De Negende Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) beluisteren via deze uitgave van BR-KLASSIK kan op twee manieren. Je kunt meteen naar de uitvoering grijpen, opgenomen tijdens concerten in München op 7 en 8 mei 2009. Interessanter is het om eerst de tweede cd op te zetten, met bijna 55 minuten repetitiefragmenten, toelichtingen en een interview met Herbert Blomstedt. De dirigent legt uit waarom een noot zachter moet, een accent verschuift of een koperinzet moet terugnemen. Daarna klinkt dezelfde muziek op cd 1 anders.
Dat is tegelijk de kracht en het risico van deze uitgave. Wie eerst de repetitie hoort, krijgt een luisteraanwijzing mee en hoort Blomstedts accenten sneller, maar levert ook een deel van de onbevangen eerste indruk in. Wat je daarvoor terugkrijgt, is een beter inzicht in de keuzes die de uitvoering bepalen.
De dirigent aan het werk
Blomstedt werkt in de repetitie uiterst concreet: ritme, articulatie, dynamiek, balans, frasering. Hij zingt frasen mee om de richting van de muziek te tonen. Staat er in de partituur noch leiser, dan moet het ook werkelijk zachter worden.
Hij haalt afzonderlijke lagen uit het orkest. Het koper wordt teruggenomen zodat de houtblazers hun lijn behouden, waarna de stemmen weer samenkomen. Vooral bij de overgang naar het tweede thema in het eerste deel wordt duidelijk wat dat in de praktijk betekent. Blomstedt wil het tweede thema lyrischer en soepeler horen, met een lyrische, vloeiende accentuering die het duidelijk tegenover de gespannen eerste themagroep plaatst. Wanneer je daarna de concertregistratie beluistert, herken je die keuze meteen: de overgang krijgt ruimte en het tweede thema verschijnt werkelijk als een nieuwe muzikale wereld.
Zijn uitleg over het eerste deel is veelzeggend. Bruckner hoeft volgens hem niet plechtig of monumentaal te klinken: er zit natuur in deze muziek, verwondering, zang en dans. De partituur moet spreken. Daarmee verklaart hij veel van wat je op cd 1 hoort.
Een vitale Bruckner
De opname begint met vaart en veel aandacht voor de zanglijnen. De houtblazers krijgen ruimte en verdwijnen nergens onder het koper. Blomstedt bouwt de spanning zorgvuldig op en vermijdt grote gebaren die vooral op effect mikken. De thema's verschillen duidelijk van karakter, maar hij laat ze organisch in elkaar grijpen zonder de overgangen extra aan te zetten. Ondanks de rijke orkestratie blijft de klank helder en zijn de verschillende orkestlagen goed te volgen. De klankbalans is mooi, en precies daarop werd in de repetitiefragmenten ook duidelijk gewerkt.
Blomstedt was 81 toen hij dit dirigeerde, maar de uitvoering klinkt niet als een terugblik of afscheid. De muziek gaat vooruit, ook in de zwaarste momenten. In december 2024 hoorde ik Blomstedt, toen 97, de Negende dirigeren met de Berliner Philharmoniker. Ik herken hier dezelfde frisheid en helderheid. Die vitaliteit lijkt dus wezenlijk bij zijn manier van Bruckner lezen te horen.
Het Scherzo klinkt springlevend. Blomstedt zet de accenten scherp aan: de pauken geven het deel een krachtige impuls, terwijl de strijkers vinnig en beweeglijk reageren. De muziek krijgt daardoor een nerveuze directheid die goed past bij het radicale karakter van dit deel.
Het Adagio van binnenuit
In de repetitiefragmenten van het Adagio blijkt dat Blomstedt het slot bewust niet wil vertragen. In het middengedeelte moet de pijn naar de climax toe voelbaar worden, terwijl het koper scherp en geconcentreerd blijft. De tweede trompet krijgt in de dissonante climax een belangrijke rol: een laatste spanning die zich nog één keer opricht.
Van de violen vraagt hij intensiteit zonder pathos. Dat is een sleutel tot zijn Bruckner: de emotie komt uit de muzikale lijn zelf en wordt niet door de dirigent extra verzwaard. Hoor je daarna de concertregistratie, dan klinkt de climax als het eindpunt van een lange opbouw en niet als een los effect.
Blomstedt in 1995 en 2009
Blomstedt nam de Negende al in 1995 op met het Gewandhausorchester Leipzig. Die uitvoering duurt ongeveer 60 minuten, de nieuwe ongeveer 56. Het eerste deel scheelt nauwelijks (24'45" tegenover 23'39"), het Scherzo duurt in beide ongeveer tien minuten, maar het Adagio krimpt van 25'18" naar 22'55". Opvallend is vooral dat Blomstedt in het Adagio met de jaren sneller is gaan dirigeren. Dat past bij zijn eigen opvatting dat ouder worden geen reden is om de muziek vanzelf uit te rekken.
Mijn ijkpunt is Furtwänglers opname met de Berliner Philharmoniker uit 1944, een van mijn favoriete interpretaties van deze symfonie. Furtwängler maakt de donkere onderstromen van Bruckners muziek buitengewoon voelbaar. Een frase kan plots meer gewicht krijgen, een overgang lijkt zich uit te rekken en een climax krijgt een dreiging die ik bij weinig andere uitvoeringen zo sterk ervaar. Blomstedt zoekt die wereld nauwelijks op. Hij houdt de muziek in beweging, laat de stemmen helder naast elkaar klinken en bewaart ook in de donkerste passages een zekere lichtheid. Dat levert een heel andere luisterervaring op. Furtwängler laat mij de afgronden in deze muziek ervaren; Blomstedt laat mij horen hoe de muziek daarlangs blijft bewegen.
Die keuze heeft in het Adagio ook een prijs. Wie hier een bijna tijdloze meditatie zoekt, vindt minder ruimte om te verzinken. Vooral in de laatste bladzijden houdt Blomstedt de lijn gaande waar andere dirigenten de tijd verder lijken open te trekken. Dat vermindert voor mij iets van de verstilling die deze muziek ook kan oproepen. Tegelijk past die keuze bij zijn benadering van de symfonie als geheel: ook in het Adagio klinkt bij hem geen muziek die zich naar een definitief einde toe beweegt. De finale, waar Bruckner tot aan zijn dood koortsachtig aan werkte, ontbreekt weliswaar, maar Blomstedt behandelt het Adagio niet als een laatste woord dat alle beweging stillegt. De muziek blijft stromen, alsof er na deze laatste klanken nog iets had kunnen volgen.
Meer dan een bonus-cd
Cd 2 is meer dan een toegift. Je hoort Blomstedt zoeken, bijsturen, een passage herhalen en uitleggen waarom een kleine wijziging ertoe doet. Hij is precies en blijft vriendelijk: hij spreekt de musici aan vanuit een gezamenlijke zoektocht naar de partituur. Wie daarna terugkeert naar de concertregistratie, herkent steeds meer van die keuzes.
De toelichting is in het Duits, wat voor wie de taal niet beheerst een drempel is. De uitvoering overtuigt door haar consequentie: een levende symfonie waarin duisternis en beweging naast elkaar kunnen bestaan. Wie Bruckner vooral zoekt in monumentale traagheid of zwaar aangezet existentieel drama, zal hier wellicht iets missen. Wie wil horen hoe helderheid, beweging en intensiteit samen kunnen gaan, krijgt een uitgave die zowel als uitvoering als document veel te bieden heeft.
Cd 1 laat Blomstedts Bruckner horen; cd 2 laat je begrijpen waarom je hem zo hoort.