The Convert brengt De Bekeerlinge tot leven

De roman De Bekeerlinge van Stefan Hertmans bewerken tot een opera, lijkt haast onbegonnen werk! Niet voor een componist met een open geest en interesse voor diverse culturen als Wim Henderickx. Net die impact van diverse culturen op het leven van een individu boeide hem in de roman en hij zette zich tot doel er een opera op te componeren die bruggen legt tussen de Christelijk-Westerse, Joodse en Arabisch-Oosterse cultuur. Hij slaagde wonderwel.

Het verhaal

De “Bekeerlinge” is een vrouw die in de 11de eeuw verliefd wordt op een Joodse jongen. Ze ontvlucht haar voorname christelijke familie in Rouen en verblijft een tijd in Narbonne. Het koppel moet vluchten voor de zoektocht die haar ouders bevolen hebben en ze komen terecht in Moniou in de Provence. Ondertussen zijn ze getrouwd en heeft Vigdis zich bekeerd tot het Joodse geloof. Ze heeft daarbij haar naam Vigdis Adelaïs gewijzigd in Sara Hamoutal. Ze krijgen twee kinderen. Maar de gewelddadige en fanatieke kruistochten van de christenen veroorzaken een ware angstpsychose. Bij een pogrom wordt haar man David vermoord bij de bestorming van de synagoge en haar kinderen worden ontvoerd. De tocht die Hamoutal dan aanvat op zoek naar haar verloren kinderen, wordt een onwaarschijnlijke lijdensweg, waarop ze telkens weer moed vat om allerlei bedreigingen te overwinnen, vaak met risico op haar leven. Enkel een leidbrief van de rabbijn van Moniou biedt haar enige bescherming. In diverse etappes geraakt ze tot in Egypte. Verkrachting, de dood van de baby die ze angstvallig meedraagt, dreiging van de brandstapel, met onmenselijke veerkracht doorstaat ze alle onheil. Ze trouwt opnieuw en probeert terug een leven op te bouwen. Maar het nieuws dat haar twee ontvoerde kinderen bij haar ouders zouden verblijven, doet haar opnieuw een tocht aanvatten, terug naar Frankrijk. Waanzinnig geworden, sterft Hamoutal uiteindelijk in een geheime grot van de synagoge van Moniou waar ze een toevlucht hoopte te vinden.   

Mystiek en magie

Wim Henderickx mag zich dan misschien inhoudelijk de harmonie tussen diverse culturen als belangrijkste doel van zijn opera gesteld hebben, ook formeel is hem met deze opera een knappe harmonie tussen alle elementen van een opera gelukt. Dat hij daarvoor op een aantal medewerkers heeft kunnen rekenen die hij duidelijk mee op drift nam in zijn opzet, speelt daarbij een belangrijke rol. Maar de kers op de taart is zeker zijn muziek. De dissonante openingsklanken van het werk scheppen onmiddellijk een sfeer van mystiek en magie, twee aspecten die de teneur van de opera doordringen. Zijn toepassing van elektronica wordt op zachte manier verenigd met traditionele instrumenten. Hetzelfde geldt voor het gebruik van Oosterse elementen waarmee Henderickx zo vertrouwd is en die hij in dit verhaal op een betekenisvolle manier integreert. Het doopsel van Vigdis/Hamoutal en zeker het slot met de “doodscène” en het rouwgebed Kaddisj werken ideaal op de toeschouwer in dank zij de spirituele toon. De emotionele passages zijn steeds doordrongen van lyriek waarbij strijkers en houtblazers een zachte melodielijn neerzetten. Daarmee vormen de heftige passages vaak een sterk contrast met scherpe koperblazers en slagwerk. Henderickx is uiteraard niet aan zijn proefstuk toe en heeft met talloze werken (vocaal en instrumentaal) zijn talent en kunde als hedendaags componist bewezen in diverse genres, maar zijn jarenlange evolutie culmineert misschien wel in deze opera, waarin diverse kenmerken van zijn werk samenkomen en verenigd zijn op een nooit opdringerige maar vooral efficiënte manier om het verhaal te dienen. In Koen Kessels heeft hij een ervaren en uiterst gemotiveerd dirigent om de muziek in alle geledingen en finesses tot leven te brengen.

Drama met nood aan lyriek

De zangpartijen van de solisten zijn zeer gedetailleerd uitgewerkt met een afwisseling van lange melodische lijnen (bij voorbeeld in het reeds aangehaalde liefdesduet tussen David en Hamoutal) en kortere eerder parlando-fragmenten (voorbeeld voor Obadiah). De soms veeleisende toonwisselingen in Hamoutals meditatieve passages zijn voor Lore Binon geen probleem en ze heeft enkele prachtige aria’s met coloratuurkarakter. Eens te meer bewijst ze wat een schitterende zangeres ze is, vooral voor eerder “delicate” vocale muziek. Haar Hamoutal herinnert aan die andere frêle en toch daadkrachtige vrouw Mélisande, die ze ook met zoveel inleving vertolkte. Ze kan bijna getypecast worden voor dergelijke personages. Ze speelt ontroerend en diep doorvoeld haar rol van geliefde en moeder in al haar zorgzaamheid en radeloosheid, tot het hallucinante toe. Haar reële zwangerschap geeft bovendien nog een extra geloofwaardigheid aan de rol. Haar Joodse man, David is vertolkt door tenor Vincenzo Neri, met heldere en soepel inzetbare stem, waardoor hij geen moeite heeft om ook de andere rollen die hem worden toebedeeld knap te verklanken. Het procedé om verschillende personages toe te vertrouwen aan dezelfde zangers, wordt trouwens ook toegepast voor andere rollen. Zeker vermeldenswaard bij de zangers is Amel Brahim-Djelloul met haar specifieke Oosters getinte timbre. Luvuyo Mbundu is met zijn zachte bas een charismatische Rabijn Obadiah.

Previous
Next

Heksentoer

Een roman met zoveel gebeurtenissen tot een samenhangend verhaal van operalengte reduceren, zoveel verschillende personages en landschappen laten passeren, het is een heksentoer die librettist Krystian Lada met verve voor mekaar gekregen heeft. Bovendien moest hij de valkuil van de tussenverhalen waarmee Stefan Hertmans in zijn roman de geschiedenis historisch verantwoordt, omzeilen en toch trouw blijven aan een correcte weergave. Theorie over verschillende leefwijzen en ideologieën, met alle discrepanties en conflicten van dien, wordt ingebed in de tekst van de personages en wordt verbeeld op scène. Het tweede deel van de voorstelling is iets chaotischer, want de vele omzwervingen van Hamoutal op haar fatale vlucht van Frankrijk naar Egypte maken de verhaallijn in kort bestek minder duidelijk. De tekst in het Engels (op enkele korte passages in Latijn en Hebreeuws na) klinkt  vlot en poëtisch. Dat de opera in het Engels is, kan weliswaar contradictorisch zijn met de bewering van Henderickx dat hij “opera voor iedereen” wil maken, maar de voorstelling bewijst beslist dat de taal goed werkt en uiteraard zijn op die manier de kansen voor internationale uitstraling (die het werk zeker verdient!) veilig gesteld.  

Originele regie

Wat fijn een hedendaagse opera te zien die eens niet zijn toevlucht neemt tot de ondertussen bijna cliché-techniek van video. Hans Op de Beeck viert als regisseur  zijn schildertalent bot met grote geschilderde doeken als decor. Het zijn een zestiental schilderijen die gewisseld worden via een manueel draaisysteem zoals de oude trekken van een theater. De regisseur noemt het zelf een “prentenboek” en je kan het niet beter omschrijven. Binnen een kader met bovenaan een arabeskachtige illustratie draait er per scène een blad om, alsof je in een sprookjesboek bladert. De waarde van de schilderijen is wel dat ze behalve een mooie prent de toeschouwer helpen zich te integreren in de emotie van de karakters. Bij de liefdesscène accentueert de maan de poëzie van het koppel, het woestijnlandschap verhevigt de desolaatheid van de zwerftocht van Hamoutal enzovoort. Ook zijn kostuums werken inhoudelijk sterk. Zeker voor Hamoutal. Het dubbele koor is in zwart gekleed, als een soort Grieks koor dat commentaar geeft bij de tragedie, waarbij ook hier de muzikale stijl van Henderickx aangrijpend werkt. Wel stoort in zijn decor het gebruik van sommige wat kitscherig aandoende requisieten, zoals de schelp en de speelgoedschupjes van de kinderen in de beginscène, al geeft dat beeld wel van bij het begin van de opera aan hoe sterk de moederlijke betrokkenheid van (op dat moment nog) Vigdis is met haar kinderen. Meteen wordt ook al de dreiging geïnsinueerd van het drama dat volgt. De schelp als verwijzing naar Botticelli en de geboorte van Venus is misschien wel te ver gezocht? Een handige vondst is wel de ontdubbeling van Hamoutal in een pop als “alter ego”. Zo ontwijkt de regisseur dat bepaalde gevoelige passages als te pijnlijk getoond moeten worden (voorbeeld de verkrachting). En op het einde van de opera is het duidelijk dat de “oude” Vigdis geen bestaansreden meer heeft, terwijl Hamoutal de duistere nacht instapt. Het rouwgebed bij haar dood is zo mooi dat het de verwerking van het trauma evoceert. Diep onder de indruk verlaat je als toeschouwer de zaal.

© Filip Van Roe

De samenwerking tussen het team van auteur, librettist, componist, regisseur en uitvoerders hebben van de roman van Stefan Hertmans een doorleefd relaas gemaakt en vooral de intense gevoeligheid van de “bekeerlinge” aangrijpend verduidelijkt. De opera toont dat de wetenschappelijke zoektocht die de roman doorkruist, ook zonder theoretische passages de actualiteit tot leven brengt van een wereld uit een ver verleden. Een meesterstuk.

WAT: De Bekeerlinge (The Convert)

WIE: Wim Henderickx [muziek], Krystian Lada [libretto], Hans Op de Beeck [regie]

STEMMEN: Lore Binon, Vincenzo Neri, Amel Brahim-Djelloul, Luvuyo Mbundu

ORKEST: Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen, Koor en Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen, Stadskoor Madam Fortuna

WAAR: Opera Ballet Vlaanderen, Antwerpen

WANNEER: dinsdag 10-5-2022, première

INFO: De bekeerlinge is nog te bekijken tot 19 Mei in Antwerpen, en op 27, 29 mei en op 2 en 4 Juni in de opera te gent.  Kaarten en meer informatie op deze link.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: