Zevenentwintig jaar geleden ontstond in Berlijn een festival dat zich onderscheidde van de vele internationale muziekfestivals die Europa rijk is. Young Euro Classic wilde niet alleen een podium bieden aan de beste jeugdorkesten van het continent, maar vooral een plaats creëren waar muziek mensen, culturen en generaties met elkaar in contact brengt. Dat uitgangspunt heeft in de voorbije decennia nauwelijks aan betekenis ingeboet. Integendeel: in een tijd waarin, zoals Gabriele Minz het zelf verwoordt, veel mensen de wereld met onzekerheid bekijken en het gevoel hebben dat alles uiteen dreigt te drijven, klinkt de oorspronkelijke missie van het festival misschien actueler dan ooit. Deze editie bevestigt opnieuw dat klassieke muziek veel meer kan zijn dan een artistieke belevenis alleen. Zij creëert een ruimte waarin jonge mensen uit verschillende delen van de wereld elkaar werkelijk ontmoeten, elkaar leren verstaan en, zonder grote woorden, ervaren dat een gedeelde muzikale traditie nog altijd een van de meest directe antwoorden blijft op verdeeldheid.
Dat is ook de onderstroom die voortdurend terugkeert in het gesprek dat Werner De Smet voor Klassiek Centraal met algemeen directeur Dr. Gabriele Minz en projectleider Carolin Trispel voerde. Young Euro Classic is nooit opgevat als een opeenvolging van zomerconcerten, maar altijd als een ontmoetingsplaats waar artistieke excellentie, culturele nieuwsgierigheid en internationale dialoog elkaar versterken. Achter de indrukwekkende lijst van deelnemende orkesten schuilt een visie die sinds de oprichting nauwelijks is gewijzigd: jonge musici hebben niet alleen nood aan een internationaal podium, maar evenzeer aan een context waarin ze elkaar kunnen ontmoeten zonder competitie als drijfveer, maar met uitwisseling als uitgangspunt. In die zin is het festival in zevenentwintig jaar uitgegroeid tot een vaste waarde op de internationale festivalkalender, zonder ooit het oorspronkelijke ideaal los te laten dat eraan ten grondslag lag.
Een Europese droom in Berlijn
Die gedachte ontstond in het Berlijn van vlak na de hereniging, een stad die nog volop haar nieuwe identiteit zocht en tegelijk uitgroeide tot het symbool van een Europa waarin oude grenzen langzaam begonnen te verdwijnen. Tegen die achtergrond ontwikkelden Gabriele Minz en Willi Steul – toenmalig voorzitter van de Deutscher Freundeskreis europäischer Jugendorchester e. V., de vereniging die aan de basis stond van Young Euro Classic – het idee voor een festival dat de Europese gedachte niet via politieke taal, maar via muziek zou laten spreken. “Toen wij Young Euro Classic als particulier initiatief oprichtten, wilden wij vooral de gedachte van een democratisch en open Europa levend houden,” zegt Minz. “Wij waren ervan overtuigd dat muziek mensen met elkaar verbindt, ongeacht landsgrenzen, generaties of taal.” Die overtuiging vormt nog altijd het fundament van het festival. Juist daarom draagt Young Euro Classic, zevenentwintig jaar later, nog steeds dezelfde kern uit, ook al is het festival inmiddels uitgegroeid tot een evenement van veel grotere omvang.
Vanaf het begin was het dus meer dan een festival in de klassieke zin van het woord. Het moest een plaats worden waar uitzonderlijk getalenteerde jonge musici uit uiteenlopende landen en culturele achtergronden elkaar konden ontmoeten op het hoogste artistieke niveau, zonder dat competitie de toon zou zetten. De uitwisseling van ideeën, tradities en interpretaties werd het eigenlijke doel, en Berlijn bleek daarvoor niet toevallig de ideale plek. Geen andere stad draagt zo zichtbaar de geschiedenis van scheiding én hereniging met zich mee, en precies dat spanningsveld maakt haar tot een logische achtergrond voor een festival dat grenzen niet wil bevestigen maar overschrijden. Vanuit diezelfde gedachte ontstond ook het Diplomatic Board, waarin ambassades van de deelnemende landen tot vandaag niet enkel een ondersteunende maar ook een symbolische rol spelen in de internationale verankering van het festival.
Wat vandaag bijna vanzelfsprekend lijkt, was dat allerminst bij de start. Het festival begon immers als een eenmalig project rond de millenniumwisseling, zonder garantie op voortzetting. Dat het zevenentwintig jaar later nog altijd bestaat en internationaal aanzien geniet, was nooit voorzien. Het waren vooral de reacties van publiek, pers en musici die de initiatiefnemers overtuigden om verder te bouwen. Daarbij groeide ook het besef dat de oorspronkelijke Europese focus te beperkt was om de dynamiek van het project te dragen. Hoewel de eerste edities uitsluitend Europese jeugdorkesten samenbrachten, werd al snel duidelijk dat muzikale traditie zich niet laat opsluiten in geografische grenzen. “De Europese orkesttraditie heeft wereldwijd diepe sporen nagelaten,” zegt Minz. “Juist daarom is het zo interessant om te zien hoe verschillende landen die traditie hebben opgenomen en er hun eigen stem aan hebben gegeven.” Dat inzicht groeide overigens niet zonder weerstand. Het concept van een festival uitsluitend voor jeugdorkesten werd aanvankelijk met de nodige scepsis onthaald en soms zelfs meewarig bekeken. Weinigen geloofden dat jonge ensembles gedurende meerdere weken een breed publiek zouden kunnen boeien. De artistieke kwaliteit van de deelnemende orkesten heeft die twijfels intussen ruimschoots gelogenstraft.
Zo groeide Young Euro Classic uit tot een internationaal ontmoetingspunt waar orkesten uit Europa, Azië, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Oceanië elkaar treffen in één gedeelde context. De Europese klassieke traditie blijft daarbij het vertrekpunt, niet als norm of grens, maar als een gemeenschappelijke taal waarin verschillen hoorbaar mogen worden. Wat ooit begon als een Europees initiatief, ontwikkelde zich zo tot een laboratorium waar uiteenlopende uitvoeringspraktijken, muzikale achtergronden en culturele gevoeligheden elkaar voortdurend beïnvloeden en verrijken. Die internationale verbreding heeft het festival niet van zijn oorspronkelijke missie verwijderd, maar haar juist versterkt. Young Euro Classic bewijst vandaag dat artistieke kwaliteit zich niet laat bepalen door leeftijd of afkomst, maar door talent, overtuiging en de bereidheid om over grenzen heen naar elkaar te luisteren.
Voor deze editie vat Minz de rode draad van het programma samen in drie woorden: Zuversicht als Klang – hoop en vertrouwen als klank. In een tijd waarin veel mensen de wereld met onzekerheid bekijken, wil het festival tonen dat muziek hoop kan geven, mensen kan verbinden en de toekomst mee kan vormgeven. Geen naïef afwachten, benadrukt ze, maar een motor om handelingsbekwaam te blijven.
Een festival dat zichzelf laat ontstaan
Die artistieke kwaliteit blijft ook vandaag het fundament van de programmatie, al wordt ze niet opgelegd in een strak format. Na overleg met de artistieke leiding – cellist Alban Gerhardt en Mathias Hinke – bepalen de orkesten grotendeels zelf hun programma, hun solisten en dirigenten. Enkel een aantal globale richtlijnen zorgt voor evenwicht: een groot symfonisch werk, een soloconcerto, hedendaagse muziek en idealiter een werk uit de eigen culturele context. “De orkesten zijn niet alleen onze gasten, ze bepalen mee het karakter van het festival,” zegt Carolin Trispel, en precies daarin schuilt de eigenheid van het geheel: het festival wordt niet samengesteld als een programma, maar ontstaat als een optelsom van artistieke stemmen.
Ook in de selectie van de orkesten wordt die filosofie consequent doorgetrokken. Artistieke excellentie blijft de eerste toetssteen, maar daarnaast wordt gewaakt over internationale spreiding en variatie. Meestal dienen de nationale jeugdorkesten zelf een kandidatuur in, maar soms neemt de organisatie ook zelf het initiatief om een bijzonder ensemble uit te nodigen. Sommige ensembles keren regelmatig terug, zoals het European Union Youth Orchestra en het Bundesjugendorchester, die vanwege hun bijzondere betekenis voor het festival vrijwel jaarlijks worden uitgenodigd, terwijl andere via een rotatiesysteem de kans krijgen om zich in Berlijn te presenteren.
Voor veel jonge musici betekent zo’n uitnodiging meer dan een optreden: het is een vorm van erkenning, een bevestiging dat hun traject gezien wordt, en vaak ook een eerste stap in een internationaal netwerk dat hun verdere ontwikkeling mee zal bepalen. Sommige orkesten zijn zelfs mede dankzij die ambitie ontstaan: het Portugese Jovem Orquestra Portuguesa richtte zich naar eigen zeggen pas op met het oog op een uitnodiging voor Young Euro Classic. Voor musici die uiteindelijk wél in het Konzerthaus Berlin mogen spelen, blijft dat een moment dat ze zich hun leven lang herinneren – niet alleen omwille van de zaal zelf, maar omdat het hun jarenlange werk zichtbaar maakt en erkent.
Ook het publiek maakt integraal deel uit van die dynamiek. Het festival heeft in de loop der jaren een trouw publiek opgebouwd, waarvan sommigen hun verblijf in Berlijn zelfs bewust plannen tijdens de festivalweken om meerdere concerten te kunnen bijwonen. Voor velen is Young Euro Classic uitgegroeid tot een vaste afspraak in de zomer. Tegelijk blijft de organisatie zoeken naar nieuwe generaties via muziekscholen, samenwerkingen met Berlijnse stadsdelen en digitale kanalen. Opvallend daarbij is de openheid waarmee dat publiek naar het programma kijkt: niet alleen de grote klassiekers, maar ook hedendaagse muziek en minder bekende werken worden met eenzelfde nieuwsgierigheid ontvangen. Die houding maakt het mogelijk om nieuwe muziek een volwaardige plaats te geven, wat nog wordt versterkt door de Europese Compositieprijs – uitgereikt door de burgemeester van Berlijn – waarbij een lekenjury de beste wereld- of Duitse eerste uitvoering van het festival bekroont en zo onderstreept dat nieuwe muziek niet uitsluitend in de handen van specialisten thuishoort.
Hoewel Young Euro Classic intussen een mondiaal festival is geworden, is de Europese gedachte volgens Minz in wezen dezelfde gebleven als bij de oprichting – al is zij vandaag misschien belangrijker dan ooit. In een tijd waarin internationale spanningen opnieuw toenemen, ziet zij cultuur als een van de weinige domeinen waar echte ontmoeting nog mogelijk blijft. “Bij Young Euro Classic ontmoet iedereen elkaar op gelijke voet,” zegt ze. Dat principe wordt zichtbaar in het Diplomatic Board en in de gelijkwaardige behandeling van alle deelnemende orkesten. Zo ontstaat een festival waarin musici niet alleen hun eigen traditie vertegenwoordigen, maar ook, zonder dat te forceren, een vorm van culturele diplomatie belichamen. Minz wijst er bovendien op dat Young Euro Classic plaatsvindt op een ogenblik waarop de grote concertzalen van Berlijn traditioneel hun zomerpauze houden. Juist daardoor is het festival uitgegroeid tot een unieke ontmoetingsplaats in het culturele leven van de stad, waar gedurende zeventien opeenvolgende dagen jonge musici uit de hele wereld elkaar én het publiek kunnen ontmoeten.
De editie van 2026 maakt die visie tastbaar in een uitzonderlijk rijk en internationaal programma, met debuterende orkesten uit onder meer Luxemburg, China, Turkmenistan, Slovenië en Italië, naast het vijftigjarig jubileum van het European Union Youth Orchestra. Voor het eerst in de geschiedenis van het festival vult bovendien een koor alleen een volledige concertavond: het Estonian National Opera Boys’ Choir. Daarbovenop komen grensoverschrijdende projecten waarin genres en tradities elkaar kruisen, zoals de ontmoeting tussen het Zuid-Indiase Konnakol Trio rond Karthik Mani en jazzmusici rond saxofonist Jakob Manz, of de samenwerking tussen het Poolse Penderecki Youth Orchestra en het Orchestra of the Americas, die samen een nieuw programma instuderen voor een gedeeld debuutconcert.
In de reeks Future Now – Musical Diaries wordt die openheid verder doorgetrokken: ensembles uit Argentinië, Marokko, Vietnam en Tadzjikistan, samen met een internationaal ensemble van vier naties, presenteren er hun eigentijdse kijk op de eigen muziektraditie. En met YEC im Kiez trekt het festival de Berlijnse stadsruimte zelf in – op 3 augustus bijvoorbeeld komen musici van het Bundesjugendorchester en het National Youth Orchestra of the USA samen voor twee pop-upconcerten in de wijken van de stad, los van het Konzerthaus.
Een blik op de toekomst
Minz en Trispel kijken met realisme naar wat voor hen ligt, maar zonder twijfel over de kern. Het symfonische jeugdorkest blijft het hart van het festival, terwijl de context errond blijft groeien via nieuwe samenwerkingen en stedelijke initiatieven. Zo wil Trispel het format Festival im Festival – waarmee het festival de blik al opende naar muziektradities buiten de klassieke orkestwereld – de komende jaren verder uitbouwen, samen met een verdere uitbreiding van YEC im Kiez. De grootste uitdaging ligt daarbij niet in de artistieke inhoud, maar in de financiële realiteit van culturele organisaties vandaag. Digitale media zullen een steeds grotere rol spelen, maar uitsluitend als toegangspoort, nooit als vervanging van de live-ervaring.
Want uiteindelijk blijft precies dat de essentie van Young Euro Classic: de overtuiging dat muziek pas echt haar betekenis krijgt wanneer ze zich live afspeelt, in dezelfde ruimte, tussen mensen die elkaar niet via schermen maar via klank ontmoeten. Daar, in die gedeelde aanwezigheid, blijft hoop hoorbaar als muziek.





