Als iemand een standbeeld verdient, is het wel Alfons Deleus, om zijn discrete onopvallende maar niet aflatende exploraties naar waardevol verwaarloosd klassiek. Zo dank ik aan hem mijn grenzeloze bewondering voor componisten als Henri Herz, Joseph Mayseder en, sinds het Kamermuziekensemble Carousel zondag het Predikheren deed vollopen, voor Adolphe Blanc.
"Adolphe wie?" Deze vraag alleen al is tragisch
Alsof Prijzen aan het Conservatoire de Paris, een opleiding bij namen met faam, een indrukwekkende dirigentencarrière, optredens in tot de verbeelding sprekende locaties zoals de intussen verdwenen Salle Herz en die in de rue Lafitte, actief lidmaatschap van de meest invloedrijke verenigingen niet volstaan, blijft van de 57 jaren die deze Provençal uit Manosque toegewezen kreeg zo goed als niets over in de muziekgeschiedenis. Zelfs geen vermelding in The Grove! En toch hoort zijn Septet voor klarinet, hoorn, fagot, viool, altviool, cello en contrabas opus 40 bij het mooiste dat ik in decennia te horen kreeg.
"Wie dacht dat enkel Haydn met zijn 'Sonnenaufgang' of Vaughan Williams met zijn 'Lark ascending' de hoogste pieken konden bereiken, luistert best eens naar de hemelse openingsmelodie die de eerste viool en, kort erna, de klarinet de hoogte insturen". Dit citaat uit het programmaboekje liegt er niet om: Blanc staat synoniem voor melodische vindingrijkheid, kundige opbouw, harmonische feeling en een verrassende fantasie. Getuige, een onvervalste Tarantelle in het Scherzo uit het Septuor, dat een bis overwaard was.
Waar veel van zijn tijdgenoten uit de 19de eeuw kozen voor laaiende Romantiek, bleef Adolphe Blanc trouw aan de Weense Klassieke stijl, die van hem een volwaardige erfgenaam maakte van Mozart en Haydn. Ook de naam 'Haydn' zette velen op het verkeerde spoor. Niet grote broer Joseph maar de vijf jaar jongere Michael was van de partij. Met een charmant Divertimento waarvan het beginthema snel omslaat van ontwapenend eenvoudig naar wat een aanlokkelijke aria had kunnen zijn en uitloopt op een finale volksdans. Je bent Oostenrijker of je bent het niet... Hier dient wel aangestipt dat in Salzburg, aan het aartsbisschoppelijk hof, waar Michael Haydn het beste van zichzelf gaf, ook hij in de schaduw bleef van zijn illustere broer, die Alfons Deleus omschreef als "een Europees gevierde popster".
Van onbekend en minder bekend op naar overbekend. En naar de boeiende confrontatie tussen het vierdelige Septuor van Blanc en het vijfdelige Septett van Beethoven door Carousel. Dit is een ensemble van een tiental internationale, gelauwerde musici, dat na zijn debuut in DeSingel in 2020 (met het Beethoven Septet) zijn activiteit internationaal uitbouwde. Flexibel als ze zijn, kozen ze voor de vergelijking met een carousel, waar je probleemloos op of af kan en een toertje meerijden.
Spil is klarinettiste Annelien Van Wauwe
Ze waren onlangs al in Mechelen met het geladen 'Quatuor pour la fin du temps'. Nu konden ze zich onbedrukter uitleven. En dat deden de Frans-Russische violiste Alexandra Soumm, de Frans-Zwitserse altviolist Mathis Rochat, de Franse cellist Louis Rodde, de Fins-Russische contrabassiste Maria Krykov, de in Londen geboren hoornist Ben Goldscheider, de Franse fagottist Marceau Lefèvre.
Sober maar bezield en met een professionele beheersing brachten ze de eigenheid van elk werk tot haar recht: Haydn was luchtig, Blanc meeslepend, Beethoven geniaal. En ook, natuurlijk, klarinettiste Annelien Van Wauwe, afkomstig uit Hamme en nu Mechelse. Opleiding en masterclasses zowat overal, prijzen zowat overal, orkestdeelname zowat overal, successen zowat overal.
Toch integreerde ze totaal in de groep, zonder één spoortje 'leading lady allure'. De Britse dirigent Andrew Manze wist het wel: "Annelien is lovely to work with because she can be the soloist that stuns everybody. But she wants to be part of the orchestra". Zo was het ook hier en dat leidde tot een homogeniteit om "u" tegen te zeggen. Alle prestaties vloeiden vlekkeloos door mekaar.
Na haar gestage opmars als draagster van de Klara Publieksprijs van beste jongere van 2015, ging ik ze zien als als 'het Sneeuwwitje van de Klarinet', naar analogie met haar bijna naamgenote, het 'Sneeuwwitje van de Harp'. Zo mooi als de instrumenten op mekaar ingesteld waren, zo harmonieus charmeerde een geraffineerd samengaan van uitsluitend petroleumgroen, nachtblauw en roestkleur. Ook het oog krijgt graag wat...
Naast op deze perfectie, mocht organisator Deleus zich ook verheugen om de aanwezigheid van schepen Kristof Calvo en zijn persoonlijke opvolging van de steun van het Mechels Stadsbestuur, van kardinaal Jozef De Kesel en van een trouw publiek dat zich door onbekende namen op het programma niet laat afschrikken.
Ondeugende geheugensteuntjes
Hoe oneerbiedig ook, het moet me toch van het hart. Heel lang geleden, linkte mijn pianoleraar, een respectabel concertpianist, de melodie van de Pianosonate opus 49/2 van Beethoven, waarop het derde deel van zijn Septet gebaseerd is, aan de tekst 'Ach, meneer, ach, madam, 'k eet zo gaarne apennootjes'. Ridicuul, maar efficiënt als geheugensteuntje. Later ontdekte ik dat de onvolprezen musica- auteur-hoogleraar Hélène Nolthenius (1920-2000) in haar jeugdboek 'Zwerftochten door het Rijk der Muziek' de 'Onvoltooide' onsterfelijk maakte door de tekst 'Dit is de Symfonie die Schubert schreef en nooit voltooide'. En dat klopt. Dat blijft. Dat helpt.
Je kan ook van tekst naar muziek gaan, zoals in Beethovens 'Gassenhauer', Schuberts Quartettsatz', of bij wat Hummel, Wranitzky of Schönberg met 'O, du lieber Augustin' bedachten. Maar dat zou te ver leiden!
