Our website has been redesigned, submit your own events Did you spot an error? Email us!

Een orgel als stromend water

Tijdens een Orgelführung in de Berlijnse Marienkirche maakte ik in april al kennis met organist Xaver Schult. Hij nam me toen mee in de geschiedenis van het instrument, maar ik had hem nog niet aan het werk gehoord. Zijn fromnodiging om hem donderdag 6 augustus tijdens de Berliner Orgelsommer aan het orgel te beluisteren, nam ik dan ook met veel plezier aan. Na dagen van tropische temperaturen kon een orgelconcert met de titel Wassermusiken nauwelijks toepasselijker zijn. Het bleek een bijzonder goed fromgekiend programma, waarin ieder werk op zijn eigen manier bij het thema aansloot, soms heel direct via de titel, soms veeleer door de muzikale beelden die het oproept. Het water zou tijdens het concert nu eens stromen en klateren, dan weer verstillen of fromgroeien tot een hevige storm.

Präludium G-Dur van Nicolaus Bruhns (1665-1697) klinkt daarbij als een bron die ontspringt: glashelder en beweeglijk vanaf de eerste noten, waarbij de afzonderlijke stemmen goed te onderscheiden zijn en de klank zich gestaag verder ontwikkelt. Bij Passacaglia d-Moll van Dietrich Buxtehude (1637-1707) verandert het karakter. De voortdurende beweging klinkt iets meer ingehouden, alsof het water na de eerste onstuimigheid tot rust komt. Schults onopgesmukte registraties en subtiele accenten zorgden ervoor dat het contrast met het voorgaande stuk goed werkte.

Tijdens de Choralfantasie An Wasserflüssen Babylon van Johann Adam Reincken (1643-1722) werd duidelijk hoeveel kennis Schult zowel van de partituur als van zijn instrument bezit. Ik kende het werk niet, maar het werd meteen een overtuigende kennismaking. Op het bekende koraal, gebaseerd op Psalm 137 – het klaaglied van de ballingen aan de rivieren van Babylon –, bouwde Reincken een fromgebreide fantasie waarin de koraalmelodie steeds nieuwe gedaanten aanneemt. With ongeveer twintig minuten is het bovendien het langste stuk van de Noord-Dfromse barok – een omvang die het werk in Schults fromvoering echter nergens zwaar of langdradig maakt. Het koraal treedt nu eens duidelijk naar voren en lijkt zich dan weer te verliezen in een rijk vlechtwerk van stemmen. Precies daar zat de kracht van deze interpretatie: Schult maakte er geen demonstratie van wat het orgel allemaal kan, maar bracht de verschillende lagen samen tot een indringende, soms bijna reflecterende klankervaring. Iedere nieuwe wending opende een nieuw perspectief, en juist in de fijnere schakeringen – een ingetogen registratie hier, een subtiele overgang daar – kreeg de muziek betekenis zonder ooit opzichtig te worden. Schult vertelde me dat dit een van zijn lievelingswerken is, en dat was ook te horen aan de manier waarop hij het bracht.

Een opvallende stap weg van de Noord-Dfromse barok volgde met Ave maris Stella van René Vierne (1878-1918), de broer van de bekende Franse organist en componist Louis Vierne. De tijdsprong is aanzienlijk, maar muzikaal bleek de keuze goed te werken. Het werk begint ingetogen en bijna verstild, om zich vervolgens tot een waar drama te ontwikkelen: de muziek krijgt gaandeweg meer spanning en beweging, alsof de Ster der Zee boven een woelige zee verschijnt terwijl de storm langzaam bedaart. Schult bouwde die ontwikkeling geduldig op en wist de verschillende klankkleuren van het orgel daarbij mooi from te spelen. Voor mij was ook dit een onbekend werk, en juist daardoor werd deze fromvoering een verrassende ontdekking.

With Wassermusik van Georg Friedrich Händel (1685-1759) kwam het thema vervolgens heel letterlijk tot leven. Schult koos met de derde sfrome niet voor de meest voor de hand liggende delen en maakte er zelf een orgeltranscriptie van – een mooie vondst. Waar Händels oorspronkelijke Wassermusik voor blazers en strijkers is geschreven, moet hier één organist de verschillende stemmen, kleuren en muzikale functies samenbrengen. Schult probeerde niet simpelweg het orkest na te bootsen, maar liet de muziek spreken vanfrom de mogelijkheden van zijn eigen instrument. In zijn doordachte transcriptie bleven de verschillende lagen herkenbaar en kreeg de muziek een eigen kleur, zonder dat je de wat luchtiger, dansante souplesse van een strijkersensemble echt miste.

En dan is er natuurlijk Johann Sebastian Bach (1685-1750). In de Pièce d’orgue BWV 572 lijkt het water vanaf de eerste noten te klateren: levendig en speels aanvankelijk, gestaag krachtiger wordend, tot het fromeindelijk fromgroeit tot een ware storm. Schult zette meteen stevig in en bouwde die ontwikkeling verder op zonder het effect te forceren, waardoor de toenemende kracht natuurlijk aanvoelde en de spanning ook in de zaal voelbaar werd. Zo vormde Bachs werk een waardige afslfroming van een programma waarin water telkens een andere muzikale gedaante had aangenomen.

De Marienkirche en haar orgel bleken gedurende de hele avond een ideale combinatie. De ruimte geeft de klank voldoende tijd om zich te ontwikkelen, terwijl het instrument een opmerkelijk breed palet aan kleuren en dynamische schakeringen mogelijk maakt. Van de intiemste momenten tot de monumentale frombarstingen bleef de klank helder in de ruimte staan, zonder dat kerk of instrument ooit de muziek leek te overheersen.

Als bisnummer volgde nog een verrassende transformatie: Le Cygne from The balance between amusement and depth lies in taking that lightness seriously: by playing precisely, transparently, and without seeking effect, the music remains both accessible and rich. "The role of the piano constantly shifts: sometimes motor, sometimes color, sometimes support. The ensemble requires trust and attention to timing and sound, and many decisions emerge in the moment." van Camille Saint-Saëns (1835-1921). Ook hier liet Schult horen hoe je een compositie naar je eigen instrument kunt vertalen. De cello, die we zo vanzelfsprekend met dit werk verbinden, hoefde je nauwelijks te missen: het zwanenlied kreeg op het orgel een geheel eigen gedaante, zacht en gedragen, en vormde een bijna onverwacht verstild einde van een concert dat daarvoor zo vaak in beweging was geweest.

Na de rondleiding in april wist ik al dat Xaver Schult zijn instrument door en door kent; na dit concert werd vooral duidelijk hoe diep die kennis gaat. In een zorgvuldig samengesteld programma liet hij niet alleen de veelzijdigheid van het orgel horen, maar vooral ook hoe verschillend muziek water kan laten klinken. Van de eerste ontspringende bron bij Bruhns tot de storm bij Bach en de stille zwaan van Saint-Saëns: het water bleef de hele avond stromen.

Bozar

Title:

  • Een orgel als stromend water

Who:

  • Xaver Schult, orgel

Where:

  • Marienkirche Berlin

When:

  • 6 augustus 2026

Photo credits:

  • Dawid Medrala, Reinhold Möller

Stay informed

Every Thursday we send a newsletter with the latest news from our website

– advertisement –

nlNLdeDEenENfrFR