Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Besozzi's verrassen, Moinet betovert

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Besozzi's verrassen, Moinet betovert

Er zijn componisten die je pas leert kennen wanneer je een cd als Concert pour Paris opzet. Alessandro Besozzi en zijn zoon Carlo waren voor mij zulke ontdekkingen. Hoboïste Céline Moinet brengt samen met het Folkwang Kammerorchester Essen onder leiding van Reinhard Goebel vijf achttiende-eeuwse concerti van de twee Besozzi's, Jean-Marie Leclair en Franz Xaver Richter. Het zijn werken die je zelden op een concertprogramma tegenkomt. Vooral de Besozzi's maken nieuwsgierig naar meer: hun concerti zijn verfijnd, speels en vol leven, en laten horen hoeveel mogelijkheden de hobo in die tijd al bood.

Een Parijse kennismaking

De titel van de cd verwijst naar het verblijf van Alessandro Besozzi (1702-1793) in Parijs. In 1735 trad hij er samen met zijn broer, fagottist Paolo Girolamo, op. De broers werden er goed betaald, al sloeg de hobo als solo-instrument bij het Franse publiek niet echt aan. Bijna drie eeuwen later krijgt die muziek alsnog de aandacht die ze verdient.

Het album opent met Alessandro Besozzi's hoboconcerto in G groot. Al in het eerste deel valt op hoe lichtvoetig de muziek zich ontwikkelt. De hobo kan zich in virtuoze passages tonen, maar de solopartij staat niet voortdurend op de voorgrond. In het tweede deel gebeurt iets bijzonders: wanneer Moinet haar melodie inzet, lijkt die haast vanzelf uit het orkest op te stijgen. De begeleiding draagt de melodie zonder haar te overheersen, waardoor de muziek een verstild, bijna hemels karakter krijgt.

Moinet zoekt de expressie niet in grote gebaren. Ze laat de melodieën spreken en houdt de versieringen binnen het muzikale geheel. Dat blijkt ook in het Presto van datzelfde concerto, waarin het orkest eerst zelf zijn beweeglijkheid en ritmische scherpte toont. Wanneer de hobo de virtuoze lijn overneemt, blijft de begeleiding fijn uitgewerkt. De soliste krijgt alle ruimte, terwijl de wisselwerking met het orkest behouden blijft.

Het Folkwang Kammerorchester Essen klinkt daarbij alert en transparant. Reinhard Goebel, die in 1973 Musica Antiqua Köln oprichtte en een belangrijke rol speelde in de historische uitvoeringspraktijk, houdt de stemmen nauw bij elkaar. Solistische en orkestrale passages contrasteren duidelijk, zonder dat de muziek haar samenhang verliest.

Franse elegantie, een andere wereld

Met het hoboconcerto in C groot, opus 7 nr. 3 van Jean-Marie Leclair (1697-1764) verandert de sfeer. Waar Alessandro Besozzi speels en soepel beweegt, klinkt hier meer Franse elegantie. Leclair, die als violist en componist Italiaanse invloeden met de Franse traditie verbond, schreef muziek waarin beide stijlen samenkomen. Na het eerste Besozzi-concerto is dat een goed gekozen overgang: de hobo blijft centraal staan, maar de muziek vraagt om een andere benadering.

In het Adagio krijgt het orkest een donkerder kleur, die de melodie van de soliste extra reliëf geeft. Daartegenover staat het feestelijke Allegro assai. Moinet stemt haar spel overtuigend af op die verschillende karakters. Haar benadering is hier minder speels dan bij Besozzi, maar sluit mooi aan bij de beheerste stijl van Leclair.

De zoon durft meer

Daarna keert het programma terug naar de familie Besozzi, nu met Carlo (1738-1791) en zijn hoboconcerto nr. 6 in Bes groot. Na de orkestrale inleiding ontvouwt zich muziek die graag speelt met de mogelijkheden van het instrument. Moinet laat haar hobo hier haast zingen, zonder dat de speelsheid verloren gaat.

Van de vier componisten op deze cd is Carlo voor mij de meest gedurfde. De virtuoze passages geven de muziek vaart en zetten de hobo voortdurend in beweging. Daarbij klinkt de solopartij niet als een aaneenschakeling van technische hoogstandjes, maar als onderdeel van een levendig muzikaal gesprek. Ook het karakter verschilt van dat van zijn vader. Alessandro overtuigt me vooral door zijn lichtvoetigheid, terwijl Carlo me met zijn gedurfde wendingen verrast. Juist dat verschil maakt me nieuwsgierig naar meer muziek van beiden.

Richter als contrast

De twee concerti van Franz Xaver Richter (1709-1789) plaatsen het voorgaande in een ander perspectief. Richter werd geboren in Moravië en was vanaf 1769 kapelmeester aan de kathedraal van Straatsburg. Zijn hoboconcerto in F groot is ruimer opgezet, terwijl het concerto in g klein kleinschaliger aandoet. In dat laatste bewegen de violen zich in de orkestrale gedeelten grotendeels samen, wat de muziek een compactere, ietwat strengere indruk geeft.

Beide werken zijn verzorgd gecomponeerd en bieden Moinet mooie kansen om te schitteren, vooral dankzij de wisselwerking tussen hobo en orkest. Toch blijven ze voor mij minder verrassend dan de concerti van de Besozzi's. Richter geeft zijn materiaal vakkundig vorm, maar de eigenzinnigheid die de muziek van vader en zoon zo aantrekkelijk maakt, spreekt hier minder sterk.

Intiem in Wuppertal

De opname draagt bij aan het luisterplezier. De cd werd opgenomen in de Immanuelskirche in Wuppertal, maar je hoort geen galmende kerkakoestiek. Alles klinkt helder en dichtbij: de afzonderlijke stemmen blijven goed te volgen en je zit als het ware tussen de musici.

Concert pour Paris is een bijzonder aangename kennismaking met repertoire dat zelden de concertzaal bereikt. Céline Moinet en Reinhard Goebel laten samen met het Folkwang Kammerorchester Essen de verschillende karakters van deze concerti volop tot hun recht komen. Vooral Alessandro en Carlo Besozzi blijven me bij. Dankzij deze cd heb ik twee componisten leren kennen van wie ik graag meer wil horen.

Besproken cd

Celine Moinet - Concert pour Paris

Celine Moinet, Folkwang Kammerorchester Essen, Reinhard Goebel

Label
Berlin Classics · 03046568BC
Verschijningsdatum
23 oktober 2026
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL