Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Nieuws

Vijftig jaar Augsburger Domsingknaben – een stem die generaties verbindt

Van de liturgie in de Dom van Augsburg tot de internationale concertpodia: vijftig jaar na hun heroprichting bouwen de Augsburger Domsingknaben verder aan een traditie waarin muzikale vorming, geloof en gemeenschap samenkomen.

W
· 15 min lezen
Deel dit artikel
Vijftig jaar Augsburger Domsingknaben – een stem die generaties verbindt
© ADSK, A. Klitni, S. Merk

Op zondag 25 oktober klinkt in de Herkulessaal in München Heinrich Ignaz Franz Bibers Missa Salisburgensis à 53 voci, een van de meest monumentale werken van de barok. De Augsburger Domsingknaben brengen de mis samen met het Barockensemble des Bayerischen Staatsorchesters en Les Cornets Noirs, onder leiding van Domkapellmeister Stefan Steinemann. Het concert – tevens het slotconcert van de Münchner Residenzwoche – opent een tournee ter ere van het vijftigjarig bestaan van het koor. Op dinsdag 3 november woon ik hetzelfde programma bij in de Kreuzkirche te Dresden. Reden genoeg om, als oud-zanger van het Antwerps Kathedraalkoor, hier stil te staan bij de traditie van dit knapenkoor.

Achter het jubileum gaat een geschiedenis schuil die veel verder teruggaat dan 1976. Maar het verhaal van het koor wordt vooral verteld door de mensen die er zongen en zingen: een Domkapellmeister die zelf als jongen begon, oud-zangers die rechter, organist of zanger werden, en jongens die midden in hun koortijd staan. Hun verhalen laten zien hoe een traditie levend blijft: niet doordat alles hetzelfde blijft, maar doordat iedere generatie haar opnieuw vormgeeft.

Een geschiedenis die verder teruggaat

De vijftigste verjaardag verwijst naar de heroprichting in 1976, niet naar het begin van de zangtraditie. Die gaat veel verder terug. Aan de Dom van Augsburg bestond eeuwenlang een Domschule, waar jongens tot zangers werden opgeleid. In 1439 duiken zij voor het eerst op in een oorkonde, onder de naam mariani: een verwijzing naar Maria, aan wie de kathedraal is gewijd.

In de eeuwen daarna beleefde het koor gouden tijden. Rond 1600 kwam Gregor Aichinger, een leerling van Giovanni Gabrieli in Venetië, als Domvikar naar Augsburg en bracht hij de Venetiaanse meerkorigheid mee. Aan het einde van de achttiende eeuw was Domorganist Johann Michael Demmler werkzaam, een vriend van Mozart, die hem hoog achtte. Via hem vond de Weense klassieke stijl haar weg naar de liturgie. De gregoriaanse zang bleef daarnaast een vaste pijler.

Vanaf de secularisatie van 1802 en 1803 werd het steeds moeilijker om nieuwe zangers aan te trekken. In 1848 trad voor het eerst een vrouw toe tot het ensemble; in 1865 werd het instituut van de mariani opgeheven. Ongeveer een eeuw lang nam een gemengd koor de muzikale verzorging van de Dom over, met op het repertoire onder meer Beethovens Missa solemnis en werken van Josef Rheinberger.

In de jaren 1970 moedigde Domkapellmeister Rudolf Brauckmann de muziekstudent Reinhard Kammler aan om de traditie van de Domsingknaben nieuw leven in te blazen. Met de steun van bisschop Josef Stimpfle kwam het in 1976 tot een heroprichting. Aanvankelijk repeteerde het koor in voorlopige ruimtes aan het Springergässchen. Kammler werd in 1978 Domorganist en in 1995 Domkapellmeister. Sinds 1986 heeft het koor zijn thuis in Haus St. Ambrosius, een voormalig kanunnikenhuis uit de rococotijd, vlak bij de resten van de oude Domschule.

In 2024 kregen de Augsburger Domsingknaben erkenning als immaterieel cultureel erfgoed van Beieren, samen met drie andere bekende knapenkoren: de Regensburger Domspatzen, het Tölzer Knabenchor en het Windsbacher Knabenchor.

Van Domsingknabe tot Domkapellmeister

Sinds 1 januari 2020 leidt Stefan Steinemann het koor als jongste Domkapellmeister van Duitsland. Hij zong zelf als kind bij de Domsingknaben en trad al vroeg op als solist. Daarna studeerde hij kerkmuziek, zang en koordirectie aan de Hochschule für Musik und Theater München en volgde hij aan de Schola Cantorum Basiliensis de opleiding Advanced Vocal Ensemble Studies, met als zwaartepunt wereldlijke vocale werken uit de renaissance. Hij zingt, bespeelt toetsinstrumenten en dirigeert, onder meer in de ensembles InVocare, Alerïon en het Leonhard-Paminger-Ensemble, en geeft les aan de Hochschule in München. In 2024 ontving hij de Kunstförderpreis van de stad Augsburg in de categorie Musik vokal.

„Voor mij persoonlijk is dit jubileum nauw verbonden met mijn eigen levensverhaal,” zegt hij. „Ik ben muzikaal opgegroeid bij de Domsingknaben en mag nu als Domkapellmeister verantwoordelijkheid voor het koor dragen. Veel van wat ik hier als kind heb ervaren, werkt tot op vandaag door.” Voor hem is het jubileum in de eerste plaats een moment om dankbaar terug te kijken: naar iedereen die het koor heeft opgebouwd en begeleid, naar de families en naar het bisdom dat dit alles mogelijk maakt.

De identiteit van het koor omschrijft hij zo: „Onze identiteit groeit uit de verbinding van muzikale opleiding, geleefde gemeenschap en onze dienst aan de Augsburger Dom.” De jongens ervaren van het begin af dat hun zingen betekenis heeft: ze dragen een kerkdienst mee, raken mensen tijdens concerten en maken deel uit van een groep waarin iedereen nodig is. Muzikale opleiding en persoonlijke ontwikkeling zijn voor hem niet te scheiden. De jongens leren naar elkaar luisteren, verantwoordelijkheid nemen en omgaan met succes en teleurstelling. De oudere zangers nemen verantwoordelijkheid voor de jongere en geven door wat ze zelf geleerd hebben. In zo’n gemeenschap kunnen volgens hem vriendschappen en vertrouwen ontstaan die ver buiten de actieve koortijd reiken.

Een opleiding voor het leven

De verhalen van oud-zangers laten zien hoe lang die vorming doorwerkt.

Daniel Egge zong van 1984 tot 1996 bij het koor en is nu rechter in Augsburg. Hij herinnert zich vooral de jaarlijkse uitvoeringen van Bachs Weihnachtsoratorium in de protestantse Heilig-Kreuz-Kirche en de concertreis naar Japan in 1992, waar naast cultuur en landschap vooral de hoffelijkheid van de gastheren en hun belangstelling voor de muziek indruk maakten. Zijn koortijd verdiepte zijn liefde voor muziek, vooral voor werken uit de barok, de klassieke periode en de renaissance, en gaf hem een gevoel voor orde, discipline en gemeenschap. „Ik kijk terug op een spannende tijd vol uitdagingen, intensief repeteren en mooie successen,” zegt hij. Zijn oudste zoon gaat naar school vlak bij de Dom. Als Egge daar langsloopt, denkt hij graag terug aan zijn leven als Domsingknabe.

Thomas Haala zong van 1981 tot 1995 bij de Domsingknaben. Vandaag zingt hij bij het a-capella-ensemble Cash-N-Go; de koorjaren legden mee de basis voor zijn muzikale nevenberoep. De reis naar Istanbul maakte de meeste indruk op hem. „Dat was zeer exotisch voor een kind dat tot dan toe alleen in West-Europa op vakantie was geweest!” Vooral discipline leerde hij er. „Je kunt veel onzin uithalen, en dat hebben we ook volop gedaan,” vertelt hij, „maar als het erop aankomt, moet je uiterst geconcentreerd zijn. Pas dan kun je iets groots neerzetten, en daar heeft uiteindelijk iedereen baat bij.” De stemvorming en koorervaring komen hem nog altijd van pas, zowel in klassieke, pop- en jazzkoren als in a-capella-ensembles en bands.

Julian Romanowsky werd op zijn vijfde lid en bleef meer dan vijftien jaar. „Het was mijn grootste hobby,” zegt hij, en de vriendschappen uit die tijd bestaan nog. Bachs muziek en de renaissancepolyfonie, die het koor voortdurend zong, maakten zo’n indruk dat hij na het gymnasium aan de Hochschule in Leipzig historische zang ging studeren: „Zonder de muzikale basisopleiding bij de Domsingknaben was het zeker niet zover gekomen.” Wat hem ook bijbleef: de koorleider hield zich niet alleen met de muziek bezig, maar vroeg ook persoonlijk hoe het met hem ging, en de pedagogische aanpak van de prefect, aangevuld met liturgische vorming, vond hij boeiend en leerrijk. Ook de kerkdiensten vormen zijn geloofsleven nog steeds. Voor hem staat het koor voor „een gevoel van thuis en kindertijd.”

Valentin Meyer (2007–2022) is organist en klavecinist geworden. Zijn belangstelling voor het orgel ontstond tijdens de zondagse vieringen in de kathedraal. Wat hem het meest bijblijft, is hoe vanzelfsprekend het koor werken van Schütz, Bach en Palestrina instudeerde: „Nooit had ik het gevoel dat er gerepeteerd of zelfs ‘geoefend’ werd. Er werd gewoon gemusiceerd.” Die lichtheid probeert hij mee te nemen nu hij zelf concerten speelt of voor koren staat. Twijfel en faalangst blijven nooit thuis, vertelt hij, maar het vertrouwen dat het om de muziek gaat, met de nodige discipline en openheid, helpt hem zich helemaal over te geven aan wat er op dat moment gebeurt.

Wat veranderde er?

Op de vraag wat er sinds hun eigen koorjaren veranderd is, geven de oud-zangers uiteenlopende antwoorden.

Haala, die in 1995 vertrok, geeft aan dat hij dat als oud-lid moeilijk kan beoordelen. Wel heeft hij de indruk dat de uitstraling van het koor naar buiten toe, ook onder een nieuwe koorleider, dezelfde is gebleven. Egge had na zijn vertrek weinig contact met het koor, maar merkte bij concertbezoeken dat het hoge ambitieniveau en het plezier in het zingen er nog altijd zijn. Romanowsky ziet van buitenaf dat de aandacht voor oude muziek de laatste jaren nog is toegenomen. Hij vindt vooral de grootschalige projecten met historische instrumenten opmerkelijk. Wat volgens hem onveranderd is gebleven, is de gemeenschap: het fundament waarop de rest van het koorleven steunt.

Meyer ziet de duidelijkste verandering. De wissel van Domkapellmeister in 2020 bracht volgens hem een andere dynamiek met zich mee: „Een frisse, nieuwe geest waaide door het huis.” Ook vermoedt hij dat kinderen na de coronapandemie met een andere kijk op de wereld aan hun kooropleiding beginnen. Sommige dingen die tien of twintig jaar geleden vanzelfsprekend waren in de opleiding en het gezamenlijke leven, lijken vandaag minder vanzelfsprekend. Het blijft zijn persoonlijke indruk, maar ze maakt wel duidelijk dat een jubileum niet alleen uitnodigt om terug te blikken.

Steinemann bekijkt die veranderingen vanuit zijn eigen ervaring, als oud-koorlid én als huidige Domkapellmeister: „Traditie blijft levend wanneer elke generatie zich die opnieuw eigen maakt.” De leefwereld van gezinnen, de eisen van school en de ervaringen die kinderen meebrengen, veranderen voortdurend. De kooropleiding moet daarin meegaan. De kernopdracht blijft dezelfde: kinderen en jongeren muzikaal en persoonlijk begeleiden, hun stemmen met zorg ontwikkelen en hen enthousiast maken voor het samen zingen. Hij wijst er ook op dat een knapenkoor voortdurend in beweging is: door de stemwisseling verandert de samenstelling, waardoor de gezamenlijke klank telkens opnieuw moet groeien.

De jonge stemmen

Hoe klinkt de traditie nu? De huidige zangers noemen heel verschillende redenen waarom ze bij het koor kwamen. Vier van hen delen hun voornaam met een oud-zanger hierboven; daarom spreken we van de jonge Valentin, Thomas, Julian en Daniel.

De jonge Julian ging op zijn vijfde met zijn oma naar een concert met gregoriaanse zang door mannenstemmen. Zijn moeder sprak daarna Reinhard Kammler aan, en in 2019 begon hij aan de muzikale vooropleiding. Het koor betekent veel voor hem, ook op persoonlijk vlak. „Het geeft me steun in moeilijke tijden,” vertelt hij. Het verbindt hem bovendien nog altijd met zijn oma. Hij waardeert de sfeer en de manier waarop de koorleider over componisten vertelt: „Hij brengt dat zo over alsof hij ze allemaal persoonlijk kent.” Zijn mooiste herinnering is de productie van Carmen in het Staatstheater Augsburg, waar hij ook een kijkje achter de schermen van het theater kreeg.

Bruno kwam op vierjarige leeftijd via zijn moeder bij het koor terecht. „Toen had ik niet gedacht dat ik zo lang zou blijven,” zegt hij nu, negen jaar later. Hij vindt het cool om Domsingknabe te zijn, „niet eens in de eerste plaats vanwege het zingen, maar ook vanwege de vrienden.” Ook de verschillende stemcoaches waardeert hij. De tournee naar Zweden en Denemarken is hem het meest bijgebleven: „Met vrienden op tournee zijn was geweldig!”

De jonge Valentin sloot zich aan bij het koor omdat zijn broer er al zong. „We beleven dingen die anderen niet beleven,” zegt hij. Daar is hij „een beetje trots” op. Vooral de reizen vindt hij bijzonder. De tournees naar Litouwen en Guatemala en het bezoek aan de stad Antigua zijn hem bijgebleven. Het liefst zingt hij het Weihnachtsoratorium.

De jonge Thomas trad in de voetsporen van zijn vader, die zelf ook Domsingknabe was. Hij hoopte er nieuwe vrienden te maken. Hij noemt het „een eer” om in een van de beste knapenkoren van Duitsland te zingen. Ook solo’s zingen doet hij graag. Zijn mooiste herinnering is de Pinkstertournee naar Guatemala.

De jonge Daniel hoorde via een vriend over het koor en was meteen enthousiast. Hij houdt van het zingen zelf, de concerten en de fijne mensen die hij er ontmoet. Ook de koorvakantie en het Weihnachtsoratorium behoren tot zijn favorieten.

Alexander deed in 2021 auditie. Hij vindt het „een grote eer” om bij zo’n bekend koor te zingen. Bovendien helpt het zingen hem om zijn gedachten even op andere dingen te richten. Zijn mooiste herinneringen zijn de paastournee naar Zweden en Denemarken, waar hij voor het eerst in een kwintet zong, en de koorvakantie in Wertach. Vooral het eten is hem bijgebleven: dat was er bijzonder lekker.

Als ze vooruitkijken, zijn de jonge zangers eerlijk over wat ze meenemen en wat ze zullen missen. De jonge Julian neemt vooral de discipline mee, maar zal ook de gemeenschap missen. De jonge Valentin heeft geleerd hoe je je in een groep gedraagt. De jonge Daniel wil vasthouden aan wat hij bij het koor heeft geleerd, „ook al wil ik eigenlijk voetballer worden.” Vooral het zingen en de mensen zal hij missen. Alexander heeft geleerd het hoofd koel te houden. Wat hij het meest zal missen, zijn zijn vrienden, de gemeenschap en zijn koorleider, de heer Müller-Henneberg.

Voor Steinemann is juist die ontwikkeling het mooiste aan zijn werk: een kind begint in de muzikale vooropleiding, ontdekt zijn stem en groeit in het koor. „Het is ook mijn taak om de jongens het vertrouwen te geven in wat ze kunnen. Als ze dan zelf voelen dat ze samen boven zichzelf uitstijgen, zijn dat ook voor mij bijzonder vervullende momenten.”

Zingen in dienst van de liturgie

Hoe ver de reizen ook voeren, de Dom blijft het middelpunt. „Hier heeft ons zingen zijn vaste plaats in het kerkelijk leven,” zegt Steinemann, „en hier ervaren de jongens het meest direct waarvoor ze hun stem gebruiken.” Muziek maakt geestelijke teksten hoorbaar: „Wanneer wij een kerkdienst muzikaal vormgeven, dragen we het gebed van de gemeente mee.” De kinderen komen vandaag met heel verschillende ervaringen van kerk en geloof binnen. Door samen te zingen en de liturgie te beleven, kunnen er volgens hem nieuwe toegangen tot het geloof ontstaan.

De Dom verbindt de zangers ook met een muziekgeschiedenis die veel ouder is dan het huidige koor. Die in haar oorspronkelijke klankruimte voortzetten is volgens Steinemann een bijzondere opdracht. Dat betekent het overgeleverde repertoire zorgvuldig onderhouden en ontdekken wat nog niet klonk: „Historische werken die lang niet meer zijn uitgevoerd, kunnen voor onze zangers even nieuw en verrassend zijn als een hedendaagse compositie.” Nieuwe impulsen komen ook van de samenwerking met andere musici en ensembles.

Op reis en op het podium

De Augsburger Domsingknaben werkten samen met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Deutsche Radio Philharmonie en traden op onder dirigenten als Sir Colin Davis, Kent Nagano, Mariss Jansons, Bernard Haitink, Daniel Harding, Manfred Honeck en Sir Simon Rattle. Het koor zong meermaals in het Vaticaan, was te gast in Schloss Bellevue (de ambtswoning van de Duitse bondspresident) en trad op bij onder meer de Schwetzinger Festspiele, het Baltic Sea Festival in Stockholm en de Internationale Wolfegger Konzerte. Knapensolisten en kleinere ensembles werken mee aan operaproducties en cd-opnames in heel Europa.

De concertreizen van de afgelopen vijf jaar brachten het koor naar Oostenrijk, Polen, België, Tsjechië, Litouwen, Italië, Denemarken en Zweden. Ook trad het op in gerenommeerde zalen als de Atlanta Symphony Hall, de Alte Oper in Frankfurt en het Cuvilliéstheater in München. In het Elektra Tonquartier van het Bergson Kunstkraftwerk, dat in 2024 opende, was het koor het eerste ensemble dat er optrad. In 2026 reisde het kamerkoor op uitnodiging van de Duitse ambassade naar Guatemala, waar het in het Nationaalpaleis de viering van tweehonderd jaar Duits-Guatemalteekse immigratie muzikaal opluisterde.

Voor de jongens betekent zo’n reis meer dan een prestigieuze zaal. „Op een concertreis leren de jongens andere landen, mensen en manieren van leven kennen,” zegt Steinemann, „en ervaren ze dat muziek ook over taalgrenzen heen verstandhouding mogelijk maakt.” Tijdens een reis groeit ook de band: de zangers brengen veel tijd samen door, moeten zich aan nieuwe situaties aanpassen en nemen verantwoordelijkheid voor elkaar.

De toekomst begint bij de volgende generatie

Wat wenst Steinemann zijn koor toe voor de komende decennia? Dat ook in de toekomst veel kinderen de vreugde van het zingen ontdekken en een plek vinden waar ze worden begeleid en zich thuis voelen. Daarvoor zijn betrokken mensen nodig, het vertrouwen van de families en de betrouwbare steun van kerk en samenleving. Muzikaal wenst hij het koor nieuwsgierigheid, moed en een hoog niveau, samen met het geduld dat elke nieuwe generatie zangers vraagt.

Wat nooit mag veranderen, is de houding waarmee het koor werkt: de waardering voor ieder individu, de verantwoordelijkheid voor elkaar en de verankering in het geloof en in de dienst aan de Dom. „Daaruit groeit voor mij ook in de toekomst ons gezamenlijke zingen,” zegt hij: „tot eer van God en tot vreugde van de mensen.”

 

Missa Salisburgensis à 53 voci – jubileumtournee

Augsburger Domsingknaben, Barockensemble des Bayerischen Staatsorchesters en Les Cornets Noirs, onder leiding van Stefan Steinemann.

  • zondag 25 oktober, 17.00 uur: Herkulessaal, München
  • vrijdag 30 oktober, 19.00 uur: Dom van Augsburg
  • maandag 2 november: Elbphilharmonie, Hamburg
  • dinsdag 3 november, 19.00 uur: Kreuzkirche, Dresden

Daarnaast zijn er concerten in Bregenz en Basel. Kaarten en actuele informatie: domsingknaben.com/tickets

Details

Foto credentials
ADSK, A. Klitni, S. Merk
Deel dit artikel
NL