Met deze cd laat Alena Baeva horen dat minder vaak gespeelde werken niet als curiositeiten hoeven te worden benaderd. Strauss krijgt de ruimte om te schitteren zonder groter te worden gemaakt dan hij is; bij Bartók worden zowel de persoonlijke lyriek van het vroege vioolconcert als de volksmuzikale energie van de latere Rapsodie overtuigend belicht. De grootste verdienste van deze opname is dat Baeva de verschillen tussen de drie werken niet uitvlakt, maar telkens een andere klank en expressie geeft. Zo groeit een minder voor de hand liggende programmering uit tot een overtuigend pleidooi voor repertoire dat vaker gehoord mag worden.

Besproken cd

Strauss & Bartók: Violin Concertos

Alena Baeva, Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, Paavo Järvi

Label
Alpha Classics · ALPHA1185
Verschijningsdatum
9 oktober 2026
Beluisteren Apple Music
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL