“Hij doet het weer!” Inderdaad, Vlad Weverbergh deed het weer: een componist van bij ons weer tot leven brengen. En dit, bij mijn weten, voor de derde keer. Na Hendrik Tobi (1741-1809) en Hébert Leemans (1741-1771), haalde hij nu Ignaz Vitzthumb (1724-1816) van onder een dikke laag stof.
Nog niet voor een concert, wel voor wat hij zelf “een lezing” noemde. Maar eigenlijk was het een ’try out’, een uitproberen om te zien of waar hij al drie jaar aan bezig is, of de partituren van een negendelig werk dat al 200 jaar niet meer gespeeld werd en die hij maanden lang leesbaar overschreef als geheel uitvoerbaar zijn.
Het gaat om de ‘Lamentaties van Jeremia voor de Heilige Week’ van Ignaz Vitzthumb. Geboren bij Wenen, kwam hij als 10-jarig knaapje in Brussel terecht, waar hij opgeleid werd door niemand minder dan Joseph Fiocco. Als violist, dirigent en ‘entrepreneur’ was hij de geknipte persoon om, samen met Pieter Van Maldere, de Muntschouwburg vorm te geven. Één keer liep het uit op een ontslag, een tweede keer op een bankroet. Dit en politieke betrokkenheid maakte van de getalenteerde ‘maître de musique’ een kleurrijke figuur, die 92 jaar mocht worden.
Tussen zijn Symfonieën en Opera’s bleef ook het handschrift van de ‘Lamentaties van Jeremia’ bewaard: een werk van een uur dat werd toevertrouwd aan Terra Nova en het koor ‘Octopus’ van Bart Van Reyn. Het klonk voor de eerste keer weer integraal in het Predikheren, met dank aan de Stad Mechelen en aan het Mechels Conservatorium.
Symbolischer kon niet, want de Predikherenkerk, knap gerestaureerd met duidelijk behoud van haar eigenheid, is nagenoeg even oud als Vitzthumb.
Jeruzalem
Het werk is geen oratorium. Het past in de liturgie rond Pasen. De Latijnse teksten zijn ontleend aan het Bijbelse Boek van de Profeet Jeremia. Die wou met veroordelingen en jammerklachten – denk aan onze jeremiaden – het volk waarschuwen dat, als ze niet tot inkeer kwamen, God Jeruzalem zou doen vallen en de tempel vernietigen.
Net de naam ‘Jeruzalem’ liep als een rode draad door heel de compositie van Vitzthumb en werd toevertrouwd aan het koor. De intensiteit ervan evolueerde van aandringend tot berustend. Daar was het enthousiaste inlevingsvermogen van de bijna dertig zangers en zangeressen niet vreemd aan. De koorpassages wisselden af met solo’s van Christophe Prégardien, William Shelton en Door Van Bergen. Een boeiende confrontatie tussen een gevestigde naam als een klok, een Frans-Britse contratenor met banden met de Kapel Koningin Elisabeth en de Académie Philippe Jaroussky en een piepjonge veelbelovende ‘rising star’ en winnaar van Young Belgian Talent 2025.
Revelatie
Als twee ervaringen blijven nazinderen, dan zijn dat de herhaalde kreet ‘Jeruzalem, Jeruzalem’ en de fluwelen maar toch sterke stem van Door Van Bergen. Hij liep geen conservatorium, maar ontwikkelde zich onder de vleugels van tenor en pedagoog Teun Michiels. Nog maar 18, maar wat een vanzelfsprekendheid, zekerheid, présence, ‘aisance’, vlotheid, overtuigingskracht, gepaard aan een stem, helder als vloeiend water, en een dictie als van een declamant! Een Kempenzoon waar we graag meer zouden van horen…



