Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Een kosmisch traject in drie delen: Haydn, Neyrinck en Holst tijdens het Antwerp Spring Festival

Met The Planets bevestigde het Antwerp Spring Festival 2026 zijn ambitie om meer te zijn dan een klassiek concertprogramma. Het programma – van Joseph Haydn (1732-1809) over Frederik Neyrinck (°1985) tot Gustav Holst (1874-1934) – ontvouwde zich op donderdag 23 april als een zorgvuldig opgebouwd traject van oertoestand naar kosmische verbeelding. In de Handelsbeurs Antwerpen kreeg dat narratief met Symfonieorkest Vlaanderen (SOV) niet alleen een historische resonantie, maar ook een uitgesproken hedendaagse invulling.

Cruciaal daarin was de rol van chef-dirigent Martijn Dendievel, die het programma benaderde als één doorlopende dramaturgische boog. In Haydns Die Vorstellung des Chaos koos hij voor een heldere, transparante lezing waarin de muziek zich geleidelijk ordende vanuit schijnbare willekeur. Tegelijk was voelbaar dat het orkest in de aanvangsfase nog zijn plaats zocht in de ruimte van de zaal. Omgevingsgeluiden – het gerinkel van glazen en een vrij nadrukkelijk aanwezige airco – maakten concentratie niet vanzelfsprekend. Gaandeweg vond de uitvoering echter meer focus en kwam de spanningsopbouw beter tot haar recht.

Tijdens de wereldcreatie van Okapi, het tromboneconcerto van Frederik Neyrinck, kreeg het denken in klank en ruimte een eigentijdse en bijzonder overtuigende vertaling. Het werk vertrok vanuit een uitgesproken ruimtelijk concept: naast solist Bram Fournier werden twee bijkomende trombonisten verspreid opgesteld op de eerste verdieping, wat resulteerde in een gelaagd klankveld waarin echo, resonantie en beweging centraal stonden. Neyrinck benaderde de trombone daarbij als een meervoudige stem, los van de traditionele tegenstelling tussen solist en orkest, en eerder als onderdeel van een dynamisch netwerk van klankrelaties.

Dat leverde een rijk geschakeerde luisterervaring op, waarin timbre en ruimte voortdurend met elkaar in dialoog gingen. De spanningsopbouw voltrok zich eerder associatief dan lineair, wat het werk een open en verbeeldingsrijke kwaliteit gaf. Daar lag ook de grootste troef van Okapi: in de directe zintuiglijke impact en in de manier waarop het de luisteraar meesleepte in een klankwereld die zich geleidelijk ontvouwde.

Fournier bleek de ideale vertolker voor dit concerto, dat hem als het ware op het lijf geschreven leek. Met een spel dat tegelijk fysiek, expressief en verfijnd was, haalde hij een opvallend breed palet aan kleuren uit zijn instrument: van rauwe, korrelige texturen tot fluwelen lijnen en verrassend subtiele kleurnuances. Hij gaf het werk van binnenuit vorm en maakte de veelzijdigheid van de trombone tastbaar in al haar facetten. Tegelijk viel het orkest op door zijn ritmische precisie en heldere coördinatie onder leiding van Martijn Dendievel. Subtiele reminiscenties aan jazz uit de jaren 1920 en invloeden uit de musicaltraditie gaven het geheel een extra gelaagdheid, waardoor het concerto van begin tot einde bleef boeien.

Na de pauze kregen The Planets van Holst hun plaats als culminatiepunt, met Symfonieorkest Vlaanderen uitgebreid met SOV Young en vrouwenkoor van Octopus. Niet minder dan 28 jonge muzikanten namen plaats tussen de vaste orkestleden (56 musici), wat resulteerde in een opmerkelijke symbiose tussen ervaring en jonge energie. Dat het orkest deze rol blijft opnemen en actief inzet op de integratie van jonge musici, onderstreept het belang van dergelijke initiatieven voor de toekomst van het Belgische muzieklandschap.

In Holsts cyclus koos Dendievel voor een lezing die helderheid en structuur centraal stelde. Het samenspel was verzorgd en geëngageerd, al ontbrak in de meer melodieuze delen hier en daar wat van de typisch Engelse flegmatiek. Sommige lyrische passages, zoals de bekende hymne in “Jupiter”, klonken eerder stevig dan gedragen, met een licht militaristische ondertoon. Tegelijk waren er tal van momenten die wél sterk overtuigden, met mooi uitgewerkte lijnen en een warme orkestklank in meer contemplatieve passages. Het slot met de dames van het Octopuskoor zorgde bovendien voor een aangenaam bevreemdende, bijna esoterische sfeer die goed werkte binnen de akoestiek van de zaal. Jammer genoeg werd ook hier in de slotmaten de verstilling enigszins verstoord door omgevingsgeluid, waardoor het ingetogen effect minder diep kon inwerken dan bedoeld.

In zijn geheel toonde dit concert hoe consequent een programmatisch idee kan worden doorgetrokken, van Haydns scheppingschaos over Neyrincks hedendaagse klankonderzoek tot Holsts kosmische vergezichten. Vooral het tromboneconcerto sprong daarbij in het oog door zijn verbeeldingskracht en klankrijkdom, terwijl de samenwerking tussen vaste musici en SOV Young niet alleen artistiek vruchtbaar bleek, maar ook als een overtuigend model voor de toekomst naar voren trad.

Dat dit alles samenkwam in de Handelsbeurs Antwerpen, een ruimte die zowel grandeur als intimiteit toelaat, gaf het concert een extra dimensie. Zo kreeg het project niet alleen vorm in de partituur, maar ook in de uitvoering: muziek als gedeeld traject, gedragen door verschillende generaties en stemmen, en precies daarin schuilde de blijvende artistieke meerwaarde van deze avond.

Details:

Titel:

  • Een kosmisch traject in drie delen: Haydn, Neyrinck en Holst tijdens het Antwerp Spring Festival

Wie:

  • Symfonieorkest Vlaanderen & SOV Young o.l.v. Martijn Dendievel met Bram Fournier, trombone

Waar:

  • Handelsbeurs, Antwerpen

Wanneer:

  • 23 april 2026

Foto credentials:

  • B2 Photography