Zum Inhalt springen
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Automatisch übersetzt · Original
Nachrichten

Jubel!

Ein Gespräch mit Jan van Elsacker über seinen Großvater Gaston Feremans im Rahmen des Flanders Liedfest

Wenn Jan über seinen Großvater Feremans spricht, verschmelzen Familiengeschichte und musikalisches Erbe nahtlos ineinander. In diesem Interview tauchen wir in eine bewegte Vergangenheit, beeindruckende Meisterwerke, rebellische Improvisationen und die ergreifende Kraft der Musik ein.

D
· 7 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Jubel!
© Redaktion

Dit gesprek vond plaats naar aanleiding van het Flanders Liedfest, het festival in Mechelen waar internationaal gelauwerd tenor Jan van Elsacker binnenkort het podium betreedt. Hij brengt er niet zomaar repertoire, maar eert er met enkele liederen en verhalen zijn eigen grootvader: componist Gaston Feremans.

Jan, je hebt je grootvader nooit persoonlijk gekend, aangezien hij in februari 1964 op 56-jarige leeftijd overleed en jij in 1965 bent geboren. Hoe heb je hem dan toch zo goed leren kennen?

Jan knikt nadenkend en neemt even de tijd om de herinneringen op te halen. "Dat klopt," begint hij. "Maar als jonge knaap van een jaar of zestien luisterde ik haast dagelijks naar zijn platen en ben ik me stilaan in zijn partituren gaan verdiepen. Tegenwoordig ben ik ook dikke mappen met zijn persoonlijke brieven aan het doorploegen, bewaard in het Letterenhuis. Dan zie je pas in wat voor netwerk hij zat: er is briefwisseling met Willem Elschot, Stijn Streuvels en dichter Karel Vertommen, die heel wat teksten voor hem schreef. Onlangs vond ik in de archiefstukken zelfs nog een bijzonder manuscript met een opdrachtenstempel aan André Rieu Sr., de vader van de bekende violist, die toen dirigent was in Amsterdam! Door die documenten leer ik de man achter de muziek echt kennen."

En die man was een heus muzikaal wonderkind?

"Hij was enorm begaafd, ja. Geboren onder de Mechelse Sint-Romboutstoren, zong hij als kind al aria's uit Die Schöpfung met een prachtige tenorstem en speelde hij op jonge leeftijd al het aartsmoeilijke Eerste Pianoconcert van de Jong. Hij werd erg jong directeur van de academie in Aalst en later ook directeur van het N.I.R., de toenmalige Vlaamse Radio. Maar hij kende helaas ook heel veel tragiek."

Je doelt daarmee op de oorlogsjaren en de zware periode daarna?

Gaston_FeremansJan zucht even en beaamt dit volmondig. "Omdat hij uitgesproken flamingant was en tijdens de bezetting bij de radio werkte, werd hij in 1945 gearresteerd. Dat gebeurde uitgerekend op de dag dat mijn moeder, Marina, haar eerste communie deed. Na zijn vrijlating werden hem zijn burgerrechten ontnomen. Om zijn grote gezin te onderhouden werkte hij als koster in de Sint-Antoniuskerk in Antwerpen en orkestreerde hij, puur uit geldnood, heel wat werken van zijn collega Jules Van Nuffel voor de radio. Aan hem en aan componist Jef Van Hoof koesterde hij trouwens wel een diep respect. Helaas is mijn grootvader de rest van zijn leven zwaar ziek gebleven."

Na deze harde realiteit valt Jan even wat stiller, maar er verschijnt snel weer een ontroerde blik in zijn ogen. "Maar muziek was voor hem ook in die donkere tijden een echte loutering. In dat ijskoude gevangenenkamp richtte hij het 'Feremanskoor' op, in de volksmond ook wel het 'Klompenkoor' genoemd. Toen ze voor kerstmis zijn speciaal gecomponeerde Missa Recollectionis (Mis van Inkeer) repeteerden, braken de mannen al bij het eerste Kyrie in tranen uit. De muziek gaf hen een glinstering van geluk in een inktzwarte periode." Of zoals ze het toen zelf citeerden: "Meester Feremans had wekenlang gewerkt aan een driestemmige mis. Het was bitter koud en er was geen vuur in de barakken. Aan de dakrand van de kapelbarak hingen ijskegels van een meter lang. Maar elke namiddag werd er gezongen en gewerkt. Bij de eerste klanken van het Kyrie brak de opgekropte pijn open. Tranen rolden over ieders wangen — tranen van verdriet, maar ook een niet te bepalen glinstering van verinnigd geluk dat voor velen een echte ster werd in die donkere dagen."

Er zat dus veel pijn in zijn leven. Maar ik begrijp dat hij ook een heel spitsvondig, muzikaal talent bezat?

Bij die gedachte begint Jan hartelijk te lachen. "Absoluut! Mijn nonkel Jan, de oudste zoon van Gaston, vroeg me vroeger wel eens of ik kon improviseren op de piano. Hij vertelde me toen dat mijn grootvader eens op een officiële gelegenheid de Brabançonne moest spelen. Wel, als overtuigd Vlaming wist hij daar toen op een uiterst subtiele manier de melodie van De Vlaamse Leeuw doorheen te weven. Dat typeert hem gewoon helemaal. Op het einde van zijn leven werkte hij met diezelfde passie aan een gigantisch droomproject, de Geuzensymfonie, op teksten van Karel Vertommen. Door zijn vroege dood is dat helaas nooit voltooid."

Die oom Jan was trouwens ook heel belangrijk voor de muzikale erfenis, niet?

"Heel zeker," beaamt Jan met veel warmte in zijn stem. "Nonkel Jan was ingenieur, maar zelf ook heel muzikaal begaafd. Hij heeft een enorm groot deel van het oeuvre van zijn vader gedigitaliseerd. In 1997 organiseerde hij nog een groot herdenkingsconcert voor de 90e geboortedag van Gaston. En in 2007 liet de Marnixring "Gaston Feremans" Het Bronzen Hart en Concerto Grosso opnieuw uitvoeren. Mijn nonkel Jan zat er. Tijdens de repetitie zag ik hoe hij meermaals geëmotioneerd raakte. Voor hem waren het niet zomaar composities. Hij had zijn vader deze muziek zien schrijven en had die periode zelf meegemaakt. De combinatie van herinnering, gemis en trots maakte diepe indruk. Dat beeld draag ik vandaag nog altijd mee." Jan voegde er nog aan toe dat Het Bronzen Hart eigenlijk een personificatie is van de Sint-Romboutstoren. Gaston had immers zijn hart verloren aan toren én kathedraal.

Je zingt zelf op internationaal niveau, maar je stond als kind al op de planken. Zat dat muzikale bloed er toen al in?

Jan lacht laut auf. „Das kann man wirklich sagen! Wusstest du, dass ich 1977 als junger Knabe in Hoe de slakken een huisje kregen mitgesungen habe, eine Jugendkantate basierend auf einem Märchen von Königin Fabiola? Ich durfte die Solopartie von Yogo, dem kleinen Schneckenchen, singen. Jahre später, als Fabiola schwer erkrankt war, suchte der Rundfunk Material von ihr und dann haben sie diese alte Aufnahme mit meinem ‚Schneckensolo' noch einmal aus den VRT-Archiven hervorgekramt!"

Herrlich! Um zur Musik deines Großvaters zurückzukehren: Was siehst du als Sänger in seinem Werk, und was würdest du Menschen empfehlen, die ihn noch nicht kennen?

feremans„Gaston Feremans' Werk fällt unter die Spätromantik und zeichnet sich durch eine äußerst reiche Harmonisierung und Orchestrierung aus," erklärt Jan wieder ernsthaft. „Sein absolutes Meisterwerk ist Het Bronzen Hart, eine Ode an den Sint-Romboutstoren in Mecheln, in der er einen Glockenspiel – auf ein Thema von Jef Denyn – mit einem Sinfonieorchester verbindet. Aber für diejenigen, die ihn entdecken möchten, empfehle ich wirklich seine glänzenden Volkslieder-Bearbeitungen, wie 't Sneeuwwit vogeltje oder Heer Halewyn. Was er damit gemacht hat, verschafft dir wirklich Gänsehaut."

Jan macht eine kurze Pause und fügt dann hinzu: „Für mich persönlich ist es immer eine Suche, welche Werke gut zu meiner Stimme passen. Ich wähle dieses Repertoire äußerst sorgfältig aus, denn seine Musik verlangt beim Singen viel Raum und Offenheit. Es ist übrigens ein schöner Zufall, dass ich am Konservatorium noch Gesang bei Liane Jespers studiert habe. Sie sang und nahm damals unter der Leitung des Dirigenten Staf Nees ungeheuer viel von seinem Werk auf und war die absolute Lieblingssängerin meines Großvaters."

Es scheint momentan eine regelrechte Wiederentdeckung seines Werkes im Gange zu sein. Wo können wir seine Musik bald wiederhören?

„Es tut sich momentan viel!" erzählt er stolz. „So wurde ich kürzlich von Aalst aus kontaktiert. Nach einem Moment großer Besorgnis bekamen wir fantastische Neuigkeiten: Das Original-Manuskript seiner Priester Daenscantate aus 1939, die durch den Krieg nie aufgeführt worden war, lag sicher und unversehrt in den Archiven des Letterenhuis. In Aalst hoffen sie, dieses gerade entdeckte Werk am 10. November 2027 endlich erklingen lassen zu können. Daneben gibt es noch das Flämische Liedfest in Mecheln, getragen von Pianist Aaron Wajnberg und dem Marnixring. Dort sind viele schöne Initiativen rund um meinen Großvater geplant, bei denen ich selbst auf die Bühne darf, um einige Lieder zu singen und über sein Leben zu erzählen. Ende Januar steht auch ein größeres, offizielles Konzert auf dem Plan, bei dem man unter anderem seinen schönsten Liederzyklus, De Jaarkrans, aufführen wird."

Sie fragen sich nach dem Lesen dieses Artikels vielleicht zu Recht, warum der Titel dieses Interviews „Jubel!" ist? Nun, gehen Sie dann unbedingt zum Flanders Liedfest, denn dort wird Jan, mit ein wenig Glück, Ihnen die Antwort auf diese Frage geben. Wahrscheinlich wird es eine emotionale Antwort sein... genau wie die Musik selbst und der ganze weitere Verlauf des Tages!

Details

Links
Website
Bildnachweis
Redaktion
Diesen Artikel teilen
DE