Een introductie tot:
het motet in de barok

Een motet in de barok is per definitie een vrij gecomponeerd muziekstuk met een episodisch karakter. Oorspronkelijk was dit een puur vocaal genre maar na 1600 werden wel eens instrumenten ter begeleiding toegevoegd. In principe een simpele en heldere definitie. Toch kent het genre een enorme rijkheid en variatie.

Hieronder volgen enkele voorbeelden uit verschillende nationale tradities. Eerst de Duitstalige traditie met Bach, gevolgd door de Boheemse met Zelenka, de Italiaanse met Leonarda, de Franse met Gervais en tot slot de Spaanse traditie met Baquedano.

Deze introductie start met niemand minder dan Johann Sebastian Bach (1685-1750). Deze Duitstalige componist is alom bekend van zijn instrumentale toccata’s tot zijn vocale passies. In zijn omvangrijke repertoire zijn Bachs zes motetten slechts een genre in de marge. Hij componeerde de werken om tijdens uitvaartdiensten te spelen. De gezongen Bijbelteksten zijn Psalmen of delen uit Romeinen of Jesaja en worden gecombineerd met exegese-passages uit Lutherse koralen.

Bach componeerde deze motetten niet in de gangbare muzikale taal van zijn tijd. In plaats daarvan grijpt hij terug naar de Kantoren-Motette, een stijl die populair was bij de — door Professor David Burn genoemde — Sch-componisten: Schein, Schütz en Scheidt. Hierbij wordt een stilistisch contrast gecreëerd tussen Bijbel- en koraaltekst. Traditioneel wordt de Bijbeltekst in een vierstemmige zetting geplaatst en krijgt de exegese een contrapuntische behandeling. Wat Bachs motetten echter onderscheid, is dat hij ook andere compositorische technieken op ingenieuze wijze gebruikt om contrast tussen de twee tekstdelen aan te brengen.

La Chapelle Harmonique onder leiding van Valentin Tournet bracht eerder dit jaar een sublieme vertolking van deze motetten op cd uit. Interpretatie en intonatie staan centraal. Met fijngevoelige expressie en subtiele virtuositeit weten ze de meesterwerken tot klinken te brengen.

Jan Dismas Zelenka (1679-1745) was van oorsprong een Boheems componist en contrabassist maar voor zijn vestiging in Dresden is er minder gekend. Vermoedelijk ontving hij zijn eerste muzikale training van zijn vader die cantor was in een stadje nabij Praag. Waarschijnlijk zette hij zijn studies verder aan het Praagse conservatorium vooraleer hij in 1710 of 1711 naar Dresden trok en er als bassist in de hofkapel van August de Sterke werd aangenomen.

Terwijl de jonge Boheem als contrabassist zijn brood verdiende, verdiepte hij zich in de kunst van het contrapunt bij Antonio LottiAlessandro Scarlatti en Johann Joseph Fux. En terwijl Dresden in de jaren 1720 uitgroeide tot het centrum van katholieke kerkmuziek in de Duitstalige landen, werden de werken van Zelenka ook steeds vaker uitgevoerd. Hij componeerde 27 responsoria, een tiental missen en verscheidene palmzettingen. Ook zijn eerste motetten Lamentationes pro hebdomada sancta (1722, ZWV 53) dateren uit deze periode.

Een solomotet uit deze bundel, No. 3. “Lamentationes Pro Die Jovis Sancto” [track 06], wordt op de cd Zelenka: Solo Motets door contratenor Alex Potter meesterlijk vertolkt. Met aandacht voor tekstexpressie, frasering en tekstverstaanbaarheid brengt hij de charme van Zelenka’s motet over. Het gekozen programma brengt vroege en later werken samen. De evolutie in stijl met latere motetten zoals Alma redemptoris Mater (1736, ZWV 126) [track 02] en Christe Eleison (1740, ZWV 29) [track 05] is daarmee duidelijk hoorbaar. De eigenheid van elke stijl en periode wordt door Potter even subtiel vertolkt als de lamentatie.

Ondanks de kleine omvang kent Isabella Leonarda’s (1620-1704) motetrepertoire opmerkelijk veel variatie. Van solowerken in arioso-stijl tot dramatische duetten, cantate-achtige solozang en motetten met uitvoerige instrumentale begeleiding — Isabella leek met dit eeuwenoude genre te experimenteren. En op de cd Leonarda: Solo & Duo Motets zetten de uitvoerders deze diversiteit extra in de verf.

“Queste ch’a consagro” uit Motetti a voce sola, Opera XV (1690) is een voorbeeld van een cantate-achtige solozang. “Bonum est confiteri Domino” uit Motetti a una, due, tre e quattro voci, e alcuni con due violini, Opera VII (1677) kent een volledige andere stijl. Het is een voorbeeld van een duet. In dit motet worden verschillende texturen met de twee vocale stemmen verkent. “Quam dulcis es quam cara” uit Motetti a una, due e tre voci, con violini e senza, Opera XIII (1687) is dan weer opmerkelijk voor andere kernmerken. Het is een motet voor solostem en violen. Voor de structuur van deze vocale compositie ontleent Leonarda technieken uit het instrumentale repertoire. Leonarda maakt namelijk gebruik van een ritornello-principe — een techniek die populair was voor concerto’s en sonata da camera. Deze kruisbestuiving tussen vocaal en instrumentaal vertaalt zich ook in haar andere vocale werken en in haar instrumentale muziek.

Eigenlijk wou Charles-Hubert Gervais (1671-1744) helemaal geen religieuze muziek schrijven. De jonge Fransman wou in de voetsporen van Lully en wereldlijke muziek componeren. Toch kreeg de Gervais de functie Sous-Maître van de koninklijke muziekkapel en werd daarmee ook opgezadeld met de taak om religieuze muziek voor het Franse hof te schrijven.

In totaal componeerde Gervais maar liefst 45 grands motets. Allen zijn ze dramatisch en volgen ze een vereenvoudigde vorm van zijn voorganger Michel-Richard Delalande (1657-1726). Dus geen complexe opbouw maar in de plaats heldere structuren die de aandacht van de luisteraar op de tekst vestigen. Maar Gervais benaderde de tekst helemaal anders dan Delalande dat deed. De Latijnse tekst was voor Gervais een libretto. Mogelijks vanwege de opgedrongen positie probeerde de componist op die manier verbonden te blijven met de opera. De gekozen teksten zijn verhalend en Gervais maakt er bijna een mini-oratorio van. Dramatische passages, lyrische reflecties en uitdrukkelijke tekstexpressie in elke vers stuwen de verhalende lijn.

Het label Château du Versailles selecteerde enkele van Gervais’ motetten en bundelde ze op de cd Gervais: Grand motets pour Louis XV. Het resultaat is vertolking van hoog niveau. Het programma is mooi samengesteld dat vier opmerkelijke motetten in een smaakvolle uitvoering samenbrengt.

Spaanse barok blijft maar al te vaak in de marge hangen. Onterecht! Dat bewijst de muziek van José de Baquedano (1642-1711) maar al te goed. Deze componist was van 1681 tot 1711 met de kathedraal van Santiago de Compostella verbonden. Hij trok van Madrid naar het toen nog kleine Santiago en werd maestro de capilla van de kathedraal. Baquedano had echter ongeluk met de timing. Vlak voor zijn vertrek devalueerde Karel II van Spanje de munteenheid. Het rijke Santiago dat maar liefst 36 muzikanten kon onderhouden, moest inkrimpen. Baquedano leefde van zijn aankomst in Santiago tot hij er stierf in financiële crisis.

Ondanks de financiële tegenslag wist Baquedano het muzikale niveau hoog te houden. Dit reflecteert zich ook in zijn eigen composities. Tijdgenoten beschreven hem als vakkundig en deskundig in de muziek en de kunsten. Hedendaagse musicologen kunnen dit beamen. Vanwege de voorwaarden die Baquedano aan zijn opdrachtgevers stelde, is het merendeel van zijn werk bewaard gebleven en kunnen hedendaagse musicologen de eigentijdse meningen over de bijzondere kwaliteit bekrachtigen.

Toch zijn er maar weinig uitvoeringen en dus ook weinig opnames van Baquedano’s werk. Het recensie album Baquedano: Música para la catedral de Santiago gezongen door La Grande Chapelle onder leiding van Albert Recasens is daarom ook meer dan wel gekomen. Met een selectie aan Latijnse motetten, psalmen en klaagliederen stellen ze een programma op basis van de Vesperdienst voor de Maagd op. De koordirigent Albert Recasens bewijst dat hij het repertoire en de typerende Baquedano-stijl goed eigen is. De symbiose tussen traditionele polyfonie, Italiaanse melodieën en gedurfde chromatiek die de muziek zo kenmerkt, weet Recasens met sublieme nuance te accentueren.

Informatie

Bach: Motetten BWV 225-230

  • WIE: La Chapelle Harmonique o.l.v. Valentin Tournet
  • WAT: Bach: Motetten BWV 225-230
  • UITGAVEN: Château de Versailles Spectacles (CVS067)
  • BESTELLEN: JPC

Zelenka: Solo Motets

  • WIE: Alex Potter [contratenor], Capriccio Barockorchester o.l.v. Dominik Kiefer
  • WAT: Zelenka: Solo Motets
  • UITGAVEN: Christophorus (CHR77463)
  • BESTELLEN: JPC

Leonarda: Solo & Duo Motets

  • WIE: Robert Crowe [sopraan], Sandra Röddiger [sopraan], Emanuele Breda [viool], Barbara Mauch-Heinke [viool], Daniela Wartenberg [cello], Toshinori Ozaki [theorbe], Sofya Gandilyan [klavecimbel]
  • WAT: Leonarda: Solo & Duo Motets
  • UITGAVEN: Toccata TOCC0655
  • BESTELLEN: JPC

Gervais: Grand motets pour Louis XV

  • WIE: Choeur du Concert Spirituel, Les Ombres o.l.v. Sylvain Sartre
  • WAT: Gervais: Grand motets pour Louis XV
  • UITGAVEN: Château de Versailles Spectacles (CVS073)
  • BESTELLEN: JPC
Baquedano: Música para la catedral de Santiago
  • WIE: La Grande Chapelle o.l.v. Albert Recasens
  • WAT: Baquedano: Música para la catedral de Santiago
  • UITGAVEN: Lauda (LAU022)
  • BESTELLEN: JPC

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Laatste berichten