Drie Amerikaanse componisten, drie uiteenlopende muzikale werelden en één violiste die zich niet tot één stijl laat beperken. Voor haar debuutalbum bij Delos brengt Geneva Lewis het Vioolconcert van Samuel Barber (1910-1981) samen met Partita for the Firebird van John Zorn (°1953) en het Eerste vioolconcert van Philip Glass (°1937). Barbers melodische lyriek staat tegenover Zorns eigenzinnige muzikale taal en de repetitieve structuren van Glass. Het repertoire vraagt niet alleen om virtuositeit, maar ook om gevoel voor klank, karakter en muzikale samenhang.
Lyriek met een weerbarstig slot
Barbers Vioolconcert, geschreven in 1939 en herzien in 1948, behoort tot de werken waarin de componist zijn gevoel voor melodie volop laat spreken. De eerste twee delen hebben een uitgesproken lyrisch karakter, terwijl het korte, razendsnelle slotdeel de solist voor een heel andere uitdaging stelt.
In het eerste deel ontvouwt Lewis de melodische lijnen met een ingetogenheid die goed past bij de melancholische ondertoon van de muziek. Haar spel blijft soepel en zangerig, ook wanneer de vioolpartij virtuozer wordt. De dialoog met het orkest geeft het deel extra levendigheid. Zo keert een speels motief van de houtblazers later terug in de vioolpartij, waardoor de melodische lijn als het ware van kleur verandert. Onder leiding van Gemma New krijgt die dialoog een natuurlijke vaart: soliste en orkest reageren voortdurend op elkaar.
Het Andante vormt het emotionele middelpunt van het concert. De dromerige orkestinleiding mondt uit in een fraaie hobosolo, gedragen door de zachte klank van de strijkers. Wanneer Lewis inzet, doet ze dat uiterst zacht. Haar melodie lijkt zich voorzichtig uit het orkest los te maken en groeit geleidelijk in intensiteit. Juist doordat ze de opbouw niet forceert, blijft de intimiteit behouden. Subtiele pizzicati en melancholische koperklanken geven de muziek extra diepte. Ook de interactie tussen de viool en de verschillende orkestgroepen is hier bijzonder geslaagd. New kiest een tempo waarin de melodische lijnen zich rustig kunnen ontwikkelen, terwijl Lewis met kleine nuances in klank en frasering de emotionele spanning opvoert. Dit is een uitvoering waarin de lyriek niet alleen mooi klinkt, maar ook werkelijk iets te vertellen heeft.
Met het Presto in moto perpetuo verandert de sfeer abrupt. Lewis speelt zich door een onafgebroken stroom van snelle noten, waarin nauwelijks tijd is om op adem te komen. Ze houdt de passages helder en beweeglijk en laat de virtuositeit spreken zonder er een demonstratie van te maken. Het orkest versterkt de vaart en zorgt samen met New voor een strakke ritmische basis. Na de breed uitgesponnen lyriek van de eerste twee delen werkt dit onstuimige slot als een abrupte omslag. De overgang is groot, maar juist daarin schuilt het karakter van Barbers concert: de solist moet moeiteloos schakelen tussen introspectie en een bijna onstuitbare energie.
Een partita die alle kanten uitgaat
Na Barber volgt muziek die zich veel minder gemakkelijk laat plaatsen. Zorn beweegt zich als componist tussen uiteenlopende genres en stijlen. Zijn Partita for the Firebird uit 2022 is geschreven voor soloviool. De titel lijkt te verwijzen naar Stravinsky's ballet De vuurvogel, terwijl de vierdelige opbouw aansluit bij de traditie van de barokke danssuite.
De delen Prelude – Allemande, Pavane, Courante en Air verwijzen naar historische vormen, maar Zorn gebruikt die als vertrekpunt voor een muzikale taal die zich niet gemakkelijk in een vast kader laat vangen. Verstilling kan omslaan in scherpte, herkenbare bewegingen krijgen een onverwachte wending en de soloviool moet voortdurend van karakter veranderen.
Dat wordt al duidelijk in de Prelude. Lewis' spel klinkt nu eens subtiel zoekend en bijna ijl, dan weer indringend en scherp schurend. In de Pavane trekt ze zich terug in een verstilde, intense klankwereld. De muziek krijgt een bijna kwetsbare zeggingskracht, die ze met veel gevoel voor klank en timing vormgeeft. De Courante brengt een aanstekelijke energie op gang. De Air begint dan weer met een sfeer die aan klassieke vormen doet denken, maar krijgt gaandeweg een eigenzinnige twist. De vier delen laten horen hoe Zorn met historische vormen speelt en ze naar zijn hand zet.
Zonder orkest als klankmatige partner staat Lewis er alleen voor: ze moet zelf de spanningsboog dragen en de contrasten tussen de delen scherp neerzetten. De partita laat zo een ander facet van haar muzikale persoonlijkheid horen dan Barber en Glass en maakt duidelijk dat haar repertoirekeuze niet beperkt blijft tot de vertrouwde lyriek van het vioolconcert.
De kracht van herhaling
Met het Eerste vioolconcert van Glass belanden we opnieuw in een andere klankwereld. Het ontstond in 1986–1987 en werd geschreven met zijn vader in gedachten, die een liefhebber was van de klassieke vioolconcerten. Terugkerende motieven en ritmische patronen vormen de basis van een muziek die geleidelijk van kleur verandert. Binnen die herhalende structuren krijgen zowel de virtuositeit als de lyrische expressie van de soloviool volop de ruimte.
In het eerste deel krijgt die combinatie iets dreigends. De orkestklank bouwt zich op rond de herhalende patronen, terwijl Lewis met haar expressieve spel een tegengewicht vormt. Haar vioolpartij klinkt niet alleen virtuoos, maar heeft ook een uitgesproken melodische richting. De houtblazers voegen eigen accenten toe aan het klankbeeld. Wanneer de orkestrale spanning toeneemt, blijft de viool een menselijke, bijna hoopvolle stem binnen de strakke muzikale structuur. Juist het contrast tussen de onrust van het orkest en de expressieve solopartij geeft dit deel zijn spanning.
Het tweede deel vormt een rustpunt. De orkestklank wordt zachter en de melodische lijn krijgt meer gewicht. Hier komt het lyrische aspect van Lewis' spel opnieuw naar voren. Vooral de mooie, ijlere noten geven de muziek een kwetsbaar, bijna etherisch karakter. De viool lijkt zich even los te maken van de ritmische patronen die het concert voortstuwen. Lewis laat deze momenten rustig tot hun recht komen, terwijl het orkest de ingetogen sfeer ondersteunt.
In de finale keren de energie en de beweeglijkheid terug. De viool en het orkest bouwen verder op de herhalende patronen, terwijl het slagwerk de muziek een donkerder en urgenter karakter geeft. Lewis houdt de solopartij helder en levendig. In de coda vertraagt de muziek en keren motieven uit de eerdere delen terug. De hoge, verstilde vioolklank brengt het concert tot een ingetogen terugblik op wat voorafging. Zo ontstaat een samenhang die verder reikt dan de afzonderlijke bewegingen.
Een veelzijdig debuut
De opname overtuigt door haar heldere klank en de goede balans tussen viool en orkest. In het Andante van Barber komt de expressieve kracht van Lewis bijzonder mooi naar voren: haar zachte inzet en de geleidelijke groei van de melodie maken diepe indruk.
Als visitekaartje is deze cd interessant door de combinatie van de vioolconcerten van Barber en Glass met Zorns eigenzinnige Partita for the Firebird. Het album toont een violiste die zich in uiteenlopende muzikale werelden thuis voelt en maakt me nieuwsgierig naar haar verdere ontwikkeling. Ik zou haar graag eens live aan het werk zien.