Notre site a été renouvelé, publie toi-même tes événements tu as repéré une erreur. Écris-nous!

Classique Central

  • Twee fantasieën, één overtuigend verhaal

Twee fantasieën, één overtuigend verhaal

notre infolettre

Chaque jeudi, nous vous tenons au courant des dernières nouvelles, concours et conseils de concerts. Inscrivez-vous rapidement à notre infolettre et ne manquez rien de Klassiek Centraal.

 

Originele programmatie is één ding, haar ook muzikaal overtuigend maken is iets anders. Op deze Classiques Alpha-uitgave brengen pianist Lukas Geniušas (°1990, Moskou), het Sinfonieorchester St.Gallen en dirigent Modestas Pitrėnas twee werken samen die op het eerste gezicht nauwelijks raakvlakken vertonen: de Wanderer-Fantaisie van Franz Schubert (1797-1828) in de orkestbewerking van Franz Liszt (1811-1886) en de Concert Fantasy van Peter Tsjaikovski (1840-1893). Behalve hun titel lijken beide werken weinig gemeen te hebben, maar juist die tegenstelling werpt een verrassend licht op de uiteenlopende betekenissen die het begrip ‘fantasie’ in de negentiende eeuw kon aannemen.

de Schubert Fantaisie in C, D.760, ontstond in 1822 vanuit het lied Der Wanderer. De bekende melodie uit het Adagio vormt het emotionele hart van een werk waarin vier delen zonder onderbreking in elkaar overvloeien. Het karakteristieke lang-kort-kort-motief keert in alle delen terug en houdt het werk hecht bijeen. Liszt zag daarin meer dan een pianistisch meesterwerk: hij herkende er een latent symfonisch concept in. Zijn orkestbewerking uit 1851 vergroot de kleurenrijkdom en dramatische dimensie zonder de Schubert architectuur geweld aan te doen. Het resultaat is geen traditioneel pianoconcerto, maar een fascinerende synthese van de Schubert formele strengheid en Liszts theatrale verbeeldingskracht.

Tsjaikovski’s Concert Fantasy uit 1884 vertrekt vanuit een heel andere esthetiek. Ondanks haar virtuoze allure zoekt zij minder het romantische avontuur dan een klassieke helderheid van vorm. Niet toevallig omschreef Richard Taruskin Tsjaikovski als een classicist binnen de romantiek. De tweedelige opbouw, met een omvangrijk Quasi Rondo en het contrastrijke slotdeel Contrastes, verraadt bovendien de nauwe verwantschap met de orkestsuites uit dezelfde periode – het materiaal was oorspronkelijk zelfs bedoeld voor de Derde Orkestsuite. Dat het werk nooit de populariteit van de pianoconcerten bereikte, zegt meer over de receptiegeschiedenis dan over de intrinsieke kwaliteit ervan.

Lukas Geniušas, laureaat van zowel het Chopin- als het Tsjaikovski-concours, blijkt een ideale gids door beide partituren. Zijn spel zoekt nooit het effect om het effect, maar vertrekt vanuit de structuur van de muziek. In de Wanderer-Fantaisie bewaart hij over de vier ononderbroken delen een indrukwekkende spanningsboog. Zelfs in Liszts dicht georkestreerde versie blijft de pianist helder articuleren, waardoor de onderliggende motivische verbanden voortdurend hoorbaar blijven. Het Adagio ademt een natuurlijke eenvoud, terwijl het fugatische slot vooral imponeert door ritmische discipline en transparantie, niet door gratuit vertoon.

Misschien nog overtuigender is zijn vertolking van Tsjaikovski’s zelden gespeelde Concert Fantasy, een werk waarvoor hij zich al langer als pleitbezorger profileert. De monumentale cadens in het eerste deel bezit alle vrijheid van een improvisatie zonder ooit de grote lijn te verliezen. Virtuositeit en elegantie blijven zorgvuldig in evenwicht, waardoor de muziek haar aristocratische karakter behoudt. In Contrastes ontvouwt zich bovendien een verfijnde kamermuzikale dialoog tussen piano, orkest en de fraai spelende solocello, waardoor de inventiviteit van Tsjaikovski’s partituur volledig tot haar recht komt.

Sinds 1877 actief, is het Sinfonieorchester St.Gallen onder chef-dirigent Modestas Pitrėnas uitgegroeid tot een orkest dat veel meer doet dan begeleiden. Het orkest klinkt transparant, alert en kleurrijk. Vooral in de Schubert-Liszt valt de zorg voor balans op: de rijke orkestratie blijft luchtig genoeg om de piano alle ruimte te geven, terwijl de symfonische grandeur nergens ten koste gaat van de helderheid. Wie een massiever romantisch geluid verwacht, zal misschien iets meer gewicht wensen, maar deze lichtere benadering sluit uitstekend aan bij de analytische helderheid van Geniušas.

Ook in Tsjaikovski overtuigt het orkest volledig. De houtblazers kleuren subtiel, de strijkers behouden warmte zonder sentimentaliteit en de opname, gemaakt in mei 2024 in de Tonhalle van Theater St.Gallen, presenteert het geheel in een natuurlijk, fraai uitgebalanceerd klankbeeld waarin solist en orkest voortdurend met elkaar in gesprek blijven.

Het grote pluspunt van deze uitgave is uiteindelijk niet alleen de hoge uitvoeringskwaliteit, maar vooral de intelligente programmatie. Door Schubert-Liszt naast Tsjaikovski te plaatsen, krijgt het begrip ‘fantasie’ een veel ruimere betekenis: van existentiële zoektocht tot briljant concertant experiment. Geniušas, Pitrėnas en het Sinfonieorchester St.Gallen maken van die gedachte geen musicologische stelling, maar een levendige muzikale werkelijkheid. Vooral Tsjaikovski’s nog altijd onderschatte Concert Fantasy profiteert van een uitvoering die overtuigend laat horen waarom dit werk meer aandacht verdient.

 

 

 

Ce CD est disponible à l'achat via jpc. Cliquez sur le bouton ci-dessus pour l'acheter et soutenir l'artiste. Nous plaçons parfois des liens d'affiliation sur Klassiek Centraal ; en achetant via ces liens, vous soutenez également Klassiek Centraal sans frais supplémentaires pour vous. Mais vous soutenez notre fonctionnement.

Détails :

Label / Éditeur :

Référence:

  • ALPHA1225

Code-barres:

  • 3701624512258

Longueur :

  • 51'16'

Date d'enregistrement :

  • Mei 2024

Lieu d'enregistrement :

  • Tonhalle Theater St. Gallen (Zwitserland)
nlNLdeDEenENfrFR