Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Tinnitus: wanneer het niet klinkt als muziek in de oren

Aan de UGent Unit Audiologie, de audiovestibulaire research unit, onderzochten studentes Anaïs Behaeghel en Amber Lauwereyns de gehoorstoornis die onder meer Ludwig Van Beethoven jarenlang tergde en zijn leven verstoorde: tinnitus. Vele musici, net als liefhebbers van onder meer klassieke muziek, lijden in mindere of meerdere mate aan deze aandoening die het dagelijkse leven van patiënten ernstig kan verstoren. Hun thesis, onder leiding van promotor Prof. Dr. Bart Vinck, behandelt het onderbelichte onderwerp tinnitus. Alle hoeken van de kamer werden grondig onderzocht. Klassiek Centraal zat met beide jonge dames samen en een en ander leidde ertoe dat wij hen bereid vonden om voor Klassiek Centraal een reeks te schrijven over tinnitus, onder meer in de wereld van de (klassieke) muziek. Graag geven we onze morele steun aan dit onderzoek en hopen dat Klassiek Centraal mee een bron kan zijn om meer ruchtbaarheid te geven aan de problematiek, het onderzoek en de aanpak ervan.

Anaïs Behaeghel is de auteur van deze bijdrage.

Anaïs Behaeghel is de auteur van deze bijdrage.

In onze hedendaagse samenleving is tinnitus, ook wel oorsuizen genoemd, een fenomeen dat alsmaar meer voorkomt in de algemene bevolking. Dat het een grote impact kan hebben op het leven van de mensen die hieraan lijden, is voor niemand verrassend, maar toch rijzen er tot op de dag van vandaag nog steeds veel vragen rond dit symptoom. Tinnitus is in principe een fantoomgeluid, wat wil zeggen dat dit een geluid is dat niemand anders kan horen. Maar hoe ontstaat tinnitus dan eigenlijk en waarom heeft de ene persoon meer last dan de andere?

Er wordt in de audiologie gesproken van zowel objectieve, als subjectieve tinnitus. Volgens veel verklaringsmodellen ontstaat subjectieve tinnitus vaak door gehoorschade. Dit is echter niet noodzakelijk hetzelfde als gehoorverlies: gehoorschade kan aanwezig zijn zonder dat er op een gebruikelijke gehoortest (zijnde audiometrie) gehoorverlies wordt gemeten. Gehoorschade kan ontstaan door verschillende zaken: geregelde blootstelling aan te hoge geluidsintensiteiten, leeftijdsgebonden factoren, genetische factoren of trauma. Doordat er schade is aan bepaalde regio’s in ons auditief systeem, bereikt minder geluid dan voorheen ons brein. Het brein, dat gewoon is om deze input wel te krijgen, compenseert dit verlies aan prikkels door de activiteit in het auditieve systeem te verhogen: hierdoor gaat de tinnitustoon ontstaan.1

Het is echter ook zo dat subjectieve tinnitus kan ontstaan als gevolg van bepaalde pathologieën zoals bij de ziekte van Ménière en het acousticus neurinoom (dit is een goedaardige tumor op de gehoorzenuw) of door neurosensorieel gehoorverlies, wat een soort gehoorverlies is waarbij er schade is aan het binnenoor of de gehoorzenuw. Dit kan bijvoorbeeld door ouderdomsslechthorendheid, genetische factoren, maar ook door de pathologieën die hierboven al vernoemd werden.

Het is belangrijk om in de klinische praktijk na te gaan waar tinnitus vandaan komt. In de eerste plaats wordt bekeken of het symptoom samenhangt met een pathologie, zoals hiervoor beschreven werd. Deze zaken moeten worden uitgesloten op basis van audiologische testing met bijvoorbeeld audiometrie en, bij vermoeden van bepaalde aandoeningen, ook door middel van beeldvorming. Men gaat hier nadruk op leggen wanneer een patiënt al meer dan 6 maanden last heeft van aanhoudende tinnitus, een geassocieerd gehoorverlies heeft of wanneer zij de tinnitus slechts aan één oor horen. Voor het stellen van een diagnose, wordt er ook gevraagd naar de karakteristieken van de tinnitus: of de tinnitus pulserend klinkt, of er bepaalde neurologische problemen opgedoken zijn in combinatie met de tinnitus of als er sprake is van een asymmetrisch gehoorverlies. Ook wordt nagegaan of de patiënt uni- of bilaterale tinnitus ervaart, gehoorsveranderingen die gepaard gingen met tinnitus en ook de impact van de tinnitusklacht op het leven van de patiënt. Om impact van de klachten te gaan bepalen wordt er vaak gebruik gemaakt van de Tinnitus Handicap Inventory (THI), een vragenlijst die de impact op specifieke situaties in het dagelijkse leven bevraagt.2

Nu kan men zich afvragen waarom tinnitus dan niet ontstaat bij iedereen met gehoorschade of gehoorverlies. Het opmerken en in stand houden van tinnitus is afhankelijk van verschillende onderliggende factoren, waaronder aandacht en emotionele beleving van de klachten. Er zijn tinnituspatiënten die de klachten wel ervaren, maar hier geen last van ondervinden. Andere patiënten hebben enorm veel last en dit kan liggen aan de manier waarop zij hier (onbewust) op reageren. Dit kan bijvoorbeeld angst opwekken bij bepaalde patiënten, waardoor ze meer aandacht aan de klachten gaan schenken. Hierdoor komen de klachten meer op de voorgrond en worden ze in stand gehouden. Bij veel mensen zijn de klachten echter fluctuerend in sterkte of is de toon soms aanwezig en soms niet. Dit kan komen door individuele factoren: is er veel sprake van stress, slaapproblemen,… dan kunnen de klachten op bepaalde momenten gaan toenemen. Ook kaak- en nekklachten of zelfs trauma (in het verleden) kunnen een invloed hebben op de klachten en de verergering hiervan.

Op basis hiervan kan dus gesteld worden dat tinnitus geen eenduidige oorzaak kent en dat de behandeling ervan op maat van elke patiënt moet worden bekeken en samengesteld. Een behandelingswijze die vaak gebruikt wordt bij tinnituspatiënten die niet lijden aan een van de genoemde pathologieën (menière, acousticus neurinoom,…) is cognitieve gedragstherapie. Hierbij leert men omgaan met de klachten en de negatieve, soms zelf angstige gevoelens rond de klachten om de impact ervan te gaan verminderen. Verder worden eventuele slaapproblemen aangepakt en, wanneer er sprake is van gehoorverlies, wordt ook dit behandeld. Dit aan de hand van hoortoestellen, die het gehoorverlies compenseren, waardoor de hersenen opnieuw optimaal gestimuleerd worden en de tinnitustoon bij veel patiënten afneemt.3

Een goed inzicht in de complexe wisselwerking van gehoorgerelateerde, psychologische en lichamelijke factoren, die leiden tot de klachten, is een belangrijke stap in het ontwikkelen van een goed behandelingsplan voor patiënten met tinnitus.

1 Auerbach, B. D., Rodrigues, P. V., & Salvi, R. J. (2014). Central Gain Control in Tinnitus and Hyperacusis. Frontiers in Neurology, 5, 206. https://doi.org/10.3389/fneur.2014.00206

2 Dalrymple, S. N., Lewis, S. H., & Philman, S. (2021, 1 juni). Tinnitus: Diagnosis and Management. AAFP. https://www.aafp.org/pubs/afp/issues/2021/0601/p663.html

3 Dalrymple, S. N., Lewis, S. H., & Philman, S. (2021, 1 juni). Tinnitus: Diagnosis and Management. AAFP. https://www.aafp.org/pubs/afp/issues/2021/0601/p663.html

Details:

Titel:

  • Tinnitus: wanneer het niet klinkt als muziek in de oren

Foto credentials:

  • Sergio Artigas

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –