Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

In andere sferen met de NTR-Matinee

“’s Nachts heerst bijna volledige duisternis”, zegt de jonge Duitse dirigent en componist Oskar Jockel (°1996) over zijn retraite ergens in de bergen, waar hij zijn Nox Eaterna (eeuwige nacht of eeuwige donkerte) componeerde, het openingsstuk van dit NTR-matinee-concert. “Geen stadslichten verblinden het oog, geen straatlantaarns verspreiden hun gloed in de wolken. In het westerse denken wordt duisternis vaak geassocieerd met het onheilspellende en het gevaarlijke. Dit werk daarentegen is een lofzang op de duisternis, op het mystieke”, aldus Jockel.

Jockel schreef Nox Aeterna in opdracht van de Matinee en kon flink uitpakken omdat hij de beschikking kon krijgen over de krachten die ook nodig waren voor de rest van het programma. Voor de pauze Jean Sibelius’ (1865–1957) vioolconcert met een violiste die alvorens aan Sibelius te beginnen, eerst aan het eind van Jockels werk optrad en vervolgens met als eerste werk na de pauze György Ligeti’s (1923–2006) Lux Aeterna voor koor, en daarna Langgaards enorm bezette Muziek der Sferen.

Jockels “Eeuwige Nacht’ is in zekere zin een pendant van Ligeti’s ‘Eeuwig Licht’. Niet alleen donker tegenover licht (Jockel gebruikte dezelfde liturgische tekst uit de Requiemmis als Ligeti maar verving het woord “lux” door “nox”). Maar ook door het contrast tussen Ligeti’s technisch veeleisende, maar relatief bescheiden, hier met dubbele bezetting uitgevoerd 16-stemmig a capella-werk en Jockels gigantische bezetting. Een nog groter orkest dan dat van Langgaards werk, met bijvoorbeeld acht hoorns in plaats van vier en naast het orgel dat Langgaard gebruikte elektronica met behoud van Langgaards vier paukenisten. De solovioliste die aan het eind van Nox Aeterna optrad en vervolgens in Sibelius’ vioolconcert.

Dirigent componist Oscar Jockel met leden van het Radio Filharmonisch Orkest in de NTR ZaterdagMatinee

Jockel liet zijn eigen stuk zonder onderbreking (attaca) overgaan in Sibelius’ vioolconcert en in het tweede deel van het concert zat er evenmin een pauze tussen Lux Aeterna en Muziek der Sferen, een formule die een concert als dit ook heel geschikt zou maken voor serieus poppubliek al was het merendeel van het publiek zo te zien geboren in de tijd dat Sibelius nog net leefde. Het repertoire was voor zulk jonger publiek heel geschikt. Nox Aeterna is met al zijn gigantische omhaal een relatief gemakkelijk in het oor liggend stuk. Het rapsodisch karakter van Sibelius’ vioolconcert is voor het moderne geïnteresseerde oor geen moeilijk materiaal. Van Lux Aeterna uit 1966 had de componist zelf nooit kunnen denken dat het een culthit zou worden voordat filmregisseur Stanley Kubrick het in 1968 op een pregnante plaats in de score van zijn 2001 Space Odyssey zou opnemen.

Tijdens de wegstervende klanken aan het einde van Nox Aeterna was violiste Elina Vähälä al van achter uit de zaal, al spelend, door het middenpad naar voren gekomen richting podium om daar de openingsnoten van Sibelius te gaan spelen, terwijl het koor intussen in een rij in omgekeerde richting de zaal verliet en de allerlaatste strijkersklanken van Jockels compositie overgingen in de eerste strijkersklanken van Sibelius.

Er was om mij heen kritiek op Nox Aeterna, namelijk dat het ondanks de enorme hoeveelheid noten en het volumineus vertoon toch te gemakkelijk was geschreven, te voorspelbaar. Ik onderging Nox Aeterna als een warm klankbad. Ja, het is nu 110 jaar na Langgaard en als je de twee vergelijkt, zou je de indruk kunnen krijgen dat er sindsdien niet zo veel is gebeurd. Het stuk is een reactie op alles wat er intussen via Ligeti en bijvoorbeeld Varèse en Xenakis is gebeurd en misschien ook een antwoord op de meer consumptieve muziekpraktijk van nu. Nox Aeterna is daarmee wel degelijk een fase in een evolutie. Toegegeven, niet een radicale mutatie, maar in de biologie is atavisme (een evolutionaire sprong achterwaars maken) ook een manifestatie van de evolutie en ik zou dit werk trouwens niet kwalificeren als muzikaal atavisme. Het klonk in deze zaal ook nog eens zo fraai. Bijvoorbeeld een indrukwekkende reeks orkestrale clusters om stijgende harmonieën om het koor. Geregeld beukt het slagwerk door dit alles heen.

Het lijkt me overigens dat je op de locatie in de bergen waar Jockel componeert in plaats van complete duisternis ’s nachts myriaden van sterren en planeten kunt zien. De soort hemel die Stanley Kubrick indrukwekkend wist te verbeelden in 2001 Space Odyssey en waarvoor hij om dat uit te beelden onder meer Ligeti’s Lux Aeterna gebruikte en voorts passages uit diens Requiem en Atmosphères gebruikte.

In Sibelius’ vioolconcert kweet Elina Vähälä zich met verve van de razend lastige solopartij en dirigent en orkest onderstreepten fraai het rapsodisch karakter van het werk en, met de laatste ijle klanken van Jockels Nox Aeterna als opmaat, werd ook weer duidelijk hoe geniaal de opening van dit concert is. Vähälä behoort niet tot de categorie superstersolisten die het concert de afgelopen jaren telkens weer uitvoeren, maar juist daardoor was het minder alsof er een grote reputatie tussen de partituur en de klanken stond.

Een zanger van het Groot Omroepkoor vertelde mij eens dat het moeilijke aan het zingen van Lux Aeterna is dat je tegelijkertijd wel en niet naar je buurzangers moet luisteren. Wel om te weten waar je in toonhoogte moet zijn, niet omdat je tonaal van de wijs kan worden gebracht exact wanneer de zangers om je heen allemaal in halve toonsafstanden verschil van jou en van elkaar zingen. Misschien dat in deze dubbele bezetting de tweetallen houvast hadden aan elkaar.

Rued Langgaard (1893-1952) is één van de intrigerendste componisten uit de muziekgeschiedenis. Zijn eerste symfonie voltooide hij op zijn zeventiende, en die werd in 1913 door de Berliner Philharmoniker uitgevoerd.

In dat werk klinkt duidelijk nog de gebruikelijke laatromantiek door, net als zijn twintig jaar oudere Carl Nielsen, een tijd lang zijn leermeester. Drie jaar later was hij al bezig met het radicaal andere werk dat afgelopen zaterdag in de NTR-Matinee in het Concertgebouw klonk en dat al jaren een Spotify-favoriet is van mij: Sfaerernes Musik, Muziek van de Sferen. Een wereld of laten we gerust zeggen een universum van verschil met die symfonie. Maar tegelijkertijd getuigend van eenzelfde dadendrang in muziek.

Veel van zijn symfonieën en andere werken zijn wel op Spotify en YouTube te vinden, onder gerenommeerde dirigenten als Gennady Rozhdestvensky, Thomas Dausgaard en Leif Segerstamm. In de concertzaal zijn ze nauwelijks te horen. De Berliner Philharmoniker heeft die eerste symfonie vier jaar geleden voor het eerst weer gespeeld, bijna 110 jaar na de premiere en prachtig opgenomen onder Sakari Oramo, maar ik betwijfel of die symfonie ooit in Nederland en België is uitgevoerd.

Van Sfaerernes Musik was dit de eerste uitvoering in de Lage Landen ooit. Het werk kende indertijd overigens maar twee uitvoeringen, in 1921 en 1922 in Duitsland. Daarna duurde het tot 1968 voor het weer ergens werd uitgevoerd, in Stockholm, onder niemand minder dan Sergiu Commissiona. 1968 was in de hoogtijjaren van de hippiecultuur en Sfaerernes Musik zou zeker in de smaak hebben kunnen vallen als hippiemuziek. Tijdens zijn leven werd een flink deel van Langgaards oeuvre helemaal nooit uitgevoerd. Hij bleef stug doorcomponeren. In 1945 had hij een Vrije Pianosonate gecomponeerd waarvan de formele structuur en duur aan de pianist zelf worden overgelaten. Een pianotrio ergens zijn oeuvre had zo van Franz Schmidt kunnen zijn. Het relatief vroege Sfaerernes Musik is een pars pro toto van zijn niet onder één noemer te vangen oeuvre. Intussen kreeg hij in 1940, na vele vergeefse pogingen in Kopenhagen, voet aan de grond met een vaste betrekking als kerkorganist in het stadje Ribe aan de Jutlandse kust.

Misschien was het ook geen aardige man. Maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Als er bijvoorbeeld ooit liefde is geweest voor degene van wie hij op 13-jarige leeftijd een maand les in contrapunt had gekregen, Carl Nielsen, heeft die niet eeuwig stand gehouden, getuige zijn cantate, voor ongeveer Berlioz Requiem-bezetting, groot koor, groot orkest en orgel, Carl Nielsen, vor store komponist! (‘Carl Nielsen Onze Grote Componist!’) uit 1948. 32 maten op een tekst vol sarcastisch beledigingen, gecomponeerd voor orgel en koor, die volgens het manuscript ‘voor alle eeuwigheid’ herhaald moesten worden. In een voorwoord betreurt de componist dat hij zijn hele leven de noodzaak heeft moeten aanvaarden om te leven en te ademen in de wereld van de Deense muziek, die besmet was door Nielsen. Langgaard voelde zich omringd door een ‘demonische muur’ en vond dat iedereen tegen hem was. Er bestaat een prachtige opname van onder Gennady Rozhdestvensky, die zich overigens beperkt to 8 minuten en 48 seconden.

Muziek der Sferen werd dus aan het eind van de jaren zestig herontdekt. Van Ligeti is zelfs de uitspraak bekend dat Langgaard hem in zijn klankwereld vijftig jaar vooruit was geweest. De muziek is opgebouwd uit clusters, een techniek waarvan naast Ligeti diens tijdgenoot Xenakis zich zou gaan bedienen. Langgaard ging daarin al heel ver.

Nu eens horen we pentatonische klankreeksen tegelijk met hyperchromatische modulaties. We horen polytonale passages tegelijk met koraal-achtige klanken in kerkmodi. Bedenk dat in een parallel universum, de VS, Ives ook stug in zijn eentje bezig was met zulke collage-muziek en dat hij tegelijkertijd in zijn eveneens zo eigenzinnige Concord Sonata uit 1915 ook dat prachtige koraal-deel The Alcotts opnam. Het orgel werd uitgebreid gebruikt. Ondanks het enorme orkest houdt hij hele stukken in pianissimo, zoals Kubrick later de ruimte wilde laten klinken in zijn Space Odyssey 2001. Daardoor komen de tutti-passages nog indringender over met die vier paukenisten, drie slagwerkers, de flinke koperbezetting en het orgel. Die tonaliteit die er steeds tussen probeert te komen, afgebroken door een pauken drone in een contrasterende toonsoort! En hij citeert op zeker moment ook het baanbrekende Es-groot openingsakkoord uit Wagners Rheingold.

Had Kubrick voor zijn film ook Sfaerernes Musik kunnen gebruiken? Of zou dat een vorm van rood rood schilderen zijn geweest, een pleonasme, juist doordat Langgaard zelf het universum al wilde verklanken. Het geheim van 2001 Space Odyssey is ook wat je niet ziet, wat er is weggelaten, het mysterie van de monoliet, de relatie met de chimpansee-samenleving, wie of wat er achter de computer HAL zit, of dat het een vooruitblik was op uit de hand lopende computertechnologie, of zelfs het ontstaan van een bewustzijn in de computer; en dan dat magistrale einde in een andere wereld, maar welke? In het contrast met Ligeti’s muziek komt er een soort vacuumlaag tussen beeld en klank, die dat bewust gevoede gevoel van vervreemding dat de film genereert verder versterkt. In de grote Hollywood- sciencefiction films als Star Wars en Star Trek verkleint de gebruikelijke muziek elk resterend mysterie juist nog verder.

Details:

Titel:

  • In andere sferen met de NTR-Matinee

Wie:

  • Radio Philharmonisch Orkest, dirigent Oscar Jockel, Elina Vähälä viool, Groot Omroepkoor

Waar:

  • Concertgebouw Amsterdam

Wanneer:

  • 9 mei 2026

Foto credentials:

  • Lodi Lamie
nlNLdeDEenENfrFR