Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Échos: hoe twee stemmen één geheugen worden – Fiona en Chiara Alaimo over hun debuutalbum

Er zijn pianoduo’s die naast elkaar spelen, en er zijn pianoduo’s die in elkaar spelen. De Brusselse Fiona en Chiara Alaimo behoren duidelijk tot die tweede categorie. Met Échos brengen ze een debuutalbum uit dat twee levende componisten in de schijnwerpers zet: Sharad Goulam en Gabriel Field. Twee vrienden, twee werelden, één piano. Of liever: twee piano’s, vier handen, en een gesprek dat al lang voor de eerste noot begon. Het resultaat is een opname waarin stilte even belangrijk wordt als klank, waarin dissonantie niet om oplossing vraagt, maar als kleur wordt behandeld, en waarin hedendaagse muziek niet als intellectuele oefening wordt gepresenteerd, maar als iets levends, tastbaars en menselijks. Voor Klassiek Centraal sprak Werner De Smet met beide zussen Alaimo.

Muziek als sluipend verhaal

Wanneer ik de zussen tref, valt onmiddellijk op hoe wars ze zijn van het grote, theatrale gebaar. Muziek was voor hen geen plotse openbaring, geen bewuste levenskeuze die met trompetgeschal werd aangekondigd. “Ze is eerder zachtjes ons leven binnengeslopen, gedragen door de vele projecten waaraan we onderweg deelnamen,” vertellen ze. “Als een liefdesverhaal dat begint in vriendschap en zich onmerkbaar verdiept tot iets groters. Misschien omdat onze fascinatie altijd meer lag bij de intimiteit en schoonheid van het spelen zelf, dan bij het staan in de schijnwerpers.” Je gelooft hen meteen. Geen dramatisch keerpunt, geen moment van openbaring – eerder een aandacht die stilletjes wortel schiet.

Die intimiteit werd gevoed door een opvallend gelaagde jeugd. Naast de diepe affectie voor de emotionele architectuur van Chopin en Rachmaninov klonk in de tienerkamer evengoed de rauwe, ritmische energie van Linkin Park en System of a Down. Voor de zussen bestaat er geen strikte scheiding tussen genres: muziek is in de eerste plaats een gevoelswereld. Ook de concerten die ze als kind samen met hun ouders bijwoonden, hebben die liefde mee gevormd en verdiept. Die open blik werd later, aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, gekanaliseerd door Aleksandar Madžar. Zes jaar lang werkte hij met hen – niet als rigide pedagoog, maar met een zeldzame warmte en generositeit. “Af en toe drinken we nog samen een koffie,” zeggen ze. “Zijn humor, zijn menselijkheid en zijn manier van kijken naar muziek blijven een bron van inspiratie.” Een zin die klinkt als een oprechte buiging, geen beleefde frase. Beide zussen volgden naast hun duo-werk ook een individueel solotraject – aan onder meer het KCB en de École Normale de Musique de Paris – waardoor ze elk een eigen muzikale identiteit konden ontwikkelen binnen dezelfde pedagogische basis.

Dat ze vandaag ook bewust afstand nemen van muziek, is iets wat de zussen pas de laatste jaren in de praktijk leerden brengen. Vroeger nam muziek hun volledige leven in, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Gaandeweg beseften ze dat ook stilte en afstand noodzakelijk zijn – lezen, sporten, schaken, zingen, tijd doorbrengen met familie en vrienden – om telkens opnieuw met frisse oren naar de piano terug te keren.

Twee mensen, één stem

Hoewel ze biologisch en mentaal nauw verweven zijn, schuilt de artistieke winst in de nuances van hun contrasterende karakters. Fiona is de conceptuele motor, degene die de partituur activeert met onverwachte – soms licht absurd aandoende – ideeën, en haar bladmuziek volkrabbelt met annotaties en tekens. Chiara is de pragmatische architect die de ideeën in beweging zet, de voorkeur geeft aan de witheid van een onaangeroerde partituur, en de stilte van de repetitie doorbreekt door te blijven zoeken en uitproberen. Het is precies dit productieve spanningsveld dat hun spel behoedt voor de valstrik van de steriliteit.

Ze hebben inderdaad één artistieke stem ontwikkeld, zeggen ze, maar ze proberen niet alleen één klank te vormen, maar tegelijk bewust hoorbaar te blijven als twee afzonderlijke muzikale identiteiten binnen diezelfde klankruimte. “Zodat luisteraars ook voelen dat we twee verschillende personen zijn die elkaar aanvullen en elkaars interpretaties verrijken.” Dat gesprek voedt hen ook buiten de muziek. Ze citeren hun vader: “Il y en a toujours plus dans deux têtes que dans une.” En ze halen de Duffer Brothers aan – de tweelingbroers achter Stranger Things – als voorbeeld van hoe een gedeelde artistieke visie iets groters kan worden dan de som der delen. Het is een opvallende referentie in een klassiek muzikaal gesprek, maar precies daarom raak: de Alaimo’s denken in analogieën die verder reiken dan het concertpodium.

Het kwartet op de hoes

De werken op Échos zijn verdeeld over twee componisten wier vriendschap teruggaat tot hun gemeenschappelijke studietijd aan de Cortot-school in Parijs, dezelfde school waar de Alaimo’s hen leerden kennen. Dat het album juist daar zijn wortels heeft, is voor de zussen geen toeval maar een bewuste daad van dankbaarheid. “We wilden onze Franse wortels tot leven brengen,” zeggen ze. “De talloze kansen die we aan de Cortot-school hebben gekregen, waren voor ons een manier om de Franse cultuur en muziek te bedanken en in de kijker te zetten.” Échos is dus ook een portret van een stad, een school en een vriendschap.

Sharad Goulam levert een Toccata, een Prélude V en een Marche. Gabriel Field draagt acht Chorals bij en de triptiek Pièces Joyeuses. De hoes toont een kwartet, maar wie beter kijkt, ziet twee pianisten en twee componisten. Een esthetische alliantie die al in het beeld wordt aangekondigd.

De onderlinge taakverdeling tussen de zussen verloopt doorgaans vanzelfsprekend, maar bij de Toccata van Goulam brak de democratie even samen. Allebei wilden ze haar spelen. Het lot moest beslissen. Fiona trok het langste strootje. “Sindsdien behoort die Toccata officieel een beetje meer aan haar toe,” zeggen ze, met de droge precisie van mensen die weten dat een goede anekdote geen uitroepteken nodig heeft.

“Hun persoonlijkheden lijken bijna elkaars tegenpool,” beschrijven de zussen hun componisten. “Goulam vertrekt vanuit een uitgesproken dramatische, haast fysiek gebeeldhouwde klankwereld. Field daarentegen hanteert een minimalistische, bijna etherische taal – als het spoor van een reeds vervlogen gedachte.” Wat hen echter verbindt, ligt niet in het voor de hand liggende. Niet de stijl, niet het tempo, niet het idioom. Wel hun omgang met dissonantie: bij beiden geen spanning die opgelost moet worden, maar een kleur op zich. Een manier om het klankpalet te verdiepen. De Alaimo’s herkennen die aanpak als de stille brug tussen twee ogenschijnlijk tegengestelde werelden.

Analyseren, loslaten, herontdekken

Opvallend in hun werkwijze is de combinatie van intellectuele analyse en bewuste intuïtieve rijping. Nieuwe partituren worden eerst bijna wetenschappelijk ontleed: elk detail wordt onderzocht tot er een helder beeld ontstaat van hoe de componist de muziek gedacht en gevoeld heeft. Daarna volgt een verrassende stap: afstand nemen. De muziek moet kunnen bezinken buiten de piano, buiten de repetitieruimte. Pas maanden later keren ze terug naar hetzelfde werk, nu met hun eigen ervaringen en emoties als bijkomende laag. Vanuit die individuele verwerking groeit geleidelijk een gezamenlijke interpretatie. Dat proces werd bij Échos nog rijker doordat ze rechtstreeks met de componisten konden spreken en ook in discussie konden gaan wanneer een passage die ze speelden interpretatief anders bleek bedoeld. “Die wisselwerking is net het boeiendste,” zeggen ze. Tegelijk weigeren ze hun lezingen ooit als definitief te beschouwen. “Interpretaties worden met de tijd scherper en dieper verankerd, maar tegelijk blijft er altijd ruimte voor verandering. Misschien is dat wel het mooiste aan muziek.”

De paradox van de ironie en de stilte

In Goulams Prélude V en Marche worden de zussen gedwongen tot een uiterst nauwkeurige polyfone discipline, waarbij elke stem volstrekt onafhankelijk moet kunnen bewegen zonder het grotere weefsel te verscheuren. Een componist die de pianist in complexe technische situaties plaatst en polyfonie als architectuur behandelt.

Bij Field ligt de moeilijkheid paradoxaal genoeg in de beknoptheid. Zijn acht Chorals zijn op het eerste gezicht uitgepuurde miniaturen, maar de zussen weigeren die lezing: “Ze zijn in werkelijkheid veel complexer dan ze doen vermoeden.” De spanning schuilt in de stemvoering, in de manier waarop afzonderlijke lijnen bewegen zonder te versmelten. Elke Choral is een eigen wereld. Ze vormen geen doorlopende keten; ze bestaan naast elkaar, als mensen in een wachtkamer die elk hun eigen gedachten meedragen.

Het scherpst is hun omschrijving van de Pièces Joyeuses: drie stukken die onder hun ironische titel een donkere, bijna lugubere wereld verbergen. “Heel even flakkert er hoop op, maar die wordt telkens weer opgeslokt door iets ongrijpbaar sombers.” Als uitvoerders, zeggen ze, hebben ze er “verrassend weinig te doen”, wat waarschijnlijk betekent dat ze er alles aan doen om er zo weinig mogelijk aan toe te voegen. Men moet de verleiding weerstaan om dat dicht te smeren met clichés.

Het is in deze stukken dat stilte transformeert tot wezenlijk bouwmateriaal. De zussen benaderen de rusten niet als een loutere afwezigheid van klank, maar als een geladen ruimte: “Stilte is ook muziek. De spanning die men dankzij stiltes kan creëren, is zonder twijfel een van de mooiste middelen die een muzikant kan gebruiken om een stuk tot leven te brengen en te laten ademen.” Het is een uitspraak die ze niet als filosofische observatie formuleren, maar als vakkundige vaststelling. Twee pianisten die leren samen te zwijgen – dat is een kunst apart.

Van laboratorium naar podium

Échos werd opgenomen in Studio de Meudon op een Steinway Model D, met microfoons dicht bij de piano’s en een droge akoestiek. “Een soort laboratoriumwerk,” noemen ze het zelf – helder, transparant, elke kleur en nabeeldecho onbarmhartig zichtbaar. Die meedogenloze helderheid werd onverwacht voorbereid door hun medewerking aan de film The Chapel, waar ze leerden hoe men dezelfde passage meerdere keren na elkaar met identieke intensiteit moet herhalen – een proces dat verrassend dicht aanleunt bij studiowerk. Op het podium is alles anders: daar weegt de zaal, het publiek, de energie van het moment. De interpretatie wordt er sterk door beïnvloed – en dat is geen bezwaar, maar een geschenk.

Die live-omgeving biedt hen bovendien de kans om de vermeende drempel van hedendaagse muziek te slopen. Zo nam Fiona tijdens een soloconcert in Sainte-Savine de microfoon om het publiek via specifieke motieven uit de partituur wegwijs te maken – melodieën uitlichtend als een gids die een schilderij toelicht zonder het te verklaren. Er spreekt een diepe artistieke verantwoordelijkheidszin uit dit project. Het duo weigert te wachten tot de geschiedenis haar filter over deze partituren heeft gegooid: “Honderd jaar wachten tot deze muziek in het standaardrepertoire wordt opgenomen, lijkt ons tegenwoordig overbodig.” Een kleine maar duidelijke programmaverklaring: hedendaagse muziek verdient nu een publiek, niet een toekomstig archief.

Twee woorden als echo

Aan het einde van ons gesprek vraag ik de zussen om elkaar muzikaal in één woord te omschrijven. Ze lachen even en weigeren vervolgens de opdracht. Eén woord volstaat niet. Omdat ze met twee zijn, willen ze liever twee woorden voorstellen: vreugde en vrijgevigheid.

Het zijn ook de woorden die dit album het beste omschrijven: muziek die iets weggeeft aan de luisteraar, die ruimte laat voor eigen herinneringen, beelden, geuren zelfs. Échos zoekt niet de gemakkelijke, onmiddellijke impact van het virtuoze effect, maar nestelt zich langzaam, dwingend en met een serene gelaagdheid in het geheugen. Het is geen album dat zijn betekenis onmiddellijk afgeeft. Het is er een dat nadreunt, zoals een echo dat hoort te doen.

Vreugde en vrijgevigheid – zelden werd een album accurater samengevat.

 

Details:

Titel:

  • Échos: hoe twee stemmen één geheugen worden – Fiona en Chiara Alaimo over hun debuutalbum

Foto credentials:

  • Nathanael Charpentier, Syntha Cnudde, Tom De Beuckelaer
nlNLdeDEenENfrFR