Our website has been redesigned, submit your own events Did you spot an error? Email us!

Van Zhejiang naar Berlijn: jonge musici tussen traditie en toekomst

Woensdag 5 augustus was een bijzondere muzikale dag. Niet alleen stond er ’s avonds een concert van het Orchestra of the Zhejiang Conservatory of Music uit China op het programma van Young Euro Classic, ook overdag was er al volop muziek te horen. Onder de zuilengalerij van het Konzerthaus brachten verschillende kamermuziekbezettingen van het orkest ’s middags afwisselende werken. Ondanks de verzengende hitte bleven heel wat mensen staan om deze jonge musici aan het werk te zien en te luisteren naar hun hartverwarmende manier van musiceren. Het was een eerste kennismaking die meteen nieuwsgierig maakte naar wat dit orkest ’s avonds op het grote podium zou laten horen.

Het Orchestra of the Zhejiang Conservatory of Music is een nog jonge formatie. De orkestacademie werd pas in 2020 opgericht en brengt studenten uit China en het buitenland samen. Vanuit het conservatorium en het Zhejiang Symphony Orchestra krijgen zij een sterk praktijkgerichte opleiding. In de vijf jaar sinds de oprichting bouwden zij een opmerkelijk repertoire op, met onder meer alle negen symfonieën van Beethoven. Hun optreden in Berlijn is dan ook meer dan een bezoek aan een Europees festival: het is een bewuste voorbereiding op het internationale orkestleven.

Na de optredens onder de zuilengalerij had ik de gelegenheid om met trombonist Yu Fan en concertmeester Danfeng Shen over het orkest en het programma te spreken. Ook pianist Sun Yutong gaf me een verhelderende blik op het pianoconcert dat hij die avond zou spelen. Yu Fan wees erop dat Chinese componisten en musici hun muziek steeds nadrukkelijker buiten China willen laten horen: het orkest brengt in Berlijn naast Bruckner ook twee Chinese composities om de hedendaagse Chinese muziekcultuur te tonen en tegelijk het gesprek met de westerse traditie aan te gaan. Danfeng Shen benadrukte dat het verblijf in Europa voor de jonge musici bovendien meer betekent dan alleen optreden: ook de ontmoeting met Europese collega’s, de ervaring van het Konzerthaus en het musiceren binnen een internationaal festival nemen ze mee terug naar China.

Maar vooral de daaropvolgende repetitie gaf een bijzondere inkijk in de manier waarop hier wordt gewerkt. Onmiddellijk na de kamermuziekoptredens begon de orkestrepetitie en maakte ik voor het eerst echt kennis met de twee Chinese werken op het programma. De eerste indruk was die van een rijke en intense klankervaring. Dirigent Zhang Yi wist heel precies welke kleur hij voor ogen had en overlegde bij de Akademische Festouvertüre nauwgezet met componiste Zhang Ying. Passages werden opnieuw en opnieuw gespeeld tot het gewenste evenwicht bereikt was. Yu Fan vergeleek dat samenspel met een puzzel: “We moeten die steeds groter maken en uiteindelijk het hele werk samenbrengen.” Wat ik tijdens de repetitie zag, was dan ook geen vrijblijvende voorbereiding op het concert, maar een gedisciplineerde zoektocht naar het juiste muzikale resultaat.

Een kleurrijke ouverture

Die inzet betaalde zich ’s avonds meteen uit in de uitvoering van de Akademische Festouvertüre van Zhang Ying (°1983). Het werk was geschreven ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Zhejiang Conservatory of Music en beleefde tijdens dit concert zijn Duitse première. De titel verwijst uiteraard naar Brahms, maar muzikaal kiest Zhang Ying een geheel eigen weg. Haar partituur is opgebouwd uit verschillende in elkaar vervlochten lagen en put onder meer uit Chinese muzikale bronnen.

Het resultaat ligt gemakkelijk in het gehoor, maar is allerminst eenvoudig. Achter de schijnbare vanzelfsprekendheid van de melodische lijnen schuilt een nauwkeurig opgebouwde partituur, waarin de verschillende orkestgroepen voortdurend op elkaar reageren. Er zijn momenten die herinneren aan de rijke orkestrale werelden van Carl Orff of John Williams, maar Zhang Ying schrijft duidelijk een eigen taal. Onder leiding van Zhang Yi krijgt het orkest een helder profiel en klinken de verschillende instrumentale groepen bijzonder mooi op elkaar afgestemd.

Het orkest zet zich met grote overtuiging voor het nieuwe werk in: dat hoor je niet alleen in de massale passages, maar ook in de vele solistische momenten. De instrumentale beheersing is hier opvallend groot en de muziek klinkt fris, zelfverzekerd en wordt met zichtbaar plezier gespeeld. Wat tijdens de repetitie nog een werk in wording was, blijkt tijdens het concert een partituur waarin de jonge musici zich duidelijk thuis voelen.

Een ontmoeting tussen twee muzikale werelden

With Er Huang van Chen Qigang (°1951), die op 8 augustus zijn 75ste verjaardag viert, krijgt die ontmoeting tussen tradities vervolgens een veel intiemere en tegelijk diepere vorm. De componist werd in China opgeleid en trok in 1983 naar Parijs, waar hij de laatste leerling van Olivier Messiaen werd. Sindsdien beweegt zijn muzikale leven zich tussen China en Europa. In Er Huang komen beide werelden hoorbaar samen: melodische herinneringen aan de klassieke Peking-opera worden verbonden met een idioom waarin de invloed van Messiaen nooit ver weg is. “Chinese muziek komt uit ons bloed,” vertelde Yu Fan me eerder die dag. Een eenvoudige formulering, maar ze verklaart meteen waarom deze muziek tijdens de uitvoering zo vanzelfsprekend aanvoelt.

Het is een fascinerende partituur, en eerlijk gezegd was dit voor mij de eerste kennismaking met muziek van Chen Qigang – een ontdekking die onmiddellijk naar meer smaakt. Vooral de manier waarop piano en orkest elkaar vinden, is bijzonder. Sun Yutong begint met een zacht, fijnzinnig toucher, waarbij iedere toon zorgvuldig gewogen wordt. Vervolgens ontstaat een dialoog met de contrabassen, later nemen andere strijkers het gesprek over. De pianistische passages krijgen geen begeleidende orkestklank naast zich, maar een reflecterend antwoord – het is alsof de verschillende orkestgroepen ieder op hun eigen manier reageren op wat de pianist vertelt.

Sun Yutong overtuigt daarbij sterk: zijn betrokkenheid bij het werk is in iedere noot hoor- en voelbaar. Hij beperkt zich niet tot het virtuoos realiseren van wat de partituur vraagt, maar lijkt voortdurend mee te denken met de muzikale ontwikkeling. Tussendoor duiken herinneringen aan de Chinese muzikale traditie op, die door de strijkers worden overgenomen en zich soms ontwikkelen tot meeslepende dialogen. Ook het orkestrale palet is indrukwekkend. Op bepaalde momenten barst de klank open met cimbalen, klokken, xylofoon en celesta, terwijl de piano daar middenin volledig hoorbaar blijft. De grote erupties krijgen vervolgens weer een tegengewicht in passages waarin de muziek langzaam ijler wordt en uiteindelijk bijna lijkt uit te doven.

Juist daarin schuilt de grote kracht van Er Huang: niets klinkt toevallig. De transparantie van de partituur, de zorgvuldig afgewogen orkestratie en de spanning tussen de Chinese melodische herinnering en het door Messiaen beïnvloede idioom maken er een bijzonder boeiend werk van. Je raakt er zelfs door ontroerd. Het is muziek die niet probeert twee culturen tegenover elkaar te plaatsen, maar ze eenvoudigweg samen laat klinken. Dat ook de uitvoerders daarin volledig meegaan, maakt de ervaring des te sterker. Sun Yutong bewijst zich hier als een gedreven solist en het orkest toont dat het een hedendaagse partituur met grote intensiteit en fijnzinnigheid kan benaderen. Ik kan alleen maar hopen dat Er Huang ook bij ons ooit op een concertprogramma verschijnt.

Een ander muzikaal landschap

Na de pauze volgt de grote sprong: van hedendaagse Chinese muziek naar de Tweede symfonie van Anton Bruckner (1824-1896). Een moedige keuze voor het debuut bij Young Euro Classic, want de Tweede behoort niet tot Bruckners meest gespeelde symfonieën. De jonge musici gaan de uitdaging overtuigend aan: vrijwel ieder detail is hoorbaar, de houtblazers leveren bijzonder sterk werk en ook de contrabassen krijgen een mooie rol. Zelfs de tweede violen, die in veel uitvoeringen wat naar de achtergrond verdwijnen, blijven opvallend aanwezig. De overgave waarmee het orkest deze muziek speelt, verdient zonder meer bewondering.

Toch blijft er na afloop een zekere reserve. Niet omdat de noten er niet zouden zijn – integendeel, vrijwel alles staat er –, maar omdat de grote muzikale adem van Bruckner minder vanzelfsprekend tot leven komt. Om Gustav Mahler te parafraseren: het wezenlijke van muziek staat niet uitsluitend in de noten. Zhang Yi houdt het geheel strak in de hand, maar zijn interpretatie blijft te beheerst. De eerste beweging, Moderato, wordt opvallend snel genomen en ook het Andante krijgt weinig ruimte voor de meditatieve, bijna sacrale kwaliteiten die in deze muziek kunnen schuilgaan. Bruckner hoeft absoluut niet zwaar of traag gespeeld te worden, maar zijn muziek moet wel kunnen ademen.

Dat wordt vooral voelbaar in het slot van de eerste beweging en in de finale, waar de muziek soms bijna het karakter krijgt van een mars die naar een al te effectvol einde wordt gedreven. Bruckner was organist en zijn symfonieën hebben, ook wanneer ze uitbundig en monumentaal worden, een heel eigen verhouding tot ruimte, resonantie en stilte. Juist die kwaliteit zou in een volgende ontmoeting met zijn muziek nog sterker mogen worden gezocht.

Daarbij helpt de gekozen kamerorkestbezetting niet altijd: op sommige momenten zijn de strijkers tegenover het blazersgeweld relatief beperkt aanwezig, waardoor de balans minder vanzelfsprekend wordt. Ook de keuze voor de versie van 1877 maakt de opdracht niet eenvoudiger. Zelf verkies ik de oorspronkelijke versie, de Erstfassung uit 1872, die mij rijker en spannender overkomt en meer mogelijkheden biedt voor contrast en ontwikkeling. De latere versie die hier werd uitgevoerd, vraagt daardoor des te meer om een sterke interpretatieve visie die de grote spanningsbogen vanuit één duidelijke muzikale gedachte weet te dragen. Precies daar bleef deze uitvoering iets te veel aan de oppervlakte.

Het zou echter onrechtvaardig zijn om deze Bruckneruitvoering vooral vanuit die kritiek te bekijken. Voor een jong orkest dat zich in amper enkele jaren een groot deel van het klassieke en romantische repertoire heeft eigen gemaakt, blijft het een indrukwekkende prestatie om deze Tweede symfonie zo trefzeker neer te zetten. Het verschil met de Chinese werken was vooral dat daar een sterke artistieke betrokkenheid en een vanzelfsprekende affiniteit met het idioom voelbaar waren. Bij Bruckner was vooral de zorgvuldige beheersing van het muzikale materiaal overtuigend; de volgende stap is om daar een nog persoonlijker interpretatieve visie aan te verbinden.

Het publiek reageerde bijzonder enthousiast. De zaal van het Konzerthaus was tot de nok gevuld en opnieuw viel de opvallend jonge samenstelling op, met zelfs heel wat kinderen. Na de afzonderlijke bewegingen klonk al applaus, wat bij Bruckner niet gebruikelijk is. Misschien is ook dat een teken van wat Young Euro Classic wil bereiken: muziek die niet als museumstuk wordt benaderd, maar als levende ervaring.

Op weg naar een eigen stem

En precies daarin ligt uiteindelijk de waarde van dit concert. De interessantste tegenstelling was niet die tussen China en Europa, maar die tussen muziek die nog volop haar plaats in de internationale concertzaal moet veroveren en een repertoire dat al eeuwenlang deel uitmaakt van de Europese traditie. In de Akademische Festouvertüre van Zhang Ying en vooral in Er Huang van Chen Qigang bleek hoe rijk hedendaagse Chinese muziek kan zijn wanneer ze wordt gespeeld door musici die haar duidelijk van binnenuit begrijpen.

“We moeten ze samenbrengen,” zei Yu Fan me over de twee muzikale werelden die dit programma bij elkaar bracht, want “uiteindelijk leven we in dezelfde wereld.” Misschien is dat wel de mooiste samenvatting van deze avond: het Orchestra of the Zhejiang Conservatory of Music kwam naar Berlijn om Chinese muziek te laten horen, maar ook om zich te meten met een repertoire dat buiten zijn eigen culturele traditie is ontstaan.

Dit concert was een momentopname van een jonge generatie die volop onderweg is. De technische bagage is er, net als de discipline, de nieuwsgierigheid en het enthousiasme om nieuwe muzikale werelden te ontdekken. Wat vandaag al sterk overtuigde, was de kwaliteit van deze jonge musici. Vanuit die kwaliteit kan een steeds persoonlijker muzikale stem ontstaan. En precies daarom smaakt dit concert vooral naar meer.

Bozar

Title:

  • Van Zhejiang naar Berlijn: jonge musici tussen traditie en toekomst

Who:

  • Orchestra of the Zhejiang Conservatory of Music o.l.v. Zhang Yi met Sun Yutong, piano

Where:

  • Konzerthaus, Berlin

When:

  • 5 augustus 2026

Photo credits:

  • MUTESOUVENIR / Kai Bienert, Werner De Smet

Stay informed

Every Thursday we send a newsletter with the latest news from our website

– advertisement –

nlNLdeDEenENfrFR