Ik heb deze opname bewust een tijdje laten liggen. Dit is zo'n cd waar je na de eerste beluistering zo onder de indruk bent dat je niet meteen weet wat schrijven zonder in clichés te vervallen. Bovendien had het misschien ook te maken met de omstandigheden: de voorbije weken had ik het geluk verschillende uitvoeringen van Monteverdi's Vespro della Beata Vergine te horen, zowel live als op cd. Geen twee uitvoeringen lijken echt op elkaar.
Ook I Fagiolini onder leiding van Robert Hollingworth kiest resoluut zijn eigen weg. In het schitterende CD-boekje legt Hollingworth uitgebreid uit waarom hij bepaalde keuzes maakt, van tempi tot toonhoogte. Je kan daar uren over discussiëren. Sommigen zullen er meteen voor vallen, anderen misschien minder. Zelf vond ik het vooral verfrissend om een uitvoering te horen die durft afwijken van het vertrouwde pad.
Er is wel één ding dat ik mis. Doorheen de jaren ben ik erg gehecht geraakt aan uitvoeringen waarin de gregoriaanse antifonen tussen de psalmen en motetten een plaats krijgen. Die zorgen voor rustpunten tussen al het vocale en instrumentale vuurwerk. Hier ontbreken ze. Misschien had dat met de beschikbare speelduur te maken. Hoe dan ook, ik betrapte mezelf er regelmatig op dat ik naar die pauze-momenten verlangde.
Ondanks de bezetting van één stem per partij klinkt het geheel verbazend groots. Regelmatig spat de muziek uit de luidsprekers. De grote psalmen bruisen van energie, terwijl de transparantie behouden blijft. Je hoort voortdurend nieuwe, virtuoze details opduiken, zowel bij de zangers als in het uitgebreide instrumentale ensemble “the English Cornett and Sackbut Ensemble” ook niet de minste.
Wat ook opvalt zijn de tempi. Vooral in de passages in driedelige maat kiest Hollingworth soms voor verrassende oplossingen. In het boekje licht hij die uitvoerig toe. Hetzelfde geldt voor de discussie rond de gebruikte toonhoogte. Dat zijn onderwerpen waar muziekliefhebbers zich moeiteloos een hele avond mee kunnen bezighouden. Mijn advies? Laat de tenoren vooral meepraten. Zij zijn tenslotte degenen die regelmatig richting plafond gestuurd worden. Ik spreek uit ervaring. Gelukkig beschikken de tenoren van I Fagiolini over meer dan voldoende reserve om dat met ogenschijnlijk gemak te doen.
Toen ik de opname voor het eerst beluisterde, was het vooral Nigra sum dat me volledig van mijn stoel blies. Nicholas Mulroy maakt van deze relatief korte bladzijde een klein meesterwerk op zich. De manier waarop hij de tekst naar zich toe trekt en vervolgens teruggeeft aan de luisteraar is ronduit indrukwekkend. Vier minuten en zeventien seconden om duimen en vingers bij af te likken. Luister maar eens naar de "veni" rond 3:10. Hemels!
Maar de hele cd zit vol van dat soort momenten. Overal hoor je aandacht voor detail, voor ornamentatie en voor tekst. De cornetti schitteren, de strijkers geven de muziek extra glans en de continuo-groep houdt alles voortdurend in beweging. Belangrijker nog: je hoort musici die zichtbaar plezier beleven aan wat ze doen. Die "joy of singing" straalt van begin tot einde uit deze opname.
Opvallend is ook hoe Hollingworth dit project veel breder heeft opgezet dan enkel een cd-opname. De uitgebreide sponsorlijsten achteraan in het boekje zijn daar ergens een eerste aanwijzing van. Wie vervolgens op de website van I Fagiolini gaat kijken, ontdekt al snel dat deze Vespers deel uitmaken van een veel groter verhaal. Er zijn filmpjes over de opname, achtergrondvideo's, podcasts, cursussen en allerlei online materiaal. Je kan er zelfs Vespers-merchandising terugvinden. Dat klinkt misschien wat vreemd bij muziek uit 1610, maar ergens past het perfect in deze tijd. Monteverdi leeft hier niet alleen op cd, maar ook op sociale media, in educatieve projecten en in een hele gemeenschap van luisteraars. Monteverdi in de 21ste eeuw, zeg maar.
Van de vele uitvoeringen met een kleine bezetting die ik de afgelopen jaren hoorde, hoort deze zonder twijfel bij de absolute top. Hollingworth blijft vragen stellen en houdt de discussie, en dus ook de interesse, levend. En ondertussen levert hij een opname af die bruist van energie, muzikaliteit en enthousiasme, vanaf de eerste noot tot de laatste pagina van het Magnificat.