Zum Inhalt springen
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Rezensionen

Woord en muziek in evenwicht

W
· 4 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Woord en muziek in evenwicht

De zes motetten BWV 225-230 behoren tot het veeleisendste werk dat Johann Sebastian Bach (1685-1750) voor koor schreef: dicht polyfoon weefwerk, waarin telkens de tekst – vaak uit de Bijbel of uit de lutherse traditie – de richting van de muziek bepaalt. Een goede uitvoering moet dan ook twee dingen tegelijk kunnen: de technische complexiteit van het contrapunt beheersen én de tekst laten spreken. Precies daarin overtuigt deze nieuwe opname van de Gaechinger Cantorey onder leiding van Hans-Christoph Rademann.

Wat meteen opvalt, en wat de hele cd door standhoudt, is de dictie: die blijft van begin tot einde voorbeeldig. Wie het Duits machtig is, heeft eigenlijk geen cd-boekje nodig om de tekst te volgen, want de woorden komen vanzelf binnen. Dat boekje is er trouwens wel, en het is de moeite: het bevat een diepgaande inhoudelijke bespreking en de volledige teksten, nuttig materiaal voor wie zich verder in de achtergrond van deze motetten wil verdiepen.

De opname zelf is glashelder van de eerste tot de laatste noot. Alle verschillende koorstemmen zijn loepzuiver te horen – niets vervaagt, niets verdrinkt in de massa – en de instrumentale begeleiding vormt daaronder een fijne, dragende bodem zonder ooit op de voorgrond te dringen.

Wat deze opname door alle zes motetten heen echter zo bijzonder maakt, is de manier waarop woord en muziek voortdurend in elkaar grijpen. Nergens gaat het om bravoure: de uitvoering blijft intiem, doordacht en doorleefd, waardoor de tekstvisie van Bach telkens treffend naar voren komt en de lutheraanse geest die uit deze werken spreekt alle ruimte krijgt.

Van uitbundigheid naar verstilling

Singet dem Herrn ein neues Lied zet onmiddellijk de toon. De opening is zo aanstekelijk dat je jezelf haast moet inhouden om niet mee te zingen. Maar net zo moeiteloos laat het koor die uitbundigheid weer los: het middendeel wordt zeer fijngevoelig gebracht, nagenoeg solistisch (“Wie sich der Herr erbarmet”), een moment van verstilling middenin het feest. Na dit contemplatieve moment keert de vreugde terug in “Lobet”, met een opvallend transparante, duidelijk verstaanbare fuga op “Alles, was Odem hat”. Zo wordt meteen duidelijk welke richting deze opname uitgaat.

Der Geist hilft unsrer Schwachheit auf krijgt een heel ander karakter. Het wordt bedachtzaam opgebouwd, met een rustig in elkaar gevlochten stemmenweefsel, vol overtuiging – misschien wat trager dan ik gewoon ben te horen, maar juist door die visie nog indringender. Vooral bij “Wir wissen nicht, was wir beten sollen” is dat voelbaar: de menselijke onzekerheid in die woorden krijgt hier alle ruimte om te spreken, zonder dat het koor ze zwaar aanzet. De terughoudendheid werkt hier eerder verdiepend dan vertragend.

Met Jesu, meine Freude volgt het meest omvangrijke werk van de cd. Grotere koorbijdragen wisselen af met solistische passages, waardoor de bijna twintig minuten nooit lang aanvoelen. Ook hier blijft de tekst goed verstaanbaar en valt vooral het inlevingsvermogen op – en niet te vergeten de zuivere stemmen, die in elk register overeind blijven. Bijzonder knap vind ik de accenten op “Trotz”: dat ene woord vormt echt een duidelijke ommekeer tegenover de voorgaande delen, en krijgt precies daardoor zoveel gewicht. Even beklijvend is het deel “Gute Nacht”: droevig gezongen, maar nooit zwaar op de hand, en juist daardoor bijzonder aangrijpend.

Vertrouwen en verlangen

Fürchte dich nicht klinkt vervolgens lieflijk in deze uitvoering, bijna als een zachte geruststelling. De tekst zou tot een zwaardere aanpak kunnen verleiden, maar hier klinkt vooral de belofte zelf: “Ich stärke dich, ich helfe dir auch” – met een vanzelfsprekende warmte die niet geforceerd aanvoelt.

Komm, Jesu, komm is misschien wel het meest verbluffende moment van de cd: hoe die “komm”-inzetten telkens weer anders klinken, telkens met een net iets andere lading, bijna als zilveren klokjes. De hoop op die komst spreekt hier met grote eenvoud. Dan volgt een beklijvend “Die Kraft verschwind't”, gevolgd door een berustende, bijna gefluisterde “Ich sehne mich”. En daarna, alsof er een bladzijde wordt omgeslagen, een zeer speels “Komm, komm” – die afwisseling alleen al toont hoezeer Bach met één enkel woord kan spelen, en hoe goed Rademann het koor hier laat schitteren.

Ten slotte klinkt Lobet den Herrn alle Heiden zeer feestelijk, maar nergens te uitbundig. Het ritme is vlot, de energie groot, maar alles blijft beheerst – een mooi, onversneden slot na alle reflectie en verlangen die eraan voorafgingen.

Een plaats naast de groten

Deze opname kan zich meten met belangrijke opnames van deze motetten. De Gaechinger Cantorey overtuigt hier niet alleen door technische zuiverheid, maar vooral doordat die helderheid steeds in dienst staat van woord en muziek. Rademann laat de stemmen ademen, geeft de teksten alle ruimte en vermijdt tegelijk dat Bach zwaar of plechtig wordt aangezet. Het is precies die combinatie van evenwichtigheid, intimiteit en zeggingskracht die deze nieuwe uitgave zo overtuigend maakt.

Besprochene CD

J.S. Bach, The Motets

Gaechinger Cantorey, Hans-Christoph Rademann

Label
Accentus · ACC30694
Vollständige Angaben →
Diesen Artikel teilen
DE